Video Determinatie

Witte winterpostelein - Claytonia perfoliata

De doorboorde schotelvormige bladeren onder de bloeiwijze met witte bloemen maken meteen duidelijk dat je te maken hebt met Witte winterpostelein of Claytonia perfoliata. De planten overwinteren als rozet waarin de ruitvormige bladeren met lange stelen staan. Als ze gaan bloeien ontstaan in de oksels van deze vlezige rozetbladeren bloeistelen die onder de bloeiwijze een doorboord blad lijken te hebben. Eigenlijk is dit een uit twee vergroeide tegenoverstaande bladeren ontstane schotel. De witte bloemen staan in bloeiwijzen, die als bijschermen beschouwd kunnen worden.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een klein blijvende plant, die voor de winter kiemt en tijdens de winter als rozetplant te herkennen is, is Witte winterpostelein, Claytonia perfoliata Willd., uit de Posteleinfamilie of Portulacaceae.

Witte winterpostelein is een eenjarige soort en noemen we een winterannuel, omdat de plantensoort voor de winter in de herfst uit zaad kiemt, een rozetplantje vormt dat in de winter als groen plantje de winter overleeft met zijn vlezige bladeren en aan het eind van de winter of in het begin van de lente begint met bloeien. Na de bloei en de vruchtzetting, al in het begin van de zomer, zie je de bladeren al vergelen en als de zomer op streek is zijn de planten al helemaal verdwenen. Ze overzomeren als zaad.

De bladeren in de rozet hebben behoorlijk lange stelen en zijn ruitvormig naar het vierkantige toe. Het zijn vlezige bladeren. Een eigenlijke stengel ontbreekt, maar in de oksels van de rozetbladeren ontspringen bloeistelen met bloeiwijzen. Ook de schotelvormige bladeren boven aan de bloeistelen, die eigenlijk bestaan uit twee tegenoverstaande maar vergroeide bladeren, zijn vlezig. Aan dit schoteltje is de plant erg gemakkelijk te herkennen. De planten zijn onbehaard. en door hun vlezigheid kunnen ze voorkomen dat ze veel water verdampen.

De bloeisteel doorboort als het ware dit schotelvormig vergroeide blad. Daar duidt het deel 'perfoliata' op in de wetenschappelijke naam. Boven de schotel staat de bloeiwijze. Dit is een bijscherm met twee takken, maar naarmate de bloei vordert zie je dat beide takken niet even sterk uitgroeien. De bloemen in de bloeiwijze zijn vijftallig, dat wil zeggen dat ze vijf witgekleurde bloemkroonbladen hebben. Of de twee eronder en tegen de bloem aanzittende groene bladen kelkbladen zijn wordt door sommige wetenschappers betwist. Deze beschouwen de witgekleurde bladen als een bloemdek en de twee groene bladen als een paar steelblaadjes die als het ware tegen de bloem aan zitten. We laten deze discussie graag over aan echte experts.

Er zijn vijf meeldraden die aan de voet vergroeid zijn met de kroonbladen. Het bovenstandig vruchtbeginsel groeit, meestal na zelfbevruchting, uit tot een doosvrucht. De driedelige doosvrucht wordt omsloten door de twee groene kelkbladen. In de doosvrucht ontstaan de zaden. De oppervlakte varieert van glad tot knobbelig en daardoor in het laatste geval erg dof. De zaden hebben een mierenbroodje. Mieren slepen dit graag mee naar hun nest en verspreiden zo het zaad van de plant.

Witte winterpostelein tref je aan in de duinen als begroeiing onder Duindoorn. En verder op open droge voedselrijke en soms kalkrijke bodem. Ook in perken, kwekerijen en tuinen, waar het zeker vroeger veel als wintergroente werd gekweekt. Het werd dan vermengd in salades gegeten.

MM_140430

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Posteleinfamilie - Portulacaceae
Plantengeslacht:
Winterpostelein - Claytonia
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.07 - 0.20 meter
Bloeiperiode:
April - Juni
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijze:
bijscherm
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
2 kelkbladen, 5 kroonbladen
Meeldraden:
5 vergroeid met de kroonbladen
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
2
Stempels:
2
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, glad, gevuld
Schors:
-
Bladstanden:
tegenoverstaand, rozet
Bladvorm:
ruitvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Het oorspronkelijk areaal van de Witte winterpostelein is het westen van Noord-Amerika. Maar als verse groente, vooral in de wintertijd, is de soort verspreid over grote delen van de wereld. In Europa is de soort inmiddels verwilderd en heeft ze vaste voet gekregen als pionier, vooral in Noordwest Europa. Omdat we weten dat de plant pas sinds de tweede helft van de 19de eeuw in Nederland voorkomt wordt ze hier terecht als neofyt beschouwd. Ze komt inmiddels in heel Nederland algemeen voor, zelfs op begraafplaatsen. Winterpostelein is een kensoort van de in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, beschreven

33Aa1 Asociatie van Fijne kervel en Winterpostelein

De plantensoort 'Witte winterpostelein' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

De takken van de bloeiwijze rollen zich als het ware van beneden naar boven toe uit, waardoor de bloeiende bloemen steeds boven in de bloeiwijze te vinden zijn.

Naar de vorm van het schoteltje onder de bloeiwijze wordt Witte winterpostelein in het Duitse taalgebied als 'Tellerkraut' benoemd.

Meer informatie over de ecologie van Witte winterpostelein en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 178.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 311.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 454. In deze flora wordt de plantensoort Kleine winterpostelein genoemd.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Claytónia perfoliáta.