Video Determinatie

Zachte dravik - Bromus hordeaceus

Een zeer algemeen gras in onze gras- en vooral hooilanden valt tijdens de bloei op door de tamelijk dikke aartjes en de vliezige randen van de kroonkafjes. Ook de kafnaalden zijn goed zichtbaar en verder is de hele plant zacht behaard met lange slappe haren. Het is Zachte dravik, Bromus hordeaceus. Door de overdadige zachte beharing heeft het gras een wat grijsgroene kleur.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

De Zachte dravik, Bromus hordeaceus L., is een dicht, zacht behaard gras dat tot 100 cm hoog wordt. De bloeiwijze is tamelijk gedrongen en de pluim is behoorlijk dicht. De dikke aartjes zijn onderaan het breedst, en de aartjesas is niet zichtbaar. Alle aartjes zijn meerbloemig, het zijn er minstens 3 maar het aantal kan wel tot 10 bedragen. Het bovenste kroonkafje (ook wel palea genoemd) van een bloemetje is meestal korter dan het onderste of buitenste kroonkafje (dat ook wel lemma heet). Het palea van de onderste bloem in een aartje is in het midden het breedst en tot aan de top bezet met afstaande haren langs de rand. De grootte van het lemma (het grootste kroonkafje) varieert van 8 tot 11 mm. De lemma s (onderste kroonkafjes) zijn dun, kruidachtig, met enigszins uitspringende nerven.

Als je het bloemetje opent of een openstaand bloemetje bekijkt kun je zien dat er 3 meeldraden aanwezig zijn. De helmknoppen op de helmdraden zijn tot 2 mm lang en geel van kleur. Het bovenstandig vruchtbeginsel is aan de top behaard. Na bevruchting groeit dit uit tot een korrel die ook behaard is.

De aartjes zijn na de bloei in of onder het midden het breedst. De kafnaald van het onderste lemma (buitenste kroonkafje) is korter dan het lemma zelf; de kafnaald ontspringt niet uit de top van dit kroonkafje maar is net iets onder de top ingeplant. Het onderste kelkkafje is 3-7 nervig; het bovenste kelkkafje is 5-9 nervig.

De schedes van de bladeren zijn dicht bezet met korte tot lange, dunne, zachte haren. De bladschede vertoont een v-vormige opening en het tongetje is getand.

De Zachte dravik is een eenjarige soort kiemt in de herfst en bloeit van mei tot juli in het jaar daarop. De stengels staan rechtop of zijn opstijgend. De plant groeit op open tot grazige, droge tot vrij vochtige voedselrijke grond, vaak op omgewerkte plaatsen en bermen. Meestal hebben we te doen met de subspecies hordeaceus, die algemeen voorkomt. Het is een van onze meest algemene grassen.

MM_11011

Laatste wijziging 130504

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Grassenfamilie - Poaceae
Plantengeslacht:
Dravik - Bromus
Plantvorm:
gras
Plantgrootte:
0.50 - 1.00 meter
Bloeiperiode:
Mei - Juli
Bloemkleur:
groen
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvorm:
grasbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
2 kelkkafje, 2 kroonkafje
Meeldraden:
3 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
graanvrucht of korrel
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
in twee rijen
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
bijwortelstelsel
Plantengemeenschappen:

Zachte dravik komt in bijna heel Europa voor. Net als in aangrenzende gebieden in Zuidwest-Azië en het Atlasgebied in Noord-Afrika. Dat je het tegenwoordig ook in Noord- en Zuid-Amerika, Oost-Azië en Australië vindt, komt doordat het daar door Europeanen is ingevoerd. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschrijven Zachte dravik als een belangrijke soort in

16Bb1 Glanshaver-associatie

31Ab2 Kruipertje-associatie

De plantensoort 'Zachte dravik' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Soms kiemen tijdens een nat voorjaar ook nog zaden van Zachte dravik. Deze planten kunnen dan nog in de herfst van hetzelfde jaar voor een tweede maar beperkte bloei van dit gras zorgen.

Vooral in de Duinen komt de ondersoort thominei voor, waarvan de stengels liggend zijn en die niet hoger wordt dan 15 cm; het lemma van de onderste bloem is bij deze ondersoort ongeveer 7 mm.

Nog meer informatie over de ecologie van Zachte dravik en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 125.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 231.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 293.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Brómus hordeáceus