Video Determinatie

Noorse esdoorn - Acer platanoides

Als straatboom aangeplant vind je in steden de in april met gele rechtopstaande tuilen bloeiende Noorse esdoorn, Acer platanoides. De bloemen zijn regelmatig, vijftallig, en komen aan de boom nog voor dat de bladeren ontluiken. De bladeren hebben de vorm van een hand en ze zijn diep ingesneden. De rand van de bladslippen zijn weinig maar spits getand. Als de bomen vrucht zetten, vallen de gevleugelde vruchten in het najaar al draaiend naar beneden.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Als straatboom aangeplant vind je in steden de in april met gele rechtopstaande tuilen bloeiende Noorse esdoorn, Acer platanoides L. uit de Zeepboomfamilie. De boom is vrijwel altijd aangeplant, maar kan ook wel verwilderen. Zo nu en dan vind je de boom dan ook in loofbossen.

Voordat er bladeren aan de boom ontluiken, ontvouwen zich de rechtopstaande tuilen met een flink aantal bloemen. Deze bloemen zijn regelmatig en hebben vijf kelk- en kroonbladen, die alle geel gekleurd zijn. Hoewel de bloemen in beginsel tweeslachtig zijn, zie je bij goede beschouwing dat elke bloem functioneel ofwel mannelijk ofwel vrouwelijk is. In de praktijk kun je ze daarom als eenslachtige bloemen zien. In de mannelijke bloemen ontwikkelen zich de 8 meeldraden. Als deze hun pollen hebben vrijgegeven, vallen ze al snel van de boom af. De functioneel vrouwelijke bloemen hebben een bovenstandig vruchtbeginsel. Dit is tweehokkig en heeft dan ook twee stijlen met stempels. Het vruchtbeginsel heeft de vorm van een U. In deze bloemen worden de 8 meeldraden wel aangelegd, maar ze openen niet. Er kan een zekere afwisseling optreden in de bloei. Soms zijn de mannelijke bloemen als eerste rijp, soms de vrouwelijke. Onder in de bloemen wordt veel nectar geproduceerd en daar komen bijen en andere insecten op af. Deze bloembezoekers zorgen voor de bestuiving en bevruchting.

De tweedelige vrucht heeft in ieder deel een zaad en de vruchtvleugel. Deze vruchtvleugels maken een hoek met elkaar die bijna 180 graden is, maar ze staan niet exact in elkaars verlengde, zoals dat bij de Spaanse aak (of Veldesdoorn) het geval is.

De stam van de Noorse esdoorn is licht grijsgroen van kleur en weinig gegroefd. De bladeren staan kruisgewijs aan de twijgen geplaatst. Ze zijn handnervig en handvormig ingesneden. Meestal kun je vijf bladslippen onderscheiden. De rand van de slippen heeft een klein aantal grote spitse tanden.

MM_130424

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Zeepboomfamilie - Sapindaceae
Plantengeslacht:
Esdoorn - Acer
Plantvorm:
boom
Plantgrootte:
2.00 - 25.00 meter
Bloeiperiode:
April - Mei
Bloemkleur:
geel
Bloeiwijze:
tuil
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
eenslachtig
Bloembladen:
5 kelkbladen, 5 kroonbladen
Meeldraden:
8 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
2
Stempels:
2
Vrucht:
gevleugelde vrucht
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
gegroefd, glad, grijsgroen
Bladstand:
tegenoverstaand en kruisgewijs
Bladvormen:
ingesneden, handvormig
Bladrand:
grof bochtig getand
Ondergronds delen:
hartwortelstelsel
Plantengemeenschappen:

Het areaal van Noorse esdoorn omvat Midden- en Oost-Europa en West-Azi├ź. Behalve als straat- en laanboom vind je de Noorse esdoorn ook in parken en buitengoederen aangeplant. Een enkele keer zijn in loofbossen ook wel verwilderde exemplaren te vinden. Het zou niet verbazen als deze boom zich een vaste plek weet te veroveren in onze bossen. De bodem waar de Noorse esdoorn van houdt is vochthoudend en voedselrijk.

De plantensoort 'Noorse esdoorn' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

De honing die door bijen worden gemaakt van onder meer de vroeg bloeiende Noorse esdoorn is van goede kwaliteit.

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van de Noorse esdoorn verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 22.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 446.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 606.