Purperorchis - Orchis purpurea

Een van de grotere orchideeënsoorten die je in Nederland enkel aantreft in Zuid-Limburg is de Purperorchis, Orchis pupurea. De orchidee wordt tot zo' 75 tot 90 cm hoog en de standplaats is beperkt tot kapvlakten in hellingbossen en zomen langs kalkgraslanden. Op de bodem vormen ze een bladrozet met grote bladeren, waaruit een stengel tevoorschijn komt met een aarvormige bloeiwijze die tot 10 cm groot kan worden. De bloemen hebben een donkere helm en een lichte lip met rode vlekken.

Een meerjarige orchideeënsoort, die zeer zeldzaam is, is de Purperorchis, Orchis purpurea Huds., uit de Orchideeënfamilie of Orchidaceae. In het zuiden van Limburg is deze aan kelkbodem gebonden plantensoort nog op een enkele plaats te zien.

Uit de ondergrondse overwinteringsorganen, onder meer een knol en het wortelstelsel, ontwikkelt zich een rozet met grote groene bladeren. De bladeren kunnen tot 20 cm lang worden en zijn glanzend aan de bovenkant. Ze lijken wel gelakt. Uit deze rozet komt in de loop van het voorjaar een bebladerde, niet verdikte, stengel tevoorschijn waaraan een grote en langwerpige bloeiwijze ontstaat. Deze bloeiwijze kan wel een decimeter lang zijn en de hele plant bereikt een hoogte van soms wel een meter. deze lange bloeiwijze is duidelijk anders  dan de pyramidale, zoals die bij Hondskruid te zien is. 

De bloemen zijn groot tot wel 2 cm. De drie buitenste bloemdekbladen met twee binnenste vormen als het ware een helm boven op de bloem en de kleur van deze helm steekt donker af tegen de rest van de bloem.  deze 'helmbladen' zijn onderling gedeeltelijk vergroeid. De kleur wordt wel omschreven als koffiebruin, maar ook kan de kleur donker purper gevlekt zijn of zwartpurpur en is daarmee veel donkerder dan de lip van de orchideeënbloem. Deze lip is wit tot licht roze en bezet met donkere rode tot paarse stippen. De lip heeft geen richels, die we wel bij Hondskruid aantreffen. Bloemdekbladen minstens 5 mm lang; en de spoor van de lip is minstens 4 mm lang, maar ten hoogste 1,5 x zo lang als de hele lip.

Van de driedelige onderlip is het middelste deel ook aan de voet al breder dan de twee zijdelingse delen en wel 3 tot 4 maal zo breed en dat middendeel wordt naar de top toe steeds breder en blijkt daar ook nog eens driedelig te zijn met een korte tand tussen de twee grootste helften van het middendeel der lip. Deze onderlip heeft wel iets van een poppetje.

Opmerkelijk is verder de cumarine- toffeegeur die de bloemen afgeven om bestuivers te lokken. deze geur ken je ook van gewoon reukgras.

MM_190503

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Orchideeënfamilie - Orchidaceae
Plantengeslacht:
Orchis - Orchis
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.20 - 0.90 meter
Bloeiperiode:
Mei - Juni
Bloemkleur:
lichtpaars, purper
Bloeiwijze:
aar
Bloemvormen:
orchideeenbloem, met spoor
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
3 sepalen, 3 tepalen
Meeldraden:
1 stuifmeelklompjes
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
-
Stempels:
-
Vrucht:
-
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstanden:
rozet, verspreid
Bladvormen:
elliptisch, langwerpig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds deel:
knol
Plantengemeenschappen:

Het areaal van Purperorchis omvat het midden van Europa en strekt zich uit naar het zuiden tot in het midden van Spanje, Italië en de Balkan en naar het noorden tot in Denemarken en Zuidoost Engeland. In de Euregio rond Zuid-Limburg tref je de Purperorchis aan in loofbossen op de kalkhoudende bodem aldaar. Ook in de bosranden en zomen en ook wel op droge kalkgraslanden is deze zeldzame soort er te vinden.

De plantensoort 'Purperorchis' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Het beheer als kapvlakte in de hellingbossen is noodzakelijk om de soort een goed leefmilieu te geven. Op de kalkgraslanden staat ze graag in de buurt van wat struikgewas, maar er dient op gelet te worden dat dit struikgewas niet de overhand krijgt want dan raakt zo'n kalkgrasland op den duur geheel en al bebost (F.. Boonen en M. Martens, 1971, Een vergelijkend onderzoek naar de Vegetatie op de Berghofweide, een kelkgrasland, gedurende het tijdvak van 1 mei tot en met 30 november 1971. Doctoraal Onderwerp, Geobotanisch Laboratorium, Katholieke Universiteit Nijmegen en Rijksinstituut voor Natuurbeheer.

In het bos in Orsbach in april mei 2019 veel rozetten van Purperorchis gezien. In Veurs op 22 juli 2019 opnamen gemaakt in het Veurse bos van uitgerijpte exemplaren. Teruggaan in mei/juni 2020 voor opnamen van de plant in bloei. Contactpersoon Rik Palmans PSG/NHGL.

Nog meer informatie over de ecologie van de Purperorchis en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 373-375.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 114.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 354. In deze flora wordt de orchidee ook onder de oude naam Bruine orchis vermeld. Deze naam wijst op de donkere helm die als 'koffiebruin' wordt omschreven.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Órchis purpúrea.

In het Duitse taalgebied heet deze orchidee Purpur-Knabenkraut; Rothmaler, W. (1981) Exkursionsflora für die Gebiete der DDR und der BRD. Band 2 Gefässpflanzen, 10e druk: 493.