Wilde judaspenning - Lunaria rediviva

In Nederland zullen we Wilde judaspenning niet zo gauw tegenkomen. Maar in parken, tuinen en heemtuinen is de soort aangeplant. Dicht over de grens bij Vaals kan de plant wel bewonderd worden. De middelhoge, wat bossige plant valt in de bloei meteen op door de geurende vrij grote kruisbloemen van ongeveer 2,5 cm doorsnede. Deze zijn wit van kleur, met een zwak blauwe of roze tint. De bloemknoppen zijn lichtpaars. Verder zijn de bladeren relatief groot, enigszins hartvormig, de onderste met korte bladsteel, en tot 18 cm lang, de bovenste met een langere steel, allebei toegespitst. De vruchten zijn opvallend groot. In tegenstelling tot de Tuinjudaspenning niet ovaal-rond maar ovaal-spits, bij afvallen van de twee vruchtkleppen met een overblijvend tussenschot. Het kruid dankt aan de vorm van de vruchten van Tuinjudaspenning, penning- of muntvormig, zijn naam.

Wilde judaspenning, Lunaria rediviva L. is een overblijvende soort uit de Kruisbloemenfamilie of Brassicaceae. Deze familie werd eerder ook wel aangeduid als Cruciferae. Deze soort is in Nederland te beschouwen als een niet inheemse plant. In België bereikt deze soort de westgrens van het areaal. Het is een kruidachtige plant met korte wortelstokken. Uit de vlezige wortels ontspringen meerdere stengels die tot 1 (1½ meter) hoog kunnen worden. Deze dragen een naar beneden gerichte beharing.

De bladeren staan verspreid. Het blad is dicht behaard, met stijve teruggebogen haren, en wat grijzig tot lichtgroen van kleur. De onderste bladeren zijn kort gesteeld, de bovenste lang gesteeld, tot wel 8 cm, met een hartvormige voet en een toegespitste top.

De tweeslachtige bloemen vinden we in een dichte tros aan het eind van de stengels, de bloeitijd is mei en juni. Het zijn typische kruisbloem bloemen, bestaande uit 4 kelkbladen, 4 kroonbladen, 6 meeldraden, waarvan er twee kort zijn en 4 lang en een tweehokkig vruchtbeginsel. De nectarklieren zijn verbonden met het vruchtbeginsel en staan aan de basis van de meeldraden. De tot wel 2,5 cm brede bloemen hebben kroonbladen die fraai in een kruisvorm staan, en wel afwisselend met de kelkbladen, en een aangename ( honing ) geur afgeven. De kleur is moeilijk te omschrijven, wit met een zweem van blauw, roze of paars. Al met al bloemen die aantrekkelijk zijn voor nectar zoekende insecten.

De vruchten zijn opvallend en zoals alle bij de Brassicaceae, ook wel Koolfamilie genaamd, bestaat het vruchtbeginsel uit twee vruchtbladen en een tussenschot. De randen van de twee vruchtbladen zijn de zaadlijsten, hieraan ontwikkelen zich de zaden, tussen de zaadlijsten vormt zich een vliezig tussenschot. Bij een dwarse doorsnede zie je twee kamers waarin zich, om en om, de zaden bevinden. De vruchten zijn groot en plat, ovaal met een puntig uiteinde en dito voet, de lengte kan 4 tot 9 cm zijn. Toch vallen vruchten van Judaspenningen onder het begrip hauwtje. Dat komt vanwege de volgende afspraak. Meer dan 3 x zolang als breed: hauw; minder dan 3 x zo lang als breed: hauwtje; dit ongeacht de grootte van de vrucht.

De zaden zijn in omtrek rond en afgeplat.

GB _2014-12-09

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Kruisbloemenfamilie - Brassicaceae
Plantengeslacht:
Judaspenning - Lunaria
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.30 - 1.00 meter
Bloeiperiode:
Mei - Juni
Bloemkleuren:
roze, witachtig
Bloeiwijze:
-
Bloemvorm:
viertallig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kelkbladen, 4 kroonbladen
Meeldraden:
6 vier lang, twee kort
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
hauwtje
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, behaard
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
hartvormig, enkelvoudig (gewoon blad)
Bladrand:
gezaagd
Ondergronds delen:
vlezige penwortel
Plantengemeenschap:
-

Deze plant is te vinden in (matig) voedselrijke bossen met een goede vocht voorziening, op steile hellingen en in ravijnen, vaak op kalkrijke bodem.

Wilde judaspenning komt niet spontaan in Nederland voor, maar is vaak in tuinen en heemparken aangeplant. Vlak over de grens bij Vaals (Moresnet) is de plant wel spontaan aanwezig, en verder in het Eiffelgebied achter Monschau te vinden. In België komt de soort vrij zeldzaam in het Maasgebied voor, verder in de Ardennen waar het zeldzaam is en het westelijk Eiffelgebied waar het zeer zeldzaam voorkomt. Het areaal beslaat Midden- en Zuid- Europa en verder westelijk Siberië.

De soort komt voor in de in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, beschreven

43 Klasse der Eiken en Beukenbossen op voedselrijke grond; Esdoorn-Essenbos

De plantensoort 'Wilde judaspenning' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Wilde judaspenning is nauw verwant aan Tuinjudaspenning, Lunaria annua. De laatste is een eenjarige plant uit Zuidoost-Europa, die zich in tuinen, maar ook daarbuiten, makkelijk uitzaait. Bekend zijn de ronde bijna doorzichtige vruchten (penningen) van deze plant die wel voor droogbloemstukken worden gebruikt. In feite zijn dat alleen de zogenaamde valse tussenschotten van de uit drie bladen bestaande vrucht.

Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse Oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties neemt deze plant niet op, in Nederland is de plant niet inheems; in het aan Zuid-Limburg grenzende deel van België wel.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 425.

Determinatie is ook goed mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 23ste druk: 273.

Uitspraak (klemtoon of accenten) van de wetenschappelijke naam: Lunária redivíva.

In het Duitse taalgebied wordt deze plantensoort Ausdauerndes Silberblatt, Kreuzblütengewächse, genoemd.