Bosorchis - Dactylorhiza fuchsii

Bosorchis is een opvallende orchidee. Om de soort goed te herkennen en te onderscheiden van Gevlekte en Brede orchis, moet goed gekeken worden naar de twee buitenste zijdelingse bloemdekbladen (of sepalen vergelijkbaar met kelkbladen). Deze staan vrijwel altijd horizontaal naar links en rechts uit en vormen zo één lijn. Ook de lip, het derde petaal biedt aanknoping; deze lip is diep ingesneden en heeft daardoor drie lobben die alle ongeveer even breed zijn. De middelste lob steekt bovendien behoorlijk veel verder uit dan de twee zijlobben. De kleur van de bloemen varieert van lichtroze tot purper en op de lip zijn strepen en punten te zien die een soort honingmerk vormen. De bladeren zijn gevlekt en van onderen meestal glanzend.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Bosorchis, Dactylorhiza fuchsii Druce) Soó werd vroeger wel beschouwd als één van de twee ondersoorten met de naam  Dactylorhiza maculata subspecies fuchsii (Druce) Hyl.. De Bosorchis behoort tot het geslacht Handekenskruid uit de familie van de Orchideeën of Orchidaceae. 

Net als Gevlekte en Brede orchis is Bosorchis een meerjarige plantensoort die ondergronds een knol heeft, die uitloopt in vingers die zich voortzetten in de wortels en zijwortels. Uit deze knol komt de stengel tevoorschijn die in het bovenste deel massief en met merg gevuld is en daardoor niet samendrukbaar, vergelijkbaar met de stengel van Gevlekte orchis. De stengel is glad en groen van kleur. De bladeren staan verspreid aan de stengel en worden naar boven toe steeds kleiner. Ze zijn langwerpig tot lancetvormig en hebben een gave rand; het onderste is daarbij omgekeerd eirond, met de grootste breedte boven het midden van het blad. Aan de bovenkant van de bladeren zijn vlekken te zien. Van onderen zijn ze glanzend. Het onderste blad heeft een bladschede.

Net als bij Gevlekte orchis steekt de bloeiaar met veel bloemen boven de bladeren uit. De drie sepalen en twee petalen wijzen naar buiten. Twee van de sepalen staan bij Bosorchis horizontaal naar links en rechts uit en vormen vrijwel een lijn. Bij zowel Brede als Gevlekte orchis staan die twee zijdelingse sepalen veelal schuin omhoog. Verder heeft Bosorchis een nogal diep ingesneden lip met drie lobben die alledrie ongeveer even breed zijn en waarbij de middelste lob behoorlijk langer uitsteekt dan de twee zijlobben. Dit is ook een onderscheid met Gevlekte en Brede orchis. Bij deze laatste twee soorten steekt de middenlob, die ook wat kleiner is, niet, dat is bij Gevlekte orchis, of maar weinig uit ten opzichte van de zijlobben, wat bij Brede orchis het geval is, terwijl die middenlob bij deze twee soorten duidelijk veel smaller is dan de linker- en rechterzijlob. De spoor aan de lip bevat nectar waar de bestuivers op afkomen.

Het zuiltje is samengesteld uit de twee stempellobben en de ene meeldraad die twee helmhokken heeft met daarin de klompjes stuifmeelkorrels. We noemen deze pollenklompjes polliniën. Boven de stempellobben bevinden zich de twee plakkerige hechtschijfjes van deze polliniën en een bezoekend insect, een bij of hommel die zich tegoed doet aan de nectar in de spoor stoot met zijn kop tegen de hechtschijfjes, die dan op de kop plakken. Als het insect vertrekt zie  je de polliniën als een soort antennes op zijn voorkop staan. Bij een bezoek aan een volgende bloem die in het vrouwelijk stadium verkeert, botsen de polliniën tegen de stempels en kan bevruchting optreden.

Na bevruchting groeit het onderstandig vruchtbeginsel uit tot een doosvrucht met heel veel fijne zaden. Deze stoffijne zaden worden als de vrucht rijp is door naden die dan in de vrucht ontstaan vrijgegeven aan de lucht en ze worden dan door de wind verspreid. De zaden kunnen daardoor een grote afstand overbruggen.

MM_240622

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Handekenskruid - Dactylorhiza
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.25 - 0.60 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleuren:
lichtpaars, roodpaars, roze
Bloeiwijze:
aar
Bloemvorm:
orchideeenbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
3 sepalen, 3 petalen
Meeldraden:
1 stuifmeelklompjes
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
stofzaad
Stengels:
rechtopstaand, met merg gevuld
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
spatelvormig, eirond, lancetvormig, langwerpig
Bladrand:
gaaf
Ondergrondse delen:
knol, gespreide wortels
Plantengemeenschappen:

Het areaal strekt zich uit over Europa, zonder het Middellandse Zeegebied, en tot in het midden van Siberië. Opmerkelijk is dat de orchidee zich vestigt op net aan de natuur vrijgegeven plekken als een soort van pioniersoort.

De plantensoort 'Bosorchis' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Was een door de flora en faunawet wettelijk beschermde plant tot 2017. Niettemin moeten we zuinig zijn op onze orchideeën en ze altijd laten staan. Uitgraven en elders weer ingraven is funest.

Nog meer informatie over de ecologie van Bosorchis en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 367-370.

Kreutz, C.A.J. (Karel) (2019): Orchideeën van de Benelux, deel 1, pp. 230-247.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 109-110. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, H(Leni) (2020) Heukels' Flora van Nederland: 143.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 360; in deze flora wordt de orchidee benoemd als Dactylorhize maculata subsp. fuchsii Christiansen.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Dactylorhíza fúchsii.

In het Duitse taalgebied: Fuchssches Knabenkraut, Orchideengewächse; in Rothmaler, W. (1981) Exkursionsflora, pp.495.