Smalle wikke - Vicia sativa subsp. nigra

Een wikke een of twee en een enkele keer vier bloemen in de oksels van de verspreide bladeren is Smalle wikke, Vicia sativa subsp. nigra. De blauwpaarse tot roodpaarse bloemen kunnen in grootte variëren van 1 tot 2 cm. Smalle wikke heeft verspreid staande geveerde bladeren, die aan het eind een rank hebben. De deelblaadjes zijn 2-3 mm breed en lancet- tot lijnvormig. In tegenstelling tot de ondersoort Voederwikke maakt Smalle wikke deel uit van onze min of meer natuurlijke graslandvegetaties en je vindt hem ook in de duinen.

De planten uit de Vlinderbloemenfamilie zijn voor de landbouwende mens van oudsher gewild vanwege hun symbiose met stikstofbindende bacteriën. Die symbiose met Rhizobium is geconcentreerd in de wortelknolletjes. Een van de soorten uit deze familie is de Smalbladige of Smalle wikke, Vicia sativa subsp. nigra (L.) Ehrh..

De Smalle wikke is in tegenstelling tot de ondersoort 'sativa' (Voederwikke) wel te beschouwen als een natuurlijke soort en deze komt dan ook spontaan voor in ons landschap en dan vooral in akkergemeenschappen.

Smalle wikke is een klimplant die tot een kleine meter hoog kan worden. Het is een een- tot tweejarige soort, die meestal uit zaad kiemt in de herfst en in de erop volgende voorzomer bloeit. De plant heeft een flink wortelstelsel. Dit reikt tot ver in de grond en heeft de kende wortelknolletjes. Op de overgang van wortel naar eigenlijke plant vertakt ze en dat blijkt soms ondergronds te gebeuren. Soms lijkt het of de plant uitlopers heeft, maar dat blijkt dan de kruipende basis van de stengel te zijn. Ook zie je wel dat de soort niet of nauwelijks klimt; dan ligt ze op de zandige bodem. Dat is vooral zo bij de duinvariant.

De onderste bladeren aan de stengels slechts één of twee paar deelblaadjes, maar hoger aan de planten zijn drie tot zes paar smalle, 2-3 mm brede, deelblaadjes aan de verspreid staande bladeren te onderscheiden. Er zijn duidelijke getande steunblaadjes.

De bloemen van Smalle wikke staan in de oksels van de bladeren. Het aantal is vaak slechts één, soms staan er twee en een enkele keer ook wel vier bij elkaar. Bij de Smalle wikke zijn de bloemen niet groter dan 10-20 mm. De kleur van de bloemen is roodachtig paars, met weinig verschil tussen de kleur van de vlag en de zwaarden, maar de laatste net iets meer rood. Later kleuren de bloemen naar iets meer blauwpaars. De tanden van de kelk zijn iets korter dan de kelkbuis. Na bestuiving en bevruchting groeit het vruchtbeginsel uit tot een 4 cm lange peul. Als deze rijp is kleurt ze zwart en bij het openspringen draaien de kleppen zich tweemaal om hun as.

Voederwikke, de tweede ondersoort, heeft bloemen die veel groter zijn en wel tot zo'n 3 cm.

MM_130326

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Vlinderbloemenfamilie - Fabaceae
Plantengeslacht:
Wikke - Vicia
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.10 - 1.00 meter
Bloeiperiode:
Mei - Juli
Bloemkleuren:
paars, rood, blauw
Bloeiwijze:
alleenstaande bloem
Bloemvormen:
vlinderbloemtype, tweezijdig symmetrisch
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
peulvrucht of boon
Zaden:
-
Stengel:
klimmend
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
even geveerd, met rank
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
wortelknollen (met )
Plantengemeenschappen:

Het areaal van Smalle wikke (vroeger ook wel Smalbladige wikke genoemd) omvat Europa en de aansluitende delen van Noord-Afrika en Zuidwest-Azië. In onze contreien is het een algemene soort, met uitzondering van de zeekleigebieden en de laagveengebieden in Holland, Friesland en Groningen. Het is een soort die tot de akkergemeenschappen gerekend wordt, zoals beschreven in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland

30Ba Windhalm-verbond

30Ba2 Associatie van Ruige klaproos

De plantensoort 'Smalle wikke' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Naast de beschreven twee ondersoorten van Vicia sativa, moeten nog minstens twee andere genoemd worden. Van de ondersoort "nigra" bestaat een duinvorm, die in alle opzichten kleiner en fijner is dan de beschreven ondersoort. De planten blijven veel kleiner en worden zelden groter dan 30 cm. Het aantal paren deelblaadjes is gering 3 à 4 en de deelblaadjes zijn erg smal. Ze heeft altijd maar één bloem in de bladoksels, die diep roodpaars van kleur is en in de lente bloeit. Verwar deze soort niet met Lathyruswikke, waar ze veel op lijkt.

Een forsere variant bloeit in de voorzomer en zomer. Bij deze variant staan de bloemen steeds met z'n tweeën in de bladoksels. De deelblaadjes zijn breder dan bij de duinvorm.

De wat vreemde naam Wikke (D:Wicke) stamt zeker af van het Latijnse Vicia . Wie de Wikkes kent weet dat ze graag klimmen. Hier ligt de bron van de naam in het Latijnse vincire dat omwinden, boeien betekent. Het Latijnse sativa betekent gezaaid . Daarnaast zal nigra nog de bijna zwarte zaden en peulen op het oog hebben (met dank aan Jan van Twisk).

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Smalle en Voederwikke en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 122-124.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 363?

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 774.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Vícia satíva