Video Determinatie

Kruidvlier - Sambucus ebulus

Bijna als monocultuur op de hellingen van dijken en in bermen in het rivierengebied is in de zomer de Kruidvlier, Sambucus ebulus, te vinden. Maar de zeldzame soort tref je ook aan in de bossen van Zuid-Limburg. De planten herken je aan de grote witte tot roze kleurende schermvormige trossen, de geveerde bladeren en als je aan de bladeren wrijft de typische sterke vliergeur.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

De Kruidvlier, Sambucus ebulus L. uit de Muskuskruidfamilie, onderscheidt zich van de andere vlieren door een groenblijvende kruidachtige en weinig vertakte stengel, die later in het jaar rood kan aanlopen maar kruidachtig blijft. De bladvorm is net als bij de andere vlieren oneven geveerd en de deelblaadjes zijn lancetvormig, spits toelopend en fijn gezaagd. Elk blad heeft bij de aanhechting aan de stengel duidelijke eironde, bladachtige steunblaadjes die eveneens een fijn gezaagde bladrand hebben. De geur van de Kruidvlier is sterker en onaangenamer dan die van de Gewone vlier.

Ondergronds heeft de Kruidvlier wortelstokken. Dit komt opvallend sterk tot uiting bij de begroeiing op dijken en aflopende bermen in het rivierengebied die zelfs een eigen vegetatiekundige associatie vormen. Het zijn bijna monocultures van deze soort. In de wortelstokken slaat de Kruidvlier tijdens de zomer en in de herfst als de plant bovengronds afsterft veel energie op. In het voorjaar groeien de stengels erg snel omhoog en kunnen dan een dichte begroeiing tot stand brengen.

De bloeiwijze van de Kruidvlier bestaat uit een tuil of tros, waarbij de bloemstelen zodanig van lengte zijn, dat er als het ware een min of meer vlak scherm ontstaat. De vijftallige bloemen zijn regelmatig, hebben vijf roomwitte kroonblaadjes met een zweem rood, vijf meeldraden met rode tot bruinrode helmknoppen. Het vruchtbeginsel groeit uit tot een zwarte steenvrucht in de vorm van een bes.

De Kruidvlier is een tamelijk zeldzame soort en staat op de Rode lijst. Je treft de soort aan in het Rivierengebied en ze vormt daar monocultures waarin slechts enkele exemplaren van andere soorten zich kunnen handhaven. Je vindt de kruidvlier dan op dijkhellingen en op aflopende bermen. In Zuid-Limburg tref je de Kruidvlier aan in en in de rand van de hellingbossen; de bodem moet altijd vochtig en kalkhoudend zijn. Daar vind je de soort ook op omgewerkte akkerranden.

Gezien zijn jaarlijkse snelle ontwikkelingscyclus is het niet verwonderlijk dat meermaals maaien funest is voor deze zeldzame plant; de wortelstok wordt dan uitgeput en de plant verdwijnt.

MM_110927

Laatste wijziging 130610

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Muskuskruidfamilie - Adoxaceae
Plantengeslacht:
Vlier - Sambucus
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.60 - 1.50 meter
Bloeiperiode:
Juli - Augustus
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijzen:
tuil, schermvormige tros
Bloemvorm:
regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 meeldraden
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
bes
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, gegroefd, gevuld
Schors:
-
Bladstanden:
tegenoverstaand, kruisgewijs
Bladvorm:
oneven geveerd
Bladrand:
gezaagd
Ondergronds delen:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied van de Kruidvlier is West- Midden- en Zuid-Europa, Noordelijk Afrika en het westelijk deel van Azië. De noordelijke grens van het areaal loopt door Nederland en midden Engeland. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschrijft de soort als kensoort uit de

33Aa6 Kruidvlier-associatie

De plantensoort 'Kruidvlier' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Kruidvlier is een zeldzame plantensoort die op de Rode lijst vermeld is. Het is een giftige plant.

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van de Kruidvlier verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 268.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 573.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 987.

Uits[raak van de wetenschappelijke naam: Sambúcus ébulus.

In het Duitse taalgebied: Zwerg-Holunder, Geissblattgewächse; Kosmos Naturführer (2017). In Rothmaler, W. (1981) wordt ook de naam Attich vermeld.