Video Determinatie

Schaduwkruiskruid - Senecio ovatus

Een tamelijk hoog opgaand Kruiskruid dat je vooral aantreft op kapvlakten, beschaduwde bosranden en struweelranden is Schaduwkruiskruid, Senecio nemorensis, of ook wel genoemd Senecio ovatus of Senecio fuchsii. De planten hebben grote langwerpige, getande bladeren. Boven in de plant vertakt de roodbruine stengel die eindigen in hoofdjes. Deze hoofdjes tellen naast de buisbloemen maar een klein aantal lintbloemen. Meestal vind je zo rond de vijf lintbloemen per hoofdje. Het hoofdje heeft dan iets van kaalgeplukt, zeker in vergelijking met een soort als Jakobskruiskruid of Bezemkruiskruid.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Tot de Composietenfamilie behoort een aantal Kruiskruiden, waaronder Schaduwkruiskruid, Senecio ovatus of Senecia nemoralis subsp. fuchsii. Het Schaduwkruiskruid is een soort van licht beschaduwde plaatsen van hellingbossen en heeft dan ook, wat Nederland betreft, een verspreidingsgebied of areaal dat zich beperkt tot Zuid-Limburg en de omgeving van Nijmegen. Elders is het zeldzaam en soms enkel adventief aan te treffen.

De tamelijk grote planten komen tevoorschijn uit een kleine wortelstok, die zich ondergronds enigszins kan uitbreiden. De kruidige planten sterven aan het eind van het jaar bovengronds af, maar vroeg in het nieuwe voorjaar groeien weer jonge stengels uit. De kantige stengel heeft vaak een rode kleur. De verspreid staande bladeren zijn olijfgroen van kleur en hebben een langwerpige tot lancetvormige vorm. Ze kunnen ruim een decimeter groot worden en hebben een getande bladrand. De tanden wijzen af naar de buitenzijde van het blad; bij Rivierkruiskruid wijzen de tanden naar voren naar de top van het blad. De bladeren versmallen in een kort steeltje en bij kneuzing geven ze een sterke aromatische geur af. Die korte steel is ook een onderscheid met Rivierkruiskruid. Bij die soort zijn de bladeren met een ronde bladvoet direct zittend aan de stengel.

In het bovenste deel van de stengel treedt vertakking op, waardoor tijdens de bloei een pluimvormige bloeiwijze ontstaat met daarin flink wat hoofdjes. De hoofdjes zijn tamelijk smal en bevatten een beperkt aantal buis- en lintbloemen. Het binnenomwindsel van het hoofdje bestaat uit gemiddeld 8 smalle omwindselblaadjes. Het aantal lintbloemen in het hoofdje bedraagt gemiddeld zo'n 5 exemplaren. Omdat de lintbloemen ook nog eens niet regelmatig verdeeld zijn over het hele hoofdje, is het net alsof een hoofdje er wat afgeplukt uitziet. Na bevruchting door bijen groeit het onderstaand vruchtbeginsel van de bloemen uit tot een nootje met een geelachtig pappus. Het nootje is in de lengterichting geribd.

MM_131010

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Composietenfamilie - Asteraceae
Plantengeslacht:
Kruiskruid - Senecio
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.60 - 1.50 meter
Bloeiperiode:
Juli - September
Bloemkleur:
geel
Bloeiwijze:
hoofdje
Bloemvormen:
lintvormig, buisvormig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengels:
geribd of geribbeld, rechtopstaand, gevuld, kantig
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
lancetvormig, enkelvoudig (gewoon blad), langwerpig
Bladrand:
getand
Ondergronds delen:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied van Schaduwkruiskruid, en wel de subsp. fuchsii, is het midden en zuidoosten van Europa. Het is een tamelijk zeldzame soort, die het meest nog voorkomt in Zuid-Limburg en de Belgische Ardennen. Aangezien Nederland aan de noordgrens van het areaal ligt komt de plant ook nog voor in de buurt van Nijmegen in het zogenaamd Centreuroop district. Maar verder is de plantensoort zeldzaam slechts op een aantal andere, verspreide plekken te vinden. Ze is soms ook wel als adventief te vinden; in die gevallen is ze meestal meegevoerd met getransporteerd hout of bodemmateriaal. Een enkele keer, als dergelijk transport zeker niet het geval geweest is, is ze mogelijk als zaad komen aanwaaien.

De plantensoort 'Schaduwkruiskruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Het totale areaal van de overkoepelende soort Senecio nemorensis strekt zich uit van Nederland tot in Japan. De beste ontwikkeling heeft Schaduwkruiskruid tussen houtige begeleiders als Bramen en Vlieren aan bosranden, op kap- en stormvlakten, langs insnijdingen langs wegen en spoorwegen en in door bomen beschaduwde graften.

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van Schaduwkruiskruid, de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 99-100.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 612.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 1083-1084; in deze flora Senecio fuchsii genoemd.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Senécio nemorénsis of Senécio ovátus.