Video Determinatie

Aardaker - Lathyrus tuberosus

De scharlakenrode vlinderbloemen van Aardaker kunnen opvallen in de randen van niet al te zeer bemeste akkers of ook wel in de bermen langs wegen. Met de ranken aan de bladeren kan de plant zich in een akkergemeenschap omhoogwerken. De soort is dus te beschouwen als een klimplant. De bloemen worden vooral bezocht door bijen die op de geur af komen.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Onder de groep van planten uit de Vlinderbloemenfamilie die met behulp van ranken aan de bladeren omhoog klimmen in een vegetatie neemt Aardaker, Lathyrus tuberosus L., een bijzondere plaats in, omdat vroeger de knolletjes van deze plant wel gegeten werden.

Met zijn wortelstelsel vormt Aardaker ondergrondse uitlopers. Daarmee kan de plant zich op zijn groeiplaats verder uitbreiden. Op de vertakkingspunten van deze uitlopers ontwikkelen nieuwe wortels. Deze zwellen aan de aanhechtingsplaats op tot kleine knolletjes. In die knolletjes wordt door de plant reserve materiaal opgeslagen. Maar ze kunnen met grondverplaatsing ook weer dienen als basis voor een nieuwe plant. Deze wortelknollen werden vroeger ook wel door mensen gegeten, maar niet al te veel, want ze zijn vergiftig.

De uit de wortelstokachtige ondergrondse uitlopers tevoorschijn komende stengels zijn kantig op doorsnee en nauwelijks gevleugeld; ook lijsten ontbreken. Ze liggen op de bodem, maar zodra de ranken van de bladeren andere planten vinden winden ze zich daaromheen en kunnen zich zo omhoogwerken. De verspreid staande bladeren bestaan uit twee ovale tot elliptische deelblaadjes en de steel loopt uit in een rank, die als analoog aan het topblaadje is te beschouwen. Aan de voet van de bladsteel staan steunblaadjes die half spiesvormig zijn. Ze hebben geen twee, maar slechts een naar opzij stekend spiesvormig bladdeel. De nerf van de deelblaadjes treedt als een klein topspitje naar buiten.

Uit de okselknoppen komen armbloemige trossen met scharlakenrode vlinderbloemen tevoorschijn. Met name de vlag en de eveneens rode zwaarden vallen daardoor goed op. De kiel is meestal wit. Bestuiving gebeurt door bijen die worden aangetrokken door de geur, die sterk lijkt op die van de Welriekende lathyrus. Na bevruchting groeit het vruchtbeginsel uit tot een peulvrucht. De meestal twee zaden in de peul zijn giftig.

MM_131013

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Vlinderbloemenfamilie - Fabaceae
Plantengeslacht:
Lathyrus - Lathyrus
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.30 - 0.90 meter
Bloeiperiode:
Juni - Augustus
Bloemkleur:
rood
Bloeiwijze:
tros
Bloemvormen:
vlinderbloemtype, tweezijdig symmetrisch
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
peulvrucht of boon
Zaden:
-
Stengels:
vierkantig, liggend, klimmend, gevuld
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
even geveerd, met rank
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied van Aardaker strekt zich van het noorden van Spanje over het midden en oosten van Europa uit tot in Centraal-Azië. Mogelijk werden de knolletjes van Aardaker in India destijds al gebruikt als een soort voedselvoorraad voor barre tijden en is de plant als voedselplant van daaruit verspreid. Uit opgravingen is gebleken dat bij het begin van de landbouwactiviteiten in Europa Aardaker al bekend was. Naast het voorkomen in akkerranden tref je Aardaker tegenwoordig ook wel aan in wegbermen. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschrijft de plant als belangrijke soort in de

30Ba2 Associatie van Ruige klaproos

De plantensoort 'Aardaker' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Let erop dat zowel de zaden als de knolletjes giftig zijn. Lathyrisme is een vorm van voedselvergiftiging die terug te voeren is op het te overmatig eten van deze knolletjes. In de latijnse naam voor knol, namelijk tuber, is de wetenschappelijke soortsnaam tuberosus te herkennen.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Aardaker en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 127.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 364.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 778.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Láthyrus tubérosus.