Bleek schildzaad - Alyssum alyssoides

Een zeer zeldzaam voorkomende éénjarige en klein blijvende plantensoort is Bleek schildzaad. De sterk behaarde planten hebben smalle bladeren en trossen met kruisbloemen met bleekgele kroonbladen die snel ontkleuren. De ronde hauwtjes zijn ook best opvallend.

Tot de zeldzame soorten in ons land hoort het éénjarige kruid Bleek schildzaad, Alyssum alyssoides (L.) L., uit de Kruisbloemenfamilie of Brassicaceae. De soort staat op kalkhoudende droge zandgrond of op kalkbodems zoals op de bovenranden van mergelgroeves, die bijvoorbeeld in Zuid-Limburg en aangrenzende gebieden zijn aan te treffen.

De planten blijven klein en kunnen tot zo'n 30 cm hoog worden. Kieming van het zaad treedt op in de herfst en er vormt zich dan een rozet. Ze hebben een weinig uitgebreid wortelstelsel, dat zich kenmerkt door een penwortel. De op de bodem gevormde zich rozet overwintert. De stengels die in het voorjaar ontstaan liggen voor een groot deel op de bodem en stijgen na ombuigen op. Het is een sterk vertakkende plant. Het meest opvallend aan de planten is hun sterke beharing, die je ook op de kleine smalle bladeren ziet. Deze bladeren staan verspreid aan de vertakte stengels en hebben een gave rand.

Aan de opstijgende stengels staan de eindelingse trosvormige bloeiwijzen met daarin veel kleine bloemen. De kroonbladen zijn lichtgeel maar worden al gauw bleek tot wit van kleur. De kelkbladen, die behaard zijn, en de verbleekte kroonbladen blijven om de vruchten heen zitten. Deze, het zijn hauwtjes, die rond van vorm zijn en twee zaden bevatten, zijn ook behaard. De hauwtjes zijn om en nabij 4 mm groot. De kroonbladen zijn klein en meten 2,5 tot 4 mm.

MM_190515

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Kruisbloemenfamilie - Brassicaceae
Plantengeslacht:
Schildzaad - Alyssum
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.03 - 0.25 meter
Bloeiperiode:
April - Mei
Bloemkleur:
geelwit
Bloeiwijze:
tros
Bloemvorm:
viertallig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kelkbladen, 4 kroonbladen
Meeldraden:
6 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
hauwtje
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, behaard, liggend
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvorm:
lijnvormig
Bladranden:
gaaf, behaard
Ondergronds delen:
penwortel
Plantengemeenschappen:

Bleek schildzaad hoort tot een groep van planten die vooral rond de Middellandse Zee voorkomen. Het areaal van Bleek schildzaad omvat verder de gebieden rond de Zwarte Zee, de Balkan en het midden en oosten van Europa. Schildzaden worden wel gebruikt als borderplanten en soorten voor rotstuinen. De enige soort uit het geslacht Schildzaad die als inheems in Nederland beschouwd kan worden is de hier behandelde Bleek schildzaad. Het komt nog voor op een aantal plekken in de duinen in Zuid-Holland en in België. Het voorkomen van de soort op de bovenrand van kalkgroeves sluit aan bij de groeiplaatsen op droge, kalkrijke en zanderige grond.

Een veel toegepast sierplant in rotstuinen is de verwante meerjarige soort Rotsschildzaad, Alyssum saxatile.

De plantensoort 'Bleek schildzaad' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Bleek schildzaad kiemt normaal gesproken in de herfst en overwintert als een rozet. Ze moeten wel op het juiste moment water in de vorm van regen krijgen. Dan kunnen ze op de droge plekken waar ze staan bloeien. Als de zomer te wisselvallig is met regenperiodes en droogtes kan de plant daar niet tegen en kan ze zich niet handhaven. Ze kiemt te vroeg, of kan niet op het juiste moment in  bloei komen. Dit verklaart ook waarom een noordwestelijke uitloper van het areaal langs de Rijn en de Gelderse IJssel vrijwel verdwenen is. Enkel op een aantal rivierduintjes, waar vaak beton onder blijkt te liggen, kan het nog gevonden worden.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Bleek schildzaad en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 31-32.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 425-426.  Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 468.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 531.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Alýsum allisoídes

In het Duitse taalgebied heet de plantensoort Kelch-Steinkraut; Rothmaler, W. (1981) Exkursionsflora für die Gebiete der DDR und der BRD. Band 2 Gefässpflanzen, 10e druk: 200.