Video Determinatie

Klein glaskruid - Parietaria judaica

De standplaats van Klein glaskruid, Parietaria judaica, is een wel heel opvallende, namelijk op oude stadsmuren en kademuren is de soort aan te treffen. Het is dan een sterk vertakte laag blijvende plant met bladeren die meestal kleiner zijn dan 5 cm. Ze hebben een gladde rand en eindigen in een spitse punt. De stengels zijn op doorsnede niet hol. De bloeiwijzen bevatten een groot aantal kleine groenachtige bloemetjes met wat rode kleur. Als de soort op de plaatsen staat die eigenlijk de standplaats zijn van Groot glaskruid, zoals tuinen of beschaduwde plaatsen, gaat hun uiterlijk sterk op dat van de verwante soort lijken.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Klein glaskruid, Parietaria judaica L., is een overblijvende plantensoort, die behoort tot de Brandnetelfamilie (Urticaceae). De plant staat in Nederland op de Rode lijst en is wettelijk beschermd. Ze komt voor op oude muren die met kalkspecie zijn opgemetseld, zoals stadsmuren en kademuren. Je vindt haar vooral in het Rivierengebied in de stedelijke situatie. De lijn Amsterdam-Deventer is de noordgrens van het areaal, dat is het gebied waar ze voorkomt.

De plant wordt 10-60 cm hoog en heeft een liggende of opstijgende, gevulde, meestal sterk vertakte stengel. Op de stengels, de bladnerven en onderkant van de bladeren zitten roze of rode haren. De eironde bladeren zijn 2-5 cm lang en hebben een korte, spitse top. Wanneer de plant in de schaduw staat kan ze sterk lijken op Groot glaskruid. De bladeren kunnen dan zelfs groter dan 5 cm zijn. Zo kun je haar bijvoorbeeld vinden in tuinen waar de bodem goed vochtig en voedselrijk is. Kom je Klein glaskruid tegen in parkachtige bossen, dan zijn de planten vergelijkbaar in habitus (hun uiterlijk) met de planten die je op droge oude stadsmuren vinden kunt,

Klein glaskruid is een eenhuizige plant. De plant bloeit van mei tot oktober met witte of roze bloemen, die in dichte groepjes bij elkaar zitten. Van een groepje bloemen, in feite een dubbele schicht met één bloem tussen de twee schichten, is de ene bloem alleen vrouwelijk, terwijl alle andere bloemen tweeslachtig zijn. Ze zijn eerst in het vrouwelijk stadium. De veervormige stempel is dan ontvankelijk voor pollen of stuifmeel. Daarna komen die bloemen in het mannelijk stadium. De 4 opgerolde rijpe meeldraden springen uit het bloemdek en slingeren, net als bij de Brandnetels, hun pollen de lucht in. Elke van deze bloemen heeft een vierslippig bloemdek en staat tussen drie schutblaadjes. Na de bloei groeien de schutblaadjes door tot ze ruim twee maal zo lang ( 3-4 mm) zijn als de nootjes. De schutblaadjes zijn aan de voet vergroeid.

De stengel en de bloempjes blijven makkelijk kleven. Op die manier kunnen zowel delen van de plant als de vruchten verspreid worden.

Klein glaskruid verschilt van Groot glaskruid (Parietaria officinalis) door de niet-holle stengel. Ook de uitgegroeide vruchten van beide soorten verschillen. Bij Klein glaskruid groeien de schutblaadjes relatief sterk uit.

MM_130316

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Brandnetelfamilie - Urticaceae
Plantengeslacht:
Glaskruid - Parietaria
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.10 - 0.80 meter
Bloeiperiode:
Mei - Oktober
Bloemkleuren:
wit, roze, groen
Bloeiwijze:
kluwen
Bloemvorm:
regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
2 bloemdek (kelkbladen), 2 bloemdek (kroonbladen)
Meeldraden:
4 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengel:
-
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
elliptisch, enkelvoudig (gewoon blad)
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

Van nature komt Klein glaskruid voor in het Middellandse Zeegebied en aan de Europese westkust. In de zuidelijke landen van Europa vind je klein glaskruid vaak op plaatsen waar je hier de Grote brandnetel zou vinden. Ze komt daar veel voor ook in het stedelijk milieu bijvoorbeeld langs stoepranden en dergelijke. In Noord-Amerika wordt de plant als een onkruid beschouwd. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschrijft hoe Klein glaskruid gerekend wordt tot het

21Aa Verbond van Klein glaskruid

De plantensoort 'Klein glaskruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Het stuifmeel bevat sterke allergenen en roept daardoor bij een aantal mensen al snel een allergische reactie op.

De planten die we in de video-opnamen laten zien, staan op een beschaduwde plaats in een tuin met goede vochtige tuingrond. Daardoor lijken deze planten sterk op Groot glaskruid, maar ze hebben geen holle stengel. Op grond daarvan is de conclusie gerechtigd dat we in dit geval inderdaad met zeer forse exemplaren van Klein glaskruid te doen hebben.

Meer informatie over de ecologie van Klein glaskruid en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 129-130.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 401.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 392.

Uitspraak wetenschappelijke naam: Parietária judáica