Video Determinatie

Witte honingklaver - Melilotus albus

Op ruderale terreinen en in bermen van verkeerswegen zie je in de zomer de witte bloemtrossen van de Witte honingklaver, Melilotus albus. De planten vallen op door hun uitbundige bloei en struikachtig uiterlijk; ze kunnen immers hoog worden tot zo'n 1,5 m.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

De zomerse aanblik van onze ruderale ruigtes, zoals spoorwegemplacementen, verlaten industrieterreinen, maar ook stedelijke ruigten wordt in hoge mate mede bepaald door de Witte honingklaver, Melilótus álbus Medik, uit de Vlinderbloemenfamilie.

De tweejarige planten kunnen tot anderhalve meter hoog worden en de rechtopstaande stengels vertakken heel sterk. Stengels en bladeren zijn zonder haren en klierharen.

De bladeren staan verspreid aan de stengels en zijn allemaal drietallig; het middelste deelblaadje is gesteeld. Ze hebben twee kleine meestal ongetande steunblaadjes op de plaats waar de bladsteel aan de stengel staat. De deelblaadjes zijn kleiner dan 3 cm en ze hebben een getande bladrand. Ze zijn wat meer vaal van vorm dan de deelblaadjes van de Goudgele honingklaver.

Tijdens de zomermaanden vanaf juli tot in september bloeit Witte honingklaver uitbundig met zijn vele witte bloemen die in lange trossen staan aan het eind van de stengels en de stengelvertakkingen. Deze soort bloeit wat korter dan de Goudgele honingklaver die op dezelfde standplaatsen voorkomt. De witte bloemkronen zijn 4-5 mm lang en de twee zwaarden zijn even lang als de kiel, maar de vlag van de bloem is langer dan kiel en zwaarden. De bloemen worden bezocht door bijen die voor de bestuiving en bevruchting zorgen.

De vruchten zijn kleine peultjes met meestal 1 zaad. De peultjes zijn, als ze rijp zijn, donkerbruin en kaal. Wat wel opvalt ziojj de drie tot zes dwarsrichels. Aan de top zit vaak nog een zeer kort stukje van de stijl als een soort van snavel.

De tweejarige planten hebben een dikke penwortel en ze overwinteren door in die penwortel reserves op te slaan en winterknoppen te ontwikkelen. In het eerste jaar bloeien de planten nog niet, maar in het tweede jaar wel. Het is een plant die houdt van zonnige en open plaatsen.

MM_130121

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Vlinderbloemenfamilie - Fabaceae
Plantengeslacht:
Honingklaver - Melilotus
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.30 - 1.50 meter
Bloeiperiode:
Juli - September
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijze:
-
Bloemvormen:
vlinderbloemtype, tweezijdig symmetrisch
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
peulvrucht of boon
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
drietallig, oneven geveerd
Bladrand:
getand
Ondergronds delen:
penwortel
Plantengemeenschappen:

Witte honingklaver komt in ruderale ruigten voor. De plant stamt uit Oost-Europa of Midden-Siberië maar is nu een kosmopolitisch voorkomende soort van het noordelijk halfrond. Het is een cultuurvolger die wordt gebruikt als veevoer en om de bodem te verbeteren. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland ziet de soort als een kensoort van de

31Ca1 Honingklaver-associatie

De plantensoort 'Witte honingklaver' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Sinds de Middeleeuwen is de plant ook verwilderd en maakt nu deel uit van ruderale gemeenschappen. Je vindt Witte honingklaver ook veel in de bermen van wegen en op industrieterreinen. Ook voelt de soort zich thuis op insnijdingen in het kalkplateau van Zuid-Limburg, waar ze dan op de richels tegen de hoge loodrechte kalkwanden gedijt.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Witte honinigklaver en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 134.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 366.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 760.