Pinksterbloem, Cardamine pratensis L., siert met zijn trosvormige bloeiwijzen met bloemen met zacht lila kroonbladeren in het voorjaar van april tot juni onze vochtige tot natte graslanden. De Pinksterbloem behoort tot de Kruisbloemenfamilie of Brassicaceae; ze kunnen 15 tot zelfs 50 cm hoog worden.
Reis mee door onze flora. Kruldistel uit de Composietenfamilie. Uit bio-archeologisch onderzoek is bekend dat de algemeen voorkomende Kruldistel al zo'n 3200 jaar voor Christus in onze contreien groeide.
Reis mee door onze flora. Gewoon speenkruid is een tot 30 cm hoge, onbehaarde voorjaarsbloeier uit de Ranonkelfamilie. Deze soort is ingedeeld bij de hoofdgroep Ranonkelachtigen.
Reis mee door onze flora. In natte graslanden, vochtige duinvalleien, in de vegetatiegordel om de rand van vennen staat Egelboterbloem uit de Ranonkelfamilie met kleine alleenstaande bloemen en ongedeelde bladeren. Deze soort is ingedeeld bij de hoofdgroep Ranonkelachtigen.
Een reis door onze plantenfamilies. Douglasspar (SL2259) uit de Dennenfamilie is het gemakkelijkst te herkennen aan de geur van de naalden. Als je die tussen een tweetal vingers fijnwrijft ruik je een frisse sinaasappelgeur. Deze soort is ingedeeld bij de hoofdgroep Naaldbomen.
Als je Maretak in de natuur tegenkomt, kun je er vrij zeker van zijn dat er kalk in de bodem zit. Maretak of Vogellijm is een bolvormige struik die vooral in de herfst, winter en het vroege voorjaar te zien is in bomen.
De bloemen produceren veel nectar en trekken daardoor tot laat in het najaar insecten aan als bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. De rijpende blauwzwarte steenvruchten of bessen worden veel gegeten door allerlei vogels. Zo wordt het zaad van de soort verspreid. In de winter blijft het blad van Klimop groen en aan de heester zitten.
Reis mee door onze flora. Langs de randen van struikgewas en bosschages, en ook in loofbossen op rijke bodem of op buitengoederen is vaak Gele dovenetel uit de Lipbloemenfamilie te vinden.
Reis mee door onze plantenfamilies. Mattenbies (SL1155) uit de Cypergrassenfamilie staat aan de waterkant tot maximaal 3 meter diep. De planten werden vroeger gebruikt om er matten van te vlechten en daar dankt de plantensoort dan ook zijn naam aan. Deze soort is ingedeeld bij de hoofdgroep Grasachtigen.
Een reis door onze plantenfamilies. Binnen de Cypergrassenfamilie komt een aantal soorten voor die ogenschijnlijk een ronde stengel hebben. Althans de driekantigheid van de stengel, die zo duidelijk is bij het geslacht Zegge, is door de wel zeer stompe hoek zodanig dat de stengel rond lijkt en zelfs rolrond aanvoelt. Dat geldt ook voor de Gewone waterbies (SL0437) uit de Cypergrassenfamilie. Deze soort is ingedeeld bij de hoofdgroep Grasachtigen.