Video Determinatie

Gewone waternavel - Hydrocotyle vulgaris

De klein blijvende plantensoort Gewone waternavel, Hydrocotyle vulgaris, is goed te herkennen aan de typische bladeren. Ze staan als het ware als een schild op de bladsteel met de oppervlakte op het licht gericht. Maar soms moet je wel even zoeken tussen de overdadige andere vegetatie en bodembedekking. Heb je de typische bladeren echter eenmaal gevonden, dan zie je ze meestal ter plekke meer, en later zijn ze onmiskenbaar. De nog lager bij de grond blijvende, meestal onder de bladeren verborgen bloeiwijzen hebben een paar kransen met kleine witte tot roze bloemetjes.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een vaak klein blijvende plant in allerlei plantengemeenschappen op natte tot vochtige bodem, zoals veen, moeras en blauwgrasland is Gewone waternavel, Hydrocotyle vulgaris L., uit de Klimopfamilie.

Tussen de vegetatie die gevormd wordt door andere plantensoorten van natte graslanden liggen de stengels van de Gewone waternavel op de bodem; ze kruipen als het ware over die bodem, vertakken zich en op de knopen wortelen ze. Aan die zelfde knopen ontwikkelen zich de stelen waarop als een tafelblad het bijna ronde blad staat. Ogenschijnlijk rust dit schildvormig ronde blad met een gelobde rand in het midden op de bladsteel. Maar als je goed naar de structuur van het bladoppervlak kijkt zie je dat er een diepere insnijding tussen de twee lobben is. Dat is de plek waar de twee bladvoeten, links en rechts van de bladsteel met elkaar vergroeid zijn!

De bladsteel is in het onderste deel dat hecht aan de liggende stengel kaal, maar onder het schildvormig bladoppervlak is de steel behaard.

Op de plaats waar de bladsteel aan de stengel hecht is verder te zien dat er twee steunblaadjes zijn.

Ook kunnen daar een of meer rechtopstaande bloeiwijzen staan. Deze blijven zo kort dat de bloeiwijzen onder de schildvormige, ronde bladeren schuilgaan. De bloeiwijzen zijn eigenlijk een samengesteld scherm en doen zich voor als kransen. Aan de steel van de bloeiwijze is een klein aantal kransen met kleine zittende bloemen te zien. Maar daarvoor moet je ze soms vrij prepareren uit de omringende mossen op de bodem. Het aantal kransen kan variëren van een tot vier. De kleine bloemen hebben witte tot roze kroonbladen. De op een splitvrucht lijkende vrucht kan ontstaan door zelfbestuiving, maar ook kruisbestuiving door kleine insecten is waargenomen.

De plantensoort gedijt goed bij zeer vochtige tot natte omstandigheden en is ook goed aangepast bij wisselende waterstanden. Ook betreding kan de soort goed hebben, maar geen overmatige bemesting.

MM_140317

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Klimopfamilie - Araliaceae
Plantengeslacht:
Waternavel - Hydrocotyle
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.05 - 0.20 meter
Bloeiperiode:
Juni - Oktober
Bloemkleuren:
wit, rood, roze
Bloeiwijze:
samengesteld scherm
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 kroonbladen
Meeldraden:
5 meeldraden
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
2
Stempels:
2
Vrucht:
splitvrucht
Zaden:
-
Stengels:
liggend, kruipend
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvorm:
rond
Bladrand:
gelobd
Ondergronds delen:
internodiën wortels
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied van de Gewone waternavel is het westen, midden en zuiden van Europa, en verder in geeigende vochtige milieus in het gebied van het Atlasgebergte in Noord-Afrika en in het aan Europa grenzende deel van Zuidwest-Azië. Met uitzondering van de hooggelegen delen van Zuid-Limburg en de aangrenzende gebieden in België is het een algemene soort in onze contreien langs randen van voedselarme wateren, vennen, in moerassen, in natte graslanden en blauwgraslanden op venige en lemige bodems en ook in natte duinvalleien. Soms kan de soort hele matten vormen. In Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland wordt Gewone waternavel beschreven als een kenmerkende soort in de gemeenschappen van de

09 Klasse van de Kleine zeggen

De plantensoort 'Gewone waternavel' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Gewone waternavel, Hydrocotyle vulgaris is een klein kruid dat in zeer vochtige tot natte gemeenschappen te vinden is. Hoe vreemd het ook moge klinken, het is een plantensoort uit de Klipmopfamilie. De naam Waternavel is goed te verklaren enerzijds door de plaats waar de plantensoort staat en anderzijds de stand van de bladeren boven op de steel. Het blad deukt op die plaats ook nog een beetje in naar beneden, zodat de analogie met een navel en een navelstreng gemakkelijk gelegd kan worden. Daardoor heette de plant vroeger ook wel Navelkruid. Het werd in de volksgeneeskunst ook wel gebruikt als urine-afdrijvend middel (H. Kleijn, 1970, Planten en hun namen).

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Gewone waternavel en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 245-246. In dit deel van de NOF wordt de plantensoort ingedeeld bij de Schermbloemenfamilie

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 546.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 638. Ook in deze flora wordt Waternavel ingedeeld bij de Schermbloemenfamilie.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Hydrocótyle vulgáris.