Akkerdoornzaad - Torilis arvensis

Akkerdoornzaad, Torilis arvensis, is een steeds zeldzamer wordende akkerplant. De stengels dragen veerdelige bladeren met hun schede verspreid en aan de toppen van de stengels ontwikkelen zich de schermvormige bloeiwijzen met witte bloemen. Opmerkelijk zijn de typische vruchten met hun stekels met haakvormige uiteinden. Daarmee worden ze gemakkelijk verspreid doordat ze blijven haken in de vacht van dieren.

De één- of tweejarige akkerplant Akkerdoornzaad, Torilis arvensis (Huds) Link, uit de Schermbloemenfamilie of Apiaceae, werd vroeger in Nederland ook wel Zeeuws doornzaad genoemd omdat het voorkomen in Nederland vrijwel beperkt is tot het Deltagebied, maar het is beter om de naam Akkerdoornzaad te gebruiken zodat eenduidig is welke plant je bedoelt als je in het Vlaams sprekend deel van België bent.

De planten hebben op de penwortel een rechtopstaande stengel, die gevuld is en bezet met teruggeslagen haren. Dat maakt de plant een beetje ruw.

De bladeren staan verspreid aan de stengels met hun schedes. Ze zijn twee tot drievoudig geveerd en de deelblaadjes zijn aan de rand ingesneden. Tandjes aan de top van de deelblaadjes zoals bij Heggendoornzaad ontbreken.

De bloeiwijzen bestaan uit samengestelde schermen, maar het aantal samenstellende schermpjes is niet groot, meestal drie tot vijf. Onder het scherm staat een eenbladig omwindsel en dat is een mooi onderscheid met Heggendoornzaad. Onder de schermpjes staan wel meer omwindselblaadjes. De regelmatige bloemen hebben priemvormige kelktanden en witte kroonbladen. deze laatste zijn stralend, dat wil zeggen dat de bloemen die aan de buitenrand zitten van een samengesteld scherm aan die buitenkant grotere kroonbladen hebben dan de andere kroonbladen.

Na bestuiving en bevruchting ontwikkelt het onderstandig vruchtbeginsel zich tot een splitvrucht. De beide helften van de langwerpige vrucht, die groter is dan bij de twee andere Doornzaden, zijn bezet met flinke stekels die aan hun eind haakvormig zijn omgebogen. Dat is een hulp bij de verspreiding van de vruchten met daarin het zaad.

MM_210128

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Doornzaad - Torilis
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.25 - 1.00 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijze:
scherm
Bloemvorm:
regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 kroonbladen
Meeldraden:
5 meeldraden
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
2
Stempels:
2
Vrucht:
splitvrucht
Zaden:
-
Stengels:
geribd of geribbeld, rechtopstaand, gevuld
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvorm:
dubbel geveerd
Bladrand:
ingesneden
Ondergronds deel:
penwortel
Plantengemeenschappen:

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van Akkerdoornzaad is het gebied rond de Middellandse Zee en als cultuurvolger is de plantensoort de landbouwende mens gevolgd tot in West-Europa. De noordelijke grens van zijn voorkomen loopt door het zuiden van Nederland en hoewel de soort vooral 'Zeeuws' was komt ze ook voor in het zuiden van Nederlands Limburg. Je vindt de soort ook in België, bijvoorbeeld aansluitend aan Zuid-Limburg in de Voerstreek.

De plantensoort 'Akkerdoornzaad' komt voor in de volgende plantenassociaties:

De gestekelde vruchten zijn ook bij Akkerdoornzaad, dat overigens steeds zeldzamer wordt, het vermelden waard.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Akkerdoornzaad en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 287-289.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 571.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 649-650.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Tórillis arvénsis