Christoffelkruid - Actaea spicata

Christoffelkruid, een zeldzame soort, die je wel vindt in bossen op kalkrijke bodems of op steile hellingen van holle wegen, heeft trossen met witte bloemen, die na de bloei overgaan in zwarte bessen. De meerjarige kruiden hebben grote samengestelde bladeren waar de bloeiwijzen in verhouding maar klein tegenover zijn. De bladeren bestaan uit een samenstel van kleine deelblaadjes en staan verspreid aan de rechtopstaande stengels. De topblaadjes van de samengestelde bladeren hebben wel enige gelijkenis met de bladeren van Gelderse roos.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een meerjarige soort met kruidachtig stengel is Christoffelkruid, Actaea spicata L., uit de Ranonkelfamilie of Ranunculaceae. De soort is behoorlijk zeldzaam en enkel te vinden in hellingbossen en holle wegen in Zuid-Limburg.

Op de ondergrondse delen, die overwinteren, ontstaan de kruidachtige stengels. Aan deze stengels staan de tweevoudig tot drievoudig geveerde, samengestelde bladeren verspreid. Daardoor lijken de bladeren wel wat op die van sommige Schermbloemachtigen. De deelblaadjes zijn eivormig en het topblaadje bestaat uit drie lobben, waarbij de middelste lob het grootst is. De rand van deze deelblaadjes is gezaagd. Het topblaadje van het samengestelde blad heeft wel iets van het blad van Gelderse roos.

De stengel kan tot zo'n 60 tot 70 cm hoog worden en eindigt in een bloeiwijze die de vorm heeft van een tros. Deze tros is niet groot en valt alleen maar op doordat de bloemen wit van kleur zijn, of doordat de bovenstandige vruchtbeginsels als aan het uitgroeien zijn tot een zwarte bes. De witte bloemen hebben maar 3 tot 5, meestal 4 kleine kelkbladen en 4 tot soms wel 10 nog kleinere kroonbladen -ook wel honingbladen genoemd- hoewel er geen sprake is van nectarproductie. De bloembladen vallen al snel na het ontluiken af. Meest opvallend zijn de ene stamper die ontvankelijk is voordat de vele meeldraden rijp zijn en de helmknoppen zich openen. Insecten komen dus niet af op de nectar, want die wordt niet geproduceerd, maar op het pollen dat ze wel verzamelen. En passant bestuiven ze ook het ontvankelijke stempel van een andere bloem.

Het vruchtbeginsel groeit uit tot een bes, die zwart kleurt en erg giftig is. Dat is bij deze familie, de Ranonkelfamilie, een heel uitzonderlijk vruchttype.

MM_210802

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Actea - Actaea
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.25 - 0.70 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijze:
tros
Bloemvormen:
viertallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kelkbladen, 4 of 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 of meer
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
-
Stempels:
1
Vrucht:
bes
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvorm:
samengesteld
Bladrand:
gezaagd
Ondergronds deel:
-
Plantengemeenschappen:

Met uitzondering van de Noordwest-europese laagvlakte, komt Christoffelkruid voor in Europa en in het westen van Siberië en in het Kaukasusgebergte. De soort verkiest een schaduwrijke hellingbossen op kalkbodem en komt daarmee vooral voor in Zuid-Limburg en de aansluitende gebieden in België. Ook op steile hellingen van holle wegen en grubben komt de soort voor.

De plantensoort 'Christoffelkruid' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Bijzonder is het feit dat de vrucht een bes is. Dat komt bij de Ranonkelfamilie verder niet voor. De bes kleurt zwart en is giftig, wat de oudere naam Zwarte gifbes verklaart. In de middeleeuwen werd de naam Herba Sancti Christophori voor het kruid gebruikt en deze naam is thans vertaald de officiële Nederlandse naam: Christoffelkruid.

Religie en traditie

De naam Christoffelkruid kan ook heel goed samenhangen met Sint Christoffel: in de christelijke traditie was de heilige een forse grote en stevige man, die het kleine Christuskind door een rivier naar de overkant bracht. Wat hem verbaasde was dat bij iedere stap die hij zette het kind zwaarder en zwaarder woog. Dat heeft te maken met het feit dat Christus God was. De grote plant met de enorme bladeren stelt dan Christoffel voor terwijl de uiterst bescheiden en kleine bloeiwijzen het Christuskind zijn.

Meer informatie over de ecologie van Christoffelkruid en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 225-226.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 251.

Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 307-308.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 484. In deze flora wordt naast de Nederlandse naam Christoffelkruid ook de naam Zwarte gifbes genoemd. Deze laatste naam sluit aan bij de zeer vergiftigde zwarte bes.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Actáea spicáta