Video Determinatie

Paarbladig goudveil - Chrysosplenium oppositifolium

Een tot bronmilieus en beekjes beperkt voorkomen kent het zeldzame Paarbladig Goudveil, Chrysosplenium oppositifolium. De tere planten hechten met hun klein wortelstokachtige wortelstelsel in de oppervlakte van de zachte bron- of beekbodem. Aan de vierkantige stengels staan de halfronde een beetje niervormige bladeren tegenover elkaar. Tijdens de bloei is de gele kleur van de helmknoppen van de meeldraden en de goudgele glans van de kelkbladen en omgevende schutbladen bepalend.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

De tere in en direct aan het water groeiende planten van Paarbladig goudveil, Chrysosplenium oppositifolium, uit de Steenbreekfamilie zijn het meest opvallend tijdens de bloei in de lente. Dan kun je tegen de matten van groene bladeren de geel gekleurde meeldraden en geel aangelopen kelkbladen en schutbladeren goed onderscheiden.

De stengels van Paarbladig goudveil liggen op de lemige bodem van bronnen en bronbeekjes of op de zeer vochtige direct aangrenzende waterkant. De stengels van deze soort zijn vierkantig, een onderscheid met de driekantige stengels van het Verspreidbladig goudveil. Op de knopen wortelen de planten in de bodem. De stengels zijn liggend en kunnen zich vertakken waardoor grote matten gevormd worden. De hoofdstengels richten zich enigszins op en dragen aan het eind een bloeiwijze in de vorm van een armbloemig bijscherm. De zijstengels lopen uit in een trechtervormige rozet. Op de knopen ontstaan niet alleen de nieuwe wortels, maar vormen zich ook nieuwe bladeren. In het najaar sterven de hoofdstengels af, de zijstengels gaan liggen en overwinteren en krijgen het jaar daarop de functie van hoofdstengel. Zo kunnen zich hele matten en kussens van planten vormen.

Aan de hoofd en zijstengels staan steeds twee paar bladeren tegenover elkaar en bij nauwkeurige beschouwing staan ze zelfs kruisgewijs. De bladeren zijn kort gesteeld en zijn niervormig. De rand is grof gekarteld. Ze zijn ook wat behaard.

De bloemen die met een klein aantal bij elkaar staan aan het eind van de hoofdstengels vormen een armbloemig bijscherm. Ze bestaan uit een vierdelige kelk en hebben geen kroon. Het vruchtbeginsel is halfonderstandig met een stijl en twee stempels. Acht meeldraden staan om dit vruchtbeginsel en hebben goudgele helmknoppen. De kelkbladen zijn ook enigszins geel gekleurd, net als de schutbladeren onder het bijscherm. Dat geeft samen de goudgele indruk van de bloeiwijze tijdens de bloei. In de rest van het jaar ontbreekt deze goudgele kleur en vallen de planten minder op, vooral ook omdat dan vaak de andere vegetatie de overhand krijgt.

Na bevruchting groeit het vruchtbeginsel uit tot een doosvrucht. Deze gaat aan de top open en de bruine zaden komen dan vrij te liggen in een soort van groene, vochtige nap. De zaden worden verspreid door regendruppels die in de nap vallen en door de kracht schieten de zaden dan weg. Zo'n vrucht wordt in de literatuur een 'spettervrucht' genoemd (Weeda et al.).

MM_130506

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Steenbreekfamilie - Saxifragaceae
Plantengeslacht:
Goudveil - Chrysosplenium
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.05 - 0.10 meter
Bloeiperiode:
April - Mei
Bloemkleuren:
geel, groen
Bloeiwijze:
bijscherm
Bloemvormen:
viertallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kelkbladen
Meeldraden:
8 meeldraden
Vruchtbeginsel:
halfonderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, vierkantig, liggend
Schors:
-
Bladstanden:
tegenoverstaand, kruisgewijs
Bladvorm:
niervormig
Bladrand:
gekarteld
Ondergronds delen:
internodiën wortels
Plantengemeenschappen:

De twee Goudveil soorten die in Nederland en België voorkomen zijn gebonden aan het typische milieu van bronnen, kwelplaatsen en bronbeken. Op die plekken heerst niet alleen een constant vochtige omgeving, maar wat vooral belangrijk is, het water is zuurstofrijk en de temperatuur van het bron en kwelwater is zeer constant. Dat laatste komt doordat het water, na als regen te zijn neergekomen op de bodem, behoorlijk wat tijd in die bodem heeft doorgebracht vooraleer het naar buiten treedt. Dat betekent ook dat je aan de constante temperatuur van dit water meteen de gemiddelde jaartemperatuur hebt die ter plaatse heerst. In Nederland is deze temperatuur + 9,6 graden. Dat is ook ongeveer de gemiddelde jaartemperatuur in Nederland. Door Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, wordt Paarbladig goudveil als kensoort beschouwd van

07Aa2 Associatie van Paarbladig goudveil

39Aa2 Elzenzegge-Elzenbroek

43Aa4 Goudveil-Essenbos

De plantensoort 'Paarbladig goudveil' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Paarbladig goudveil is gebonden aan een zeer specifiek gelijkmatig milieu. De temperatuur met name is zeer constant door het uittredend bron- of kwelwater. Dat soort bronnen en kwelwaterplekken bevriest niet in de winter en tijdens warme zomers en droge periodes blijft het water uit de bronnen stromen. Hierin verschillen beide Goudveil soorten nogal van de andere geslachten uit de Steenbreekfamilie, die juist onder meer barre milieu-omstandigheden goed gedijen.

Meer informatie over de ecologie van Paarbladig goudveil en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 283.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 316.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 668.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Chrysosplénium oppositifólium.