Video Determinatie

Zandzegge - Carex arenaria

In zandverstuivingen, duinen en rivierduinen, op droge open graslanden en in open ruigten vind je vaak spruiten van de Zandzegge, Carex arenaria, in keurige rijen achter elkaar op ongeveer gelijke afstanden. Dat komt door de meterslange wortelstokken die deze overjarige soort onder de grond maakt.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Door zijn typische en opvallende groeiwijze met meterslange ondergrondse wortelstokken die om de vier leden een spruit vormen is de Zandzegge, Cárex arenária L., in onze droge heiden, droge open graslanden, zandverstuivingen, duinen en rivierduinen heel gemakkelijk te herkennen. Ook als de soort geen stengels met bloeiwijzen heeft. De wortelstokken met daaraan de spruiten zijn ook heel gemakkelijk uit de ondergrond te verwijderen. Dan krijg je als het ware een lage sliert met op steeds gelijke afstanden een spruit.

De spruiten hebben een driekantige doorsnede en de stengels met daaraan de aartjes zijn ook driekantig. De bloeiwijze bestaat uit meerdere aartjes; bovenin meestal een aantal aartjes met alleen mannelijke bloemen en daaronder een aantal bredere aartjes met alleen vrouwelijk bloeiende bloemen. Het onderste schutbad van de bloeiwijze is korter dan de totale bloeiwijze. Alle aren zijn hooguit 1,5 cm lang of zelfs korter.

In de aartjes met vrouwelijke bloemen kun je meestal goed zien dat de kafjes een groene kiel hebben. Ook is goed te zien dat er twee stempels uit ieder urntje steken. De urntjes hebben een gevleugelde rand, die over een lengte van 2/3 van bovenaf de snavel langs de urntjes goed zichtbaar is. De vruchtjes die zich binnen de urntjes ontwikkelen zijn platte lensvormige nootjes.

Zandzegge is een echte pioniersoort, die zich op mineraal-arme zandgrond vestigen kan en goed daar gedijt. Met zijn lange wortelstokken legt hij het zand mede vast. Hij is zeer algemeen.

MM_121122

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Cypergrassenfamilie - Cyperaceae
Plantengeslacht:
Zegge - Carex
Plantvorm:
gras
Plantgrootte:
0.05 - 0.20 meter
Bloeiperiode:
April - Juni
Bloemkleuren:
groen, bruin
Bloeiwijze:
aar
Bloemvorm:
cypergrassenbloem
Bloemtype:
eenslachtig
Bloembladen:
1 urntje
Meeldraden:
2 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, driekantig
Schors:
-
Bladstand:
in drie rijen
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

Zandzegge heeft een echt Atlantisch areaal. In Europa vind je de soort van Finland tot in Portugal. In Nederland komt zij in de duinen en in de zandstreken van het midden en zuiden van het land redelijk algemeen voor. In België vind je haar vooral aan de kust en in de Kempen. Het is een kenmerkende soort uit diverse plantengemeenschappen zoals is te vinden in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland:

14 Klasse der droge Graslanden op zandgrond

17Aa2 Associatie van Parelzaad en Salomonszegel

19 Associatie van Maanvaren en Vleugeltjesbloem

20 Ab Kraaihei-verbond

23Ab1 Helm-associatie

31Ab1 Slangenkruid-associatie

37Ac2 Associatie van Duindoorn en Liguster

De plantensoort 'Zandzegge' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Het meest bijzondere aan de meerjarige Zandzegge is de ondergrondse meterslange wortelstok met de om de vier stengelleden ontspruitende spruiten.

Nog meer informatie over de ecologie van de Zandzegge en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 320.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 165.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 240.