Video Determinatie

Torenkruid - Turritis glabra

Aan de typische rechtopstaande stengel met dicht tegen de hoofdas aangedrukte lange hauwen, herken je Torenkruid, Turritis glabra. Zelfs enige maanden na de vrucht- en zaadzetting, als de plant inmiddels verbleekt en afgestorven is, staat ze nog steeds als een toren overend. Tijdens de bloei heeft de plant een blauwgroen berijpt uiterlijk door een waslaag. Het onderste deel van de plant is ruw behaard. De grens tussen het behaarde en onbehaarde deel is erg scherp.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een door zijn blauw-groene kleur opvallende soort uit de Kruisbloemenfamilie is Torenkruis, Turritis glabra L.. De plant dankt zijn naam aan de vorm die zeer smal hoog rechtop is. De plant is vrijwel onvertakt en de trosvormige bloeiwijze zet de rechtopstaande stengel voort.

De stengel is in het onderste deel ruw behaard en verder naar boven ineens onbehaard. Maar daar zijn de stengel en ook de bladeren door een waslaagje blauwgroen van kleur en enigszins berijpt.

Aanvankelijk maakt de tweejarige plant in het eerste jaar van zijn bestaan een rozet en de bladeren in die rozet zijn, net als de onderste stengelbladeren liervormig. De onderste helft van die bladeren is grof bochtig getand tot ingesneden en de bovenste helft is een lob uit een stuk en die is spatelvormig. Er is een beharing met verspreid staande sterharen op die bladeren. Naar boven toe zijn de bladeren lancetvormig met een gave rand. Ze zijn glad. De bladeren zitten aan de stengel met een pijlvormige voet die, als oortjes, de stengel omvat.

De kruisbloemen boven in de tros hebben bleekgele, bijna witte kroonbladen. De bloemen zijn ongeveer 7-8 mm groot. Uit het bovenstandig vruchtbeginsel ontwikkelt zich na bevruchting een rechte hauw die tot wel 5 cm lang kan zijn; soms nog een cm langer. Op doorsnee is de hauw min of meer vierkant. Op de kleppen van de hauw is een duidelijke middennerf te zien.

Na de vrucht- en zaadzetting verbleekt de plant en sterft af. Maar ze blijft nog maanden lang recht overeind staan.

MM_130706, gewijzigd 200311

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Kruisbloemenfamilie - Brassicaceae
Plantengeslacht:
Scheefkelk - Arabis
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.50 - 1.20 meter
Bloeiperiode:
Juni - Juli
Bloemkleuren:
wit, lichtgeel
Bloeiwijze:
-
Bloemvormen:
viertallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kroonbladen, 4 kelkbladen
Meeldraden:
6 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
hauw
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, behaard, gevuld
Schors:
-
Bladstanden:
rozet, verspreid
Bladvormen:
pijlvormig, liervormig
Bladrand:
grof bochtig getand
Ondergronds delen:
penwortel
Plantengemeenschappen:

Het areaal van Torenkruid zijn de gematigde en koude streken van Europa en Siberië. Het areaal breidt nog steeds uit. De soort komt voor op droge stenige plaatsen en in ruigten. In Nederland en België komt de soort voor in de stroomgebieden van de grotere rivieren en verder in Zuid-Limburg en de aangrenzende Belgische gebieden. De plaats waar de opnamen in de video gemaakt zijn is in een ruigte op het voormalige spooremplacement van Mook/Molenhoek. Ook is het een soort van de zoomgemeenschappen op droge tot vochtige voedselrijke grond op de overgang naar grasland en in de randen van struweel. Als zodanig beschrijft Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland Torenkruid als een kensoort van de

33Aa3 Kruisbladwalstro-associatie

De plantensoort 'Torenkruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Een interessante relatie onderhoudt een nieuwe vestiging van Torenkruid in de duinen bij Haarlem. Daar blijkt de Oranjetipvlinder zich bij voorkeur te binden aan Torenkruid. Look-zonder-look, die eertijds als waardplant diende wordt nu nauwelijks nog bezocht. Niet alleen mensen hebben zo hun "liever" voorkeuren.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Torenkruid en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 30.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 424.

In de nieuwe uitgaven van deze flora luidt de wetenschappelijke naam van Torenkruid Turritis glabra; zie Duistermaat, L. (2020) Heukels'Flora van Nederland, 24ste druk: 498. Deze naam is vroeger ook al in gebruik geweest, zoals te zien is in de Flora van Heijmans et al., hieronder.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 522, waar de soort met haar oudere naam Turritis wordt aangeduid.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Turrítis glábra.