Zure kers - Prunus cerasus

Zure kers, Prunus cerasus, is een nauw verwante soort van de Zoete kers. De struik of kleine boom kennen we vooral als aangeplante soort voor de kweek van zure kersen of morellen. Verwilderd kun je de soort vinden in bosranden, waar de soort voldoende licht ontvangt.

Vaak in tuinen aangeplant, maar ook van daaruit verwilderd en dan vooral te vinden in bosranden, kunnen we de Zure kers, Prunius cerasus L., uit de Rozenfamilie aantreffen. Zure kersen worden vooral in tuinen gekweekt voor de nogal zuur smakende kersen die bekend zijn onder de naam Morel.

De Zure kers is nauw verwant aan de Zoete kers, de stamvader van onze kersenbomen. Er zijn duidelijke verschillen met de Zoete kers, waardoor de Zure kers goed van de van nature in onze rijkere loofbossen voorkomende Zoete kers is te onderscheiden. De takken van de struik zijn dun en gebogen, terwijl die van de Zoete kers stevig en recht van karakter zijn.

Ook zijn de bladeren kleiner, zowel wat betreft de bladsteel die slechts 2-3 cm lang is, terwijl de bladsteel van de Zoete kers juist langer is tot wel 7 cm. De twee duidelijke klieren op de overgang van bladsteel naar bladschijf die we van de Zoete kers kennen ontbreken bij de Zure kers. Ook de bladschijf is kleiner bij de Zure kers en wel tot zo'n 8 cm tegenover de grote bladeren van de Zoete kers die tot wel 15 cm lang kunnen zijn. De bladrand is vaak dubbel gezaagd en met klieren bezet. Verder doen de bladeren zich in hun uiterlijk anders voor: ze zijn al tijdens de bloei in de maanden april en mei leerachtig en kaal aan de onderkant, terwijl die van de Zoete kers in de bloeitijd, die ongeveer samen valt met die van de Zure kers, nog dun en rimpelig zijn en wat heel duidelijk is van onderen zijn de bladeren van de Zoete kers voorzien van haren.

De bloemen komen uit de knoppen tevoorschijn samen met een of enkele bladeren. De kroonbladen van de Zure kers zijn rond van vorm, hetgeen afwijkend is van de meer ovale en langwerpige vorm der kroonbladen bij de Zoete kers. De vruchten zijn rood tot zwart van kleur en soms meer geelachtig.

MM_171107

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Rozenfamilie - Rosaceae
Plantengeslacht:
Prunus - Prunus
Plantvorm:
struik of boom
Plantgrootte:
0.75 - 6.00 meter
Bloeiperiode:
April - Mei
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijze:
tuil
Bloemvorm:
regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kroonbladen, 5 kelkbladen
Meeldraden:
10 of meer
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
steenvrucht
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
grijs, horizontale lenticellen
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
enkelvoudig (gewoon blad), langwerpig
Bladrand:
dubbel gezaagd
Ondergronds delen:
hoofdwortelstelsel
Plantengemeenschap:

De oorsprong van de Zure kers is niet helemaal duidelijk; mogelijk is het een spontaan ontstane hybride soort van enerzijds de Zoete kers en anderzijds een andere Prunus-soort. De soort is in het zuidoosten van Europa en het westen van Azië inheems en komt in onze contreien vooral als gekweekte tuinstruik of kleine boom voor. Soms kan de soort verwilderen en dan vind je hem in bosranden waar voldoende licht de struik kan bereiken.

De plantensoort 'Zure kers' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

In België wordt de Zure kers Kriek genoemd en gebruikt om er Kriekbier van te brouwen.

De steeltjes van de vruchten werden en worden nogal eens gebruikt om er een sap van te maken dat goed zou zijn voor de nieren en zou helpen bij de urineproductie. Maar men dient met dit soort zelfhulpmiddelen altijd voorzichtig te zijn.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van de Zure kers en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 102. Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 395. 

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk:
Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Prúnus cerósus.