Video Determinatie

Bostulp - Tulipa sylvestris

Vooral op buitenplaatsen in Friesland, langs de Vecht en in het binnenduingebied zijn deze prachtige en sierlijke tulpen te vinden. Bostulpen komen niet van oorsprong in Nederland voor, maar als Stinzenplanten zijn ze al lang in ons land aanwezig. Stinzen zijn Friese buitenplaatsen, versterkte boerderijen, met een bosachtige tuin waar we deze soort, samen met andere vroege soorten het aspect uitmaken.

De planten bloeien geel, met voor de bloei knikkende knoppen. Er zijn zes bloemdekbladen en ook zes meeldraden. Iedereen kent wel de Tulp als snijbloem, het zou bijna een bloemensymbool van Nederland kunnen zijn. Echter, alle tulpen die in ons land gekweekt worden stammen af van wilde tulpen voornamelijk voorkomend in de hooglanden van Turkije over Iran, Turkmenistan, Oezbekistan en Kirgizië, tot in Kazachstan. Bostulp is hierop een uitzondering. Deze komt in delen van Zuidoost-Europa oorspronkelijk voor.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Bostulp of Tulipa sylvestris L. is een uit Zuid- en Zuid-Oost Europa inheemse in Nederland aangevoerde plant die waarschijnlijk al sinds de 17de of 18de eeuw in ons land is aangeplant. We hebben hier te maken met een plant uit de Leliefamilie of Liliaceae. Het is een plant met bollen van ongeveer 2 cm diameter. Ze worden tot ongeveer 60 cm hoog. Iedere bol levert een rechtopstaande stengel, met aan het eind een bloem en enkele, meestal drie, verspreid staande, bladeren. Reproductie gaat via zaden, of via zij bollen die aan de basis van de hoofd bol gevormd worden.

De bladeren zijn langwerpig tot breed langwerpig, tot 30 cm lang, enigszins gootvormig en (half-) stengelomvattend. Ze staan verspreid aan de stengel. De vaatbundels in het blad verlopen evenwijdig en dat is op een dwarsdoorsnede van het blad goed te zien.

De bloemen zijn tweeslachtig en hebben een typisch monocotyle opbouw. Achtereenvolgens vinden we een krans van drie buitenste bloemdekbladen gevolgd door een krans van drie binnenste bladen, zes meeldraden en een driehokkig vruchtbeginsel. In april en mei zijn de sierlijke en prachtig enigszins knikkende bloemen te vinden. De bloemen zijn ongeveer 5 cm lang, in de bloei richten ze zich op en staan dan stervormig uitgespreid. Aan de top zijn de bloemdekbladen toegespitst. Hier bevindt zich ook een wat viltige beharing. De meeldraden zijn aan de basis behaard, een typisch kenmerk van T. sylvestris, heel anders dan bij andere tulpensoorten.

De in omtrek wat ronde, afgeplatte zaden liggen boven elkaar als het ware opgestapeld in de droge vrucht, een doosvrucht. Aan de top van de doosvrucht zijn de restanten van de stempels nog goed te zien.

GB_131022

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Leliefamilie - Liliaceae
Plantengeslacht:
Tulp - Tulipa
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.20 - 0.45 meter
Bloeiperiode:
April - Mei
Bloemkleur:
geel
Bloeiwijze:
alleenstaande bloem
Bloemvormen:
meertallig (zestallig of meer), bloemdek
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
6 bloemdek
Meeldraden:
-
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
3
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengel:
rolrond
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
gootvormig, langwerpig
Bladrand:
gaaf
Ondergrondse delen:
een bos vormend, bijwortelstelsel, bol
Plantengemeenschap:

Bostulp komt voor op voedselrijke, kleiige, graslanden. Ook onder heggen. Verder voornamelijk als stinzenplant op landgoederen en buitenplaatsen.

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied is Zuidoost-Europa, van Noord-Italië tot Zuid-Griekenland. Schaminee et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen, beschrijven het Stinzenmilieu, waarin planten als Italiaanse aronskelk, Holwortel en Bostulp zich uitstekend op hun plaats voelen, meer dan in verwante bosgezelschappen. Dit is de situatie van het

43Aa2 Essen-Iepenbos

De plantensoort 'Bostulp' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

In Gerard s Herbal (John Gerard, Londen 1597) wordt al volop melding gemaakt van in tuinen aangeplante tulpen.

Stinzenplanten zijn in ons land niet inheemse soorten, in het verleden aangevoerd, het resultaat van tuinieren, vaak, zoals de Engelsen dat zeggen wild gardening of Natural landscaping, die nu volledig zijn ingeburgerd. Het betreft vooral op landgoederen en buitenplaatsen uitgezette planten die zich in het parkachtige boslandschap goed kunnen handhaven.

De definitie van een bol is: een verdikt stengeldeel, in het ongunstige seizoen in rust, opgebouwd uit rokken, in feite een aantal bladschubben. Het geheel heeft een sterk samengetrokken hoofdas, en wordt omgeven door een aantal vliezige restanten van rokken.

Vanuit de basis van de bol is Bostulp in staat wortelstokken te maken, waar aan het eind weer een bol gevormd wordt. Aan de hand van de wortelstok of bol-uitloper is de plant in staat de positie van de bol te corrigeren. Deze uitlopers staan wel bekend onder de naam zinker. Soms leidt dat er toe dat de bol zo diep in de bodem terecht komt dat de planten niet meer tot bloei komen.

Uitspraak (klemtoon) van de wetenschappelijke naam: Túlipa sylvéstris

Meer informatie over Bostulp en het stinzenmilieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse Oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 281.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 99.

Determinatie is ook goed mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 23ste druk: 790.