Video Determinatie

Welriekende ganzenvoet - Chenopodium ambrosioides

Welriekende ganzenvoet, met de welluidende, wetenschappelijke naam Chenopodium ambrosioides kunnen we op rivierstranden langs de grote rivieren tegenkomen, maar is daar nog steeds vrij zeldzaam. De plant kan vrij fors worden, tot bijna 1 meter hoog en wel bijna zo breed. Deze soort heeft een aangename citroengeur. Ganzenvoeten zijn wel herkenbaar, denk maar aan Melganzenvoet als opvallend akkeronkruid. Ook deze plant kent, vooral in de jongere delen, een melig uiterlijk. De opvallende bloemtrossen of bloemkluwens van Welriekende ganzenvoet dragen relatief smalle en lange bladeren van meestal meer dan 3 cm lengte, daarmee, en met de andere geur, onderscheidt ze zich van Druifkruid, die meer naar terpentine ruikt.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Welriekende ganzenvoet met de wetenschappelijke naam Chenopodium ambrosioides, wordt ingedeeld bij de Amarantenfamilie of Amaranthaceae. Ganzenvoeten zijn aan Spinazie en Biet verwante soorten. Ambrosioides betekent amberachtig of naar amber geurend, de geur doet echter meer aan citroen denken. Deze geur komt vrij bij het aanraken van de plant waarbij de klierharen worden beschadigd. Planten van deze soort worden tot 80 cm en soms tot ongeveer 1 meter hoog, en zijn breed onregelmatig vertakt.

De bladeren zijn vlak, langwerpig tot driehoekig en smal, de bovenste zijn gaafrandig, de onderste ondiep ingesneden tot gelobd. De grootste bladeren zijn daarbij langer dan 3 cm.

Vooral de jongere bladeren hebben naast kort gesteelde gele klierharen ook blaasharen. Deze laatste zijn haren waarbij de top opgezwollen is en met vocht gevuld. Ze hebben een grijs tot zilverwit uiterlijk en het plantenonderdeel waarop ze zitten voelt daarbij melig aan. De blaasjes hebben wateropslag als functie waarbij de plant, bij droogte, hiervan gebruik maakt.

We vinden kleine, groene tweeslachtige bloemen met een bovenstandig vruchtbeginsel met 3 stempels, 5 meeldraden en 5 bloemdekbladen of -slippen. Deze slippen zijn niet met het vruchtbeginsel vergroeid. De bloemen staan aan de top van de stengels in kluwens bijeen tussen de bladeren en zijn gerangschikt in pluimen van 3 tot 7 cm lengte. De bloeitijd is van juni tot oktober. De vruchten zijn roodbruine nootjes.

GB _2014-11-24

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Amarantenfamilie - Amaranthaceae
Plantengeslacht:
Ganzenvoet - Chenopodium
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.30 - 1.00 meter
Bloeiperiode:
Juni - Oktober
Bloemkleuren:
geel, groen
Bloeiwijze:
kluwen
Bloemvorm:
bloemdek
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 bloemdek
Meeldraden:
5 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
3
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, gevuld
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
enkelvoudig (gewoon blad), langwerpig
Bladranden:
getand, gelobd
Ondergronds delen:
penwortel
Plantengemeenschap:
-

De oorspronkelijke herkomst is tropisch Amerika, en wel voornamelijk uit Midden- en Zuid-Mexico. Tegenwoordig is de soort ingeburgerd in verschillende tropische tot gematigde streken. De standplaatsen zijn te vinden op voedselrijke, vochtige en omgewerkte grond.

In Nederland nog zeer zeldzaam als aangevoerde, adventieve plant, en dan op ruderale plekken, op stortterreinen en, nog het meest, op rivierstranden. In België is deze Ganzenvoet-soort op een aantal plaatsen in Vlaanderen en in de Kempen ingeburgerd.

Kennelijk is heeft deze soort nog geen vaste plaats in een plantengemeenschap ingenomen. Bij Schaminee et al., 2010, Veldgids Plantengemeenschappen, vinden we dan ook geen vermelding.

De plantensoort 'Welriekende ganzenvoet' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Veel planten uit deze familie zijn eetbaar, denk aan Biet (Beta) en aan Brave hendrik (Chenopodium bonus-henricus). Tegenwoordig staat Chenopodium quinoa (Quinoa), al dan niet terecht, volop in de belangstelling als superfood . Bij de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Amerika waren zaden van Amarant-soorten in gebruik als bron van meel. Opmerkelijk is verder dat deze meer eiwit bevatten dan de later ingevoerde graansoorten.

Let wel op! Een aantal Chenopodium soorten bevat toxische stoffen zoals saponinen!

Welriekende ganzenvoet, in het Engels Mexican tea, is een kruid waar aftreksels van gemaakt worden. Enkele van de meest genoemde werkzaamheden zouden het tegengaan van winderigheid, en het bestrijden van wormen zijn. De plant staat ook onder de naam Dysphania ambrosioides bekend.

Bij Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse Oecologische Flora, Wilde planten en hun relaties, vinden we geen vermelding van deze soort.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 302.

Determinatie is ook goed mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 23ste druk: 163.

Uitspraak (klemtoon of accenten) van de wetenschappelijke naam: Chenopódium ambrosioídes.