Citroengele honingklaver - Melilotus officinalis

Citroengele honingklaver, Melilotus officinalis, is vaak samen aan te treffen met de Witte honingklaver op ruderle en verwaarloosde terreinen, maar ook op de taluds van wegen. De planten hebben aan de toppen van de vertakkingen flinke trossen met gele vlinderbloemen. De zwaarden van deze bloemen zijn net iets langer dan de kiel. De kleine peulen worden bruin als ze rijpen en bevatten meestal een zaad.

De zomerse aanblik van onze ruderale ruigtes, zoals spoorwegemplacementen, verlaten industrieterreinen, maar ook stedelijke ruigten wordt in hoge mate mede bepaald door de Citroengele honingklaver, Melilotus officinalis (L.) Pallas, uit de Vlinderbloemenfamilie.

De tweejarige planten kunnen tot wel anderhalve meter hoog worden en de rechtopstaande stengels vertakken heel sterk. Stengels en bladeren zijn zonder haren en klierharen.

De bladeren staan verspreid aan de stengels en zijn allemaal drietallig; het middelste deelblaadje is gesteeld. Ze hebben twee kleine meestal ongetande steunblaadjes op de plaats waar de bladsteel aan de stengel staat. De deelblaadjes zijn kleiner dan 3 cm en ze hebben een getande bladrand. Ze zijn wat meer ovaal dan de wat langgerekte deelblaadjes van de Goudgele honingklaver.

Tijdens de zomermaanden vanaf juli tot ver in de herfst in oktober bloeit Citroengele honingklaver uitbundig met zijn vele citroengele bloemen die in lange trossen staan aan het eind van de stengels en de stengelvertakkingen. Deze soort bloeit langer dan de Witte honingklaver die in dezelfde vegetaties voorkomt. De bloemkronen zijn langer dan 4,5 mm (tot zo'n 7 mm) en de twee zwaarden zijn langer dan de kiel; als de kiel even lang of langer dan de zwaarden is, heb je te maken met de Goudgele honingklaver die goudgele bloemen heeft. De vlag van de bloem staat onder een hoek van 90 graden ten opzichte van de rest van de bloem. De kelktanden zijn minder behaard dan bij de Goudgele honingklaver. Als de bloemen worden open gemaakt kun je zien dat het vruchtbeginsel op een kort steeltje van 1 mm staat. De bloemen worden bezocht door bijen die voor de bestuiving en bevruchting zorgen.

De vruchten zijn kleine peultjes met meestal maar 1 zaad. Ze zijn, als ze rijp zijn, bruin en met dwarse richels getekend. Ook zijn ze kaal. Aan de top zit vaak nog een stuk van de stijl als een soort van snavel.

De tweejarige planten hebben een dikke penwortel en ze overwinteren door in die penwortel reserves op te slaan en winterknoppen te ontwikkelen. In het eerste jaar bloeien de planten nog niet, maar in het tweede jaar wel.

MM_141211

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Vlinderbloemenfamilie - Fabaceae
Plantengeslacht:
Honingklaver - Melilotus
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.25 - 1.50 meter
Bloeiperiode:
Juli - Oktober
Bloemkleur:
geel
Bloeiwijze:
-
Bloemvormen:
vlinderbloemtype, tweezijdig symmetrisch
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
peulvrucht of boon
Zaden:
-
Stengels:
hol, rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
drietallig, oneven geveerd, samengesteld
Bladrand:
getand
Ondergronds delen:
penwortel
Plantengemeenschappen:

De Citroengele honingklaver heeft een verspreiding die bijna heel Europa omvat en het westen van Azië. Tegenwoordig is de soort als zogenaamde neofiet (nieuw gekomen plant) ook te vinden in de overige gematigde gebieden van het noordelijk halfrond. Citroengele honingklaver heeft in Nederland een verspreiding die overeenkomt met die van witte honingklaver. Je treft de soorten vaak samen aan. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland deelt de soort als kenmerkende soort in in de

31Ca1 Honingklaver-associatie

De plantensoort 'Citroengele honingklaver' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Citroengele honingklaver is vroeger wel gebruik als een geneesmiddel tegen allerlei ontstekingen; ze werd dan verwerkt als bestanddeel in pleisters. Daarnaast is de soort in gedroogde toestand ook gebruikt als mottenwerend middel. Het vond daarbij toepassing tussen schone kleding, zoals tegenwoordig lavendel ook nog wel gebruikt wordt om schoon wasgoed een frisse geur te laten behouden.

De soort is gemakkelijk te verwarren met de andere Honingklaver met gele bloemen, de Goudgele honingklaver. Het onderscheid moet gemaakt worden aan de hand van de lengte van de zwaarden ten opzichte van de kiel, de stand van de vlag ten opzichte van de rest van de bloem en het aantal zaden in de kleine peulen:

Citroengele honingklaver Goudgele honingklaver

zwaarden: langer dan de kiel even lang of net iets korter dan de kiel

vlag: maakt een hoek van 90 hoek is betrekkelijk gering t.o.v. de rest van de bloem

peultjes: meestal 1 zaad meestal 2 zaden

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Citroengele honingklaver en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 134

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 367.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 761; in deze flora wordt de soort Akkerhoningklaver genoemd.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Melilótus officinális.