Witte amarant - Amaranthus albus

Witte amarant is een typisch ruderale soort, die je zelfs in de stedelijke omgeving kunt aantreffen. De naam dankt de plant aan zijn witte stengels, waaraan de spatelvormige kleine bladeren staan die een uit de middennerf uittredend spitsje hebben. De groenige bloemen zitten in kluwens in de bladoksels en de schutbladeren met hun spitse punt bepalen vooral het aanzien van deze kluwens, waarin de meeldraadbloemen en stamperbloemen door elkaar zitten.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

De éénjarige Witte amarant, Amaranthus albus L., uit de Amarantenfamilie of Amaranthaceae is een pioniersoort die veelal matten kan vormen op ruderale terreinen als spoorwegemplacementen, haventerreinen, in de stedelijke omgeving en op uiterwaarden van grote rivieren. De soort is vanuit Noord-Amerika met graan in Europa ingevoerd en dus te beschouwen als een exoot.
Witte amarant is een lage tot middelhoge meest onbehaard kruid. Uit een kiemend zaad ontwikkelt zich een penwortel waarop een sterk vertakte stengel ontstaat. De meeste stengels liggen op de grond, maar er zijn ook stengels die zich oprichten waardoor de plant toch een hoogte kan bereiken van zo'n driekwart meter. De stengels hebben vaak een witachtige kleur, waar de plant zijn Nederlandse naam aan te danken heeft, maar soms kleuren ze ook naar rood, wat bij meer plantensoorten uit de Amarantenfamilie optreedt. Aan de stengels staan de spatelvormige niet al te grote bladeren verspreid. De middennerf treedt als een spitsje van een halve tot een hele mm uit aan de top van de stompe of een beetje uitgerande bladeren. Ze hebben een zogenaamde 'doolhofnervatuur', wat kenmerkend is deze C4 planten.
In de bladoksels zitten de bloemkluwens van elkaar gescheiden. Het is een éénhuizige plantensoort met aparte mannelijke meeldraadbloemen en vrouwelijke stamperbloemen op de dezelfde plant in deze kluwens. De bloemen zijn erg klein en alleen goed met een loep te bekijken. De 3 schutbladeren zijn langer dan de bloemdekbladen en lopen uit in een spits. Deze bloemdekbladen bepalen eigenlijk het aanzien van de bloeiwijzen. Als ze ouder worden kleuren deze naar roos. Het 3-bladig groenig bloemdek is moeilijk te onderscheiden, wordt droogvliezig en valt niet af na de bloei en blijft tegen de vrucht aanliggen. De ongeveer bolronde vrucht bevat een bolvormig 1 zaad van ongeveer een halve mm. De vruchthuid springt overdwars open.
Het zijn zogenaamde C4-planten met doolhofnervatuur die assimileren boven de 12 graden Celsius en dan een snelle groei doormaken.
MM_260728

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Amarant - Amaranthus
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.15 - 0.60 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleur:
groen
Bloeiwijze:
kluwen
Bloemvormen:
drietallig, bloemdek
Bloemtype:
eenslachtig
Bloembladen:
3 bloemdek
Meeldraden:
3 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
3
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, liggend
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
spatelvormig, omgekeerd eirond
Bladrand:
gegolfd
Ondergronds deel:
penwortel
Plantengemeenschappen:

Het oorspronkelijk areaal van Witte amarant is Noord-Amerika. De soort is met graan ingevoerd in Europa en is aanvankjelijk als een adventief te beschouwen in onze contreien. In het zuiden van Europa is de soort inmiddels ingeburgerd en dat lijkt in toenemende mate ook het geval in de Benelux. Vooral in havensteden is de soort is staat zich zelfstandig voort te planten en daarmee te verbreiden.

De plantensoort 'Witte amarant' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Naamgeving: De fraaie naam Amaranthus is ontleend aan het Griekse werkwoord marainein dat uitputten, kwijnen, uitdrogen betekent met daaraan verbonden 'a' dat een ontkenning inhoudt. Daaraan gekoppeld is het woord anthos dat bloem betekent zodat het totaal bloemen die niet uitdrogen weergeeft. Hiermee wordt verwezen naar het droogvliezige bloemdek. Het Nederlandse epitheton 'witte' in de naam is te danken aan de kleur van de stengels (met dank aan Jan van Twisk).

Meer informatie over de ecologie van Witte amarant en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 174

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 299. Of met de nieuwste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni). (2020) Heukels' Flora van Nederland, 24ste druk: 501.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 426.

Cappers, R.T.J., Bekker, R.M. en Feddema, D. (2023) Digital Diaspore Atlas of the Netherlands. Seeds, Fruits and Anthocarps. # 1089a en 1089b.

Denters, T.  (2020) Stadsflora van de Lage Landen, Fontaine Uitgevers: 243.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Amaránthus álbus