Video Determinatie

Zwarte toorts - Verbascum nigrum

De slanke hoog opgaande bloeistengels van de toortsen vallen in het midden van de zomer, maar ook na de bloei in de herfst tot in de winter direct op. De Zwarte toorts, Verbascum nigrum, valt op in de bermen en middenbermen van autowegen, in droge graslanden en op ruigten als rivierdijken. Tijdens de bloei vallen de fraaie gele bloemen op in de aarvormige bloeiwijze. Het geheel lijkt dan sterk op een grote meerarmige kandelaar met kaarsen. In de gele bloemen valt verder de rode vlek op.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Zwarte toorts, Verbascum nigrum L., is een plaatselijk vrij algemene en overblijvende soort uit de Helmkruidfamilie. Vooral op droge graslanden en ruderale open zandige droge plekken, als wegbermen, rivierduinen en dijken of spoorwegen kun je de tot 1,5 m wordende aar met veel gele bloemen met een bloedrode vlek aantreffen; zelfs in bermen van autowegen kun je de Zwarte toorts aantreffen als de gebruikte grond zandig en matig voedselrijk is. En ook in de stedelijke omgeving kun je Zwarte toortsen 's zomers bloeiend vinden.

De rozetbladeren en onderste verspreid staande stengelbladeren versmallen tamelijk plotseling in de vijf tot twintig cm lange steel. Ze kunnen een harvormige voet hebben, maar ook zie je wel dat de voet versmald is en aflopend dicht langs de bladsteel. De bladeren hebben een eironde vorm en zijn aan de top toegespitst. De bladrand is grof gekarteld. De bovenzijde is weinig behaard tot vrijwel kaal, maar de onderzijde is viltig.

De hoge stengel kan zich bovenin de bloeiwijze vertakken, waardoor het uiterlijk iets krijgt van een meerarmige kandelaar met kaarsen. Aan de basis vormen zich winterknoppen aan de wortel, waardoor de plant, die bovengronds afsterft, toch meerdere jaren overleeft.

In de aren staan de bloemen in kluwens bij elkaar. De regelmatige bloemen hebben gele bloemkronen van twee cm groot, waarbij de slippen groter zijn dan het buisgedeelte. Onderaan hebben ze een paarsrode vlek en de vijf meeldraden hebben een opvallende paarse wollige beharing. De helmknoppen zijn niervormig.

MM_111203

Laatste wijziging 130709

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Helmkruidfamilie - Scrophulariaceae
Plantengeslacht:
Toorts - Verbascum
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.60 - 1.50 meter
Bloeiperiode:
Juni - September
Bloemkleuren:
paars, rood, geel
Bloeiwijze:
aar
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstanden:
rozet, verspreid
Bladvorm:
eirond
Bladrand:
gekarteld
Ondergronds delen:
winterknoppen
Plantengemeenschappen:

Zwarte toorts is in Nederland plaatselijk algemeen in het zuidoosten en midden van ons land en in de Hollandse duinen. In België is zij vrij algemeen in het gebied van de Maas en de Ardennen, elders is zij (vrij) zeldzaam. Deze soort houdt van een droge tot vochthoudende bodem en kan nog groeien in een bijna kalkloze omgeving. Je vindt Zwarte toorts vooral op ruderale terreinen, zoals in de stedelijke omgeving, op zandige rivierduinen en in wegbermen en op spoorbanen. Zij is een van de beeldbepalende soorten in de 31Ba1 Slangenkruid-associatie, die je onder meer aantreft in de Duinen en op rivierduinen langs de grote rivieren. Uitgebreid kan dit nagelezen worden in Schaminee, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland.

De plantensoort 'Zwarte toorts' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Zwarte toorts is in tegenstelling tot de andere toortsen een overblijvende soort, die reservevoedsel opslaat in winterknoppen aan de stengelbasis, voordat de bovengrondse delen in de winter afsterven. Ook de geur die ze afgeeft is heel typisch en lijkt sterk op die van Helmkruid.

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van Zwarte toorts verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 198.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 492.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk:

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Verbáscum nígrum