Video Determinatie

Rogge - Secale cereale

Onder de graansoorten valt Rogge, Secale cereale, op door zijn stijve aar en middellange kafnaalden. Deze laatste zijn langer dan die van Tarwe, maar veel korter dan die van Gerst. Ook hangt de aar over naar een kant. Rogge wordt vooral ingezaaid op akkers; zelden vind je Rogge vrij in de natuur. Je kunt er dan van uitgaan dat zo'n plant afkomstig is van gemorste graankorrels.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Rogge is een van de gedomesticeerde grassoorten. Bij het begin van de akkerbouw aan het eind van de laatste ijstijd heeft de mens uit de plantenfamilie van de grassen een aantal grassoorten door veredeling doorgekweekt tot belangrijk voedingsgewas. Een van de graansoorten die uit dit proces ontwikkeld is, is de Rogge. De soort is oorspronkelijk afkomstig uit Zuidwest Azië en in de loop van de vestigingsperiode van de mens in Europa ingevoerd.

Met Spelt, een andere zeer oude graansoort, was Rogge in de Middeleeuwen een van de basis meelsoorten, waar de mens zijn dagelijks brood uit kon bakken. Nog steeds wordt Rogge geteeld.

Rogge, Secale cereale L., bloeit vanaf eind mei tot in juli, afhankelijk van de zaaitijd en het weer. Het graan is te herkennen aan de lengte van de kafnaalden in de dichte aar, die een klein beetje overhangt. De lengte der kafnaalden bedraagt 3-4 cm, en is daarmee langer dan de kafnaalden van tarwe, maar veel korter dan die van gerst. Deze kafnaald ontspringt aan de buitenste kroonkafjes, de lemma's, die lancetvormig zijn en een gewimperde kiel hebben. De wimpers op de kiel zijn stijfborstelig, waardoor de aar ruw aanvoelt. Meestal zijn er per aartje twee, een enkele keer drie volledige bloemetjes te onderscheiden. De steeltjes van de aartjes zijn kleiner dan 0,5 mm, waardoor het lijkt alsof de aartjes direct op de bloeiwijze-as zijn ingeplant.De twee kelkkafjes aan de buitenzijde van een aartje zijn priemvormig en hebben één nerf.

De stengel van Rogge is onder de aar vaak kort behaard. Bladschede en bladschijf zijn eveneens kort en dicht behaard. Het tongetje op de overgang van bladschede naar bladschijf is kort, zo'n 0,5 tot 1,5 mm. Het is over de hele breedte gelijk van hoogte. De oortjes, kleine aanhangsels die ook op die overgang zitten, zijn kaal.

Rogge is een windbestuiver en het pollen is sterk allergeen. Het is een van de soorten die een bijdrage levert aan de pollenbelasting in de zomer, waar mensen met een graspollenallergie behoorlijk last van kunnen hebben en hooikoortsachtige klachten door kunnen krijgen. Soms geven de ver naar buiten stekende helmhokken zoveel pollen tegelijk af, dat je een wolk van pollen boven een rogge-akker kunt zien zweven.

In het natuurbeheer spelen rogge-akkers een belangrijke rol bij het creëren van een goed milieu voor zogenaamde akkeronkruiden. Deze plantensoorten voelen zich uitstekend thuis in een rogge-akker. Door niet al te veel mest en geen onkruidbestrijdingsmiddelen te gebruiken komen deze akkeronkruiden weer terug in ons landschap.

MM_110507

Laatste wijziging 130728

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Grassenfamilie - Poaceae
Plantengeslacht:
Secale - Secale
Plantvorm:
gras
Plantgrootte:
0.50 - 1.50 meter
Bloeiperiode:
Juni - Juli
Bloemkleuren:
strokleurig, grijs
Bloeiwijze:
aar
Bloemvorm:
grasbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
2 kelkkafje, 2 kroonkafje
Meeldraden:
3 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
graanvrucht of korrel
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
in twee rijen
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
bijwortelstelsel
Plantengemeenschappen:

Rogge, Secale cereale, is oorspronkelijk afkomstig uit Zuidwest Azië en in de loop van de vestigingsperiode van de mens in Europa ingevoerd. Dit is gebeurd na de laatste IJstijd bij het begin van de akkerbouw. Destijds heeft de mens uit de plantenfamilie van de grassen een aantal grassoorten door veredeling doorgekweekt tot belangrijk voedingsgewas. Een van de graansoorten die uit dit proces ontwikkeld is, is de Rogge. Akkerbouw gaf de mens de mogelijkheid zich om voor langere tijden op dezelfde plaats te vestigen en is daarmee een zeer belangrijke factor geweest in de culturele ontwikkeling die de mens heeft doorgemaakt. Er konden voor het eerst ook steden ontstaan, doordat niet iedereen meer betrokken hoefde te zijn bij de voedselvoorziening. Rogge is thans over de hele wereld in gebruik.

De plantensoort 'Rogge' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Rogge-akkers zijn de laatste jaren zeer zeldzaam geworden in België en Nederland. Dat heeft te maken met twee factoren. Op de eerste plaats is roggebrood voor consumptie minder in gebruik, hoewel de vraag naar dit wat hardere brood de laatste jaren weer toeneemt. Men verlangt weer een brood met beet. Op de tweede plaats is door de intensieve veehouderij veel grond nodig voor het verwerken van de mest. Bovendien heeft de landbouwer graag voedingsgewassen met een snelle en hoge opbrengst die voor het vee gebruikt kan worden. Maïs leent zich daar beter toe: het gewas groeit heel snel, produceert veel biomassa en neemt veel stikstof op uit de met mest geïnjecteerde bodem. De laatste jaren is er in zoverre een kentering gaande dat hier en daar mede onder invloed van de keuze voor meer natuurlijke, ecologische voeding en dus ook brood, de vraag naar roggegraan enigszins toeneemt. Bovendien zijn rogge-akkers toevluchtsoorden voor veel akkeronkruiden, die van groot belang zijn voor diverse insecten. In een land als Duitsland wordt Rogge veel hoger aangeslagen door de bevolking dan in de Benelux. Je vindt daar dan ook relatief meer akkers met Rogge.

Over de ontwikkeling van de landbouw en de domesticatie van grassoorten tot bruikbare granen is op diverse plaatsen in de culturele en maatschappelijke geschiedenis van de mens informatie te vinden.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 238.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 296.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Secále cereále