Rood zwenkgras s.s. - Festuca rubra

Rood zwenkgras, Festuca rubra, is te herkennen aan de bijna priemvormige niet bloeiende spruiten. Deze lijken op het eerste oog rolrond, maar zijn op doorsnede V-vormig opgevouwen. De plan vormt door de wortelstokken uitgebreide matten waaruit ook bloeiende spruiten tevoorschijn komen. De bloeiende spruit heeft een openstaande pluim met de takken met aartjes schijn staand aan een kant van de as van de bloeiwijze. De kleur van de bloemen kan van groen tot rood en paars verlopen.

Zwenkgrassen hebben een algemeen voor hen geldend kenmerk dat het relatief simpel maakt om een bloeiend gras als Zwenkgras te herkennen. De pluim van de Zwenkgrassen is voor de bloei samengetrokken en trekt na de bloei opnieuw samen (een eigenschap die we ook gezien hebben bij Gestreepte witbol). Tijdens de bloei staan de takken met de aartjes van loodrecht tot een hoek van 60 graden af van de as van de bloeiwijze. Wat dan opvalt, vooral als je de pluim heel voorzichtig rond draait tussen duim en wijsvinger, is dat de takken vrijwel allemaal aan één kant van de as van de bloeiwijze blijken te staan: ze zwenken naar één kant. Het onderste kelkkafje is eennervig en korter dan het bovenste drienervige kelkkafje.

Een van de meest algemeen voorkomende Zwenkgrassen is Rood zwenkgras, Festuca rubra L., uiteraard uit de Grassenfamilie.

Het gras kan zeer grote oppervlakken bedekken, bijvoorbeeld op de kwelders in de Zeeuwse wateren en aan de wadkant van de Waddeneilanden. Het gras is ook veel te vinden in allerlei graslanden. Het vormt losse zoden of breed uitstoelende pollen met zijn ondergrondse wortelstokken. De vele vegetatieve spruiten hebben borstelvormige bladeren, bijna rond opgerold, maar bij doorsnijden toch meer kantig en V-vormig. Deze borstelbladeren zijn niet breder dan een 1/2 mm.

Uit de wortelstokken komen ook bloeistengels tevoorschijn. Deze zijn rolrond en hebben knopen. De bladeren aan deze bloeistengels hebben een min of meer vlakke lijnvormige bladschijf, waarin de vouw nog zichtbaar is. De bladeren hebben 5-9(-11) nerven. De schedes van de in twee rijen geplaatste bladeren omsluiten de stengel aanvankelijk, ze zijn tot bovenaan vergroeid, maar scheuren bij het dikker worden van de stengel gemakkelijk van boven naar beneden open en lijken dan V-vormig. De gesloten vergroeide bladschede moet je dan ook controleren aan de vegetatieve sprieten en als ze te vinden zijn jonge nog niet volgroeide bloeiende spruiten. De bladschedes zijn behaard en bij de voet minder donker gekleurd. Het vliezig tongetje van de bovenste bladschede is minder dan 1/2 mm en spits. Er zijn geen spitse halfstengelomvattende oortjes, zoals we die bij de forsere Zwenkgrassen wel tegen kunnen komen.

In de open pluim staan de takken met aartjes met bloemen. De onderste kroonkafjes (of lemma's) van de bloemen zijn 5-8 mm lang en hebben een kafnaald van 1/2 tot 4 mm lengte, die de voortzetting is van het middelste van de vijf nerven van het kroonkafje. Ze zijn groen van kleur maar kunnen rood tot paars aangelopen zijn; ze zijn kaal tot dicht en dan zeer kort behaard.

De vruchtbeginsels en vruchten zijn aan de top kaal. Dit is een belangrijk kenmerk om Rood zwenkgras (en Duinzwenkgras) te onderscheiden van Draadzwengras. Je hebt hiervoor wel een goede loep nodig.

MM_141213

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Zwenkgras - Festuca
Plantvorm:
gras
Plantgrootte:
0.20 - 0.85 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleuren:
paars, rood, groen
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvorm:
grasbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
2 kroonkafje, 2 kelkkafje
Meeldraden:
3 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
graanvrucht of korrel
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstanden:
in twee rijen, in zoden
Bladvormen:
lijnvormig, borstelvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds deel:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

Rood zwenkgras heeft een areaal dat bijna heel Europa omvat en doorloopt tot in Centraal Azië. Het door de mens verder ingevoerd in Noord- en Zuid-Amerika en Nieuw-Zeeland. Het is een echte graslandplant en komt derhalve in veel plantengemeenschappen voor zoals beschreven is in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland:

12Ba3 Associatie van Aardbeiklaver en Fioringras

14Aa2 Duin-Buntgras-associatie

14Ba1 Vogelpootjes-associatie

14Bb1 Associatie van Schapengras en Tijm

14Bb2 Duin-Struisgras-associatie

14Bc2 Associatie van Sikkelklaver en Zachte haver

14Ca1 Duinsterretjes-associatie

16Ba1 Kievitsbloem-associatie

16Bb1 Glanshaver-associatie

16Bc1 Kamgrasweide

17Aa1 Associatie van Dauwbraam en Marjolein

17Aa2 Associatie van Parelzaad en Salomonszegel

18Aa2 Associatie van Boshavikskruid en Gladde witbol

19Aa4 Associatie van Betonie en Gevinde kortsteel

26Ac Verbond van Engels gras

26Ac1 Associatie van Zilte rus

26Ac2 Associatie van Engels gras en Rood zwenkgras

26Ac3 Kwelderzegge-associatie

26Ac4 Associatie van Rode bies

26Ac5 Zeealsem-associatie

26Ac6 Strandkweek-associatie

26Ac7 Associatie van Zeerus en Zilt torkruid

27Aa2 Associatie van Strandduizendguldenkruid en Krielparnassia

31Ca3 Wormkruid-associatie

De plantensoort 'Rood zwenkgras s.s.' komt voor in de volgende plantenassociaties:

Rood zwenkgras wordt veel geteeld. Dit geteelde gras wordt gebruikt om in te zaaien in bermen, gazons, op drooggevallen zandplaten en opgespoten zandvlakten. Rood zwenkgras kan een behoorlijke tolerantie opbouwen tegen hogere concentraties van metalen. In Zuid-Limburg is dit gras dan ook te vinden in de zinkflora langs de Geul, waar het bekende Zinkviooltje voorkomt.

Nog meer informatie over de ecologie van Rood zwenkgras en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 76

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 206. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 257.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 289.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Festúca rúbra.