Draadgentiaan - Cicendia filiformis

Draadgentiaan, Cicendia filiformis, is een klein blijvende zeldzame plantensoort die gebonden is aan in de zomer droogvallende zandige bodems, zoals in duinvalleien. De kleine planten, tot maximaal 15 cm hoog, hebben gele bloemen en dan vallen ze wel op tussen de andere planten op hun standplaats. Vooral in de uren rond de middag staan de kleine bloemen open.

Een eenjarige en zeldzame soort die heel specifiek gebonden is aan een nat, mineraal-arm milieu zoals aan de rand van heideplassen, duinvalleien en afgeplagde heidegrond, is Draadgentiaan, Cicéndia filifórmis, uit de Gentiaanfamilie of Gentianaceae. Pas tegen het einde van de lente kiemt het zaad en ontwikkelt de plant zich om binnen een seizoen zijn volledige jaarcyclus rond te maken.

De planten zijn heel fijntjes van bouw en worden niet groter dan een 10 tot hooguit 15 cm. Ze vallen daardoor weinig op, maar zijn des te mooier als je ze, met hun kleine, gele bloemen tussen de andere planten vinden kunt.

Op de ondergrondse delen, het hoofdwortelstelsel, ontwikkelt de plant een rechtopstaande heel dunne stengel. Aan die stengel staat een klein aantal smalle lijnvormige bladeren tegenover elkaar en als je goed kijkt zie je zelfs dat ze kruisvormig tegenover elkaar staan.

Boven in de stengel ontwikkelt zich de bloeiwijze, die op een tweetakkig, gevorkt bijscherm lijkt, maar het aantal bloemen is beperkt, soms maar een, twee of drie. De bloemen zijn viertallig en staan op dunne bloemstelen, geheel in lijn met de fijne stengel. De kleine bloemen hebben vier driehoekige kelktanden en vier gele kroonbladen. De meeldraden staan op de kroonbladen ingeplant. Het bovenstandig vruchtbeginsel ontwikkelt zich tot een doosvrucht, waarin kleine zaden ontstaan. De bloemen zijn tussen de 3 en 6 mm groot.

MM_201116

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Gentiaanfamilie - Gentianaceae
Plantengeslacht:
Cicendia - Cicendia
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.05 - 0.15 meter
Bloeiperiode:
Juli - Oktober
Bloemkleur:
geel
Bloeiwijze:
gevorkt bijscherm
Bloemvormen:
viertallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kelktanden, 4 kroonbladen
Meeldraden:
4 vergroeid met de kroonbladen
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
tegenoverstaand
Bladvormen:
lijnvormig, langwerpig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds deel:
hoofdwortelstelsel
Plantengemeenschappen:

Draadgentiaan is een zogenaamde Atlantische soort en het areaal beperkt zich dan ook tot de kustgebieden van de gematigde streken. De Nederlandse Waddeneilanden liggen aan de noordgrens van het areaal. Zo kun je deze soort aantreffen op in de zomer droogvallende duinvalleien, zoals het groene strand op Terschelling. Ook op afgeplagde bodem langs heideplassen en in afgravingen.

De plantensoort 'Draadgentiaan' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

 De bloemen openen zich gedurende een paar uur midden op de dag in de volle zon. Kiemt het zaad pas laat in het seizoen, bijvoorbeeld pas in juli, dan blijven de planten klein, worden hooguit een paar cm hoog, maar bloeien en zetten weldegelijk zaad. In de zaadbank van de bodem blijft het zaad lang kiemkrachtig, waardoor er bijvoorbeeld bij een bodembewerking als plaggen ineens een opbloei kan plaatsvinden van de zeldzame soort.

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van Draadgentiaan verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 86-87.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Duistermaat, L (2020) Heukels'flora van Nederland, 24ste druk: 572.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 950-951.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Cicéndia filifórmis.