Kandelaartje - Saxifraga tridactylites

Onder de vele kleine kruiden met witte bloemen is het Kandelaartje er een met een tros met slechts enkele bloemen met witte kroonbladen. Eerst vormt de plant een rozet en later vallen de kleine, wat vlezige bladeren wel op doordat ze ingesneden zijn. Ze kunnen veelvormig zijn van spatelvormig tot drielobbig en soms zelfs handvormig. Het zijn planten van drogere en stenige bodems. Op muren vind je ze ook wel en een opvallende groeiplaats zijn tegenwoordig kerkhoven. 

Een eenjarige plantensoort die erg klein blijft maar meestal opvalt door de roodgekleurde stengels en rossige bladeren is het Kandelaartje, Saxifraga tridactylites L. uit de Steenbreekfamiklie of Saxifragaceae.

Na de kieming vormt zich een rozet van kleine meestal spatelvormige bladeren. Soms kunnen ze ingesneden zijn en daardoor drie lobben hebben. Dat geldt ook voor de bladeren die aan de stengels staan. Als ze gespleten zijn in drie tamelijk spitse lobben, zou je dat kunnen zien als drie vingers, wat terug te vinden is in de wetenschappelijke soortsnaam 'tridactylites', of 'drievingerigheid'. De bladeren zijn vlezig en kleuren vaak ook wat naar rood. De stengels die uit de rozet tevoorschijn komen vertakken nogal sterk en ze eindigen bovenaan met een bloem.

De kelkbladen zijn in het onderste deel vergroeid en de bloem heeft dan ook een kelkbeker die het vruchtbeginsel half omsluit, vandaar dat we het vruchtbeginsel halfonderstandig kunnen noemen. Op de kelkbeker staan wel vijf kelktanden. De witte kroonbladen zijn dubbel zolang als deze een beetje eivormige kelkbladen. Na de bevruchting, meestal is er sprake van zelfbestuiving en -bevruchting blijft de kelkbeker de doosvrucht half omvatten. Het zaad is stoffijn en wordt door de wind verspreid.

De hele plant is bezet met klierharen, waaraan gemakkelijk zandkorrels blijven plakken. Dat is vooral goed te zien op zanderige groeiplaatsen zoals in de duinen. Daar komt de soort van nature voor, maar ook op rotsachtige bodem zoals de vaak vrijwel kale randen van kalksteen- of mergelgroeves. In de duinen komt het vaak samen voor een bladmos, Duinsterretje. Ook op de randen van mergelgroeves staat het samen met dit mos. Een standplaats die eigenlijk ook voldoet aan zo'n droog stenig of rotsig habitat zijn de randen van graven op kerkhoven (Denters, T. (2020) zie naslaginformatie). 

MM_200918

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Steenbreek - Saxifraga
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.01 - 0.17 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijze:
tros
Bloemvorm:
regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kroonbladen, 5 kelkbladen
Meeldraden:
10 in bundels
Vruchtbeginsel:
halfonderstandig
Stijlen:
2
Stempels:
2
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, rood aangelopen
Schors:
-
Bladstanden:
tegenoverstaand en kruisgewijs, wortelstandig-verspreid
Bladvormen:
spatelvormig, ingesneden, lancetvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds deel:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

De meeste andere soorten uit de Steenbreekfamilie komen voor op standplaatsen in de gebergten van Europa vaak tot op grote hoogte in het gebergte, bijvoorbeeld in de Alpen waar ze tot op 4000 meter hoogte voorkomen als in Scandinavië, waar ze standplaatsen bereiken tot op 2300 meter. Kandelaartje daarentegen houdt van droge, stenige en zonnige standplaatsen en het verspreidingsgebied moet je dan ook vooral zoeken rond de Middellandse Zee en het zuidwesten van Azië. In onze contreien zijn de duinen, de bovenranden van oude muren en randen van mergelgroeves natuurlijke standplaatsen en tegenwoordig zie je het ook steeds meer op kerkhoven. Ook vind je Kandelaartje wel op nieuw opgespoten terreinen en tussen het grind in uiterwaarden (Majoor, G.D., et al (2020) zie naslaginformatie).

Levend Archief

Kandelaartje staat dus bij voorkeur op kalkrichels en om te voorkomen dat de soort geheel en al uit de Nederlandse inheemse flora verdwijnt is er een project gestart, geïnitieerd door het Levend Archief, om zaden die uit verzamelde en opgekweekte wilde exemplaren zijn verzameld te herintroduceren op geschikt geachte groeiplaatsen in voormalige kalkgroeves. In dit zelfde project worden ook soorten als Voorjaarsganzerik, Stijf hardgras, Slanke mantelanjer en Tengere veldmuur als zaad uitgezet (De Limburger, 26 januari 2021).

De plantensoort 'Kandelaartje' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Mogelijk dat de naam Kandelaartje zijn oorsprong vindt in het feit dat het nogal eens op kerkhoven te vinden is en een bouw heeft die door de vertakkingen van de stengel wel wat heeft van een meerarmige kandelaar.

Meer informatie over de ecologie van Kandelaartje en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 280-282.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 315. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 331.
Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 665. 
Denters, T. (2020) Stadsflora van de Lage Landen: 209.
Majoor, G.D., O.P.J.H. Op den Kamp, T. de Jong-van Heusden, M.J.M. Martens & R.H.J. Erkens (2020): Natuurlijk Maastricht. Compacte stad in een weids landschap. SNL: pp 178, pp 432, pp 478, pp 513.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Saxífraga tridactylítes