Video Determinatie

Watertorkruid - Oenanthe aquatica

Aan waterkanten is Watertorkruid, Oenanthe aquatica, een van de opvallendste soorten uit de Schermbloemenfamilie. De planten staan vaak ook gedeeltelijk in het water soms tot wel een meter diep. De zeer fijn verdeelde bladeren staan in het bovenste deel van de plant tegenover een bloeiwijze. In de schermvormige bloeiwijze hebben de kroonbladen allemaal dezelfde afmeting, namelijk ongeveer 1 mm. Stralende bloemen, die we vaak in de schermen van deze familie vinden zijn bij deze soort niet aanwezig. Wel zijn de vijf kelktanden goed herkenbaar.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Langs waterkanten en vaak ook net in het water bloeit in de zomer een der meest algemene soorten uit de Schermbloemenfamilie, namelijk Watertorkruid, Oenanthe aquatica (L.) Poir..

De planten vallen op doordat de groeiwijze van de forse tot soms meer dan een meter hoge stengel sterk zigzagt. Op ieder zigzag punt staat aan de ene kant van de stengel een blad en aan de andere kant een steel met schermvormige bloeiwijze. Deze zigzagvorm is erg opvallend.

De wortels van deze twee tot driejarige plantensoort zijn vlezig en opgezwollen. Maar zodra de plant gaat bloeien, wat meestal in het derde jaar van vestiging het geval is, slanken de wortels af. Soms vormt de plant ook uitlopers. De stengel is onderaan zeer dik en hol en de buitenkant is behoorlijk geribd.

De bladeren zijn meervoudig geveerd; dat wil zeggen dat elk blad bestaat uit een meermaals vertakt nervensysteem, waaraan slechts kleine oppervlakken bladmoes staan in de vorm van heldergroene slippen, die aan de top niet anders gekleurd zijn, zoals we dat bij de Melkeppe vinden. Bij de planten van de Schermbloemenfamilie zijn de bladschedes die de stengel geheel of grotendeels omvatten zeer kenmerkend. Watertorkruid heeft die wel aan de onderste bladeren, maar de bovenste bladeren hebben een niet stengelomvattende schede, die daardoor minder opvallend is en meer op een steel lijkt. Deze steel is met merg gevuld.

Soms komen er ook onderwaterbladeren voor aan het onderste in het waterstaande gedeelte van de stengel. De slippen van de meervoudig geveerde bladeren zijn dan zeer fijn en draadvormig.

In het bovenste deel van de plant staat tegenover ieder blad een steel met een schermvormige bloeiwijze. Daar waar deze steel splitst in de stralen van de schermpjes vind je geen omwindselbladen. De schermpjes hebben wel een aantal omwindselblaadjes. De randbloemen in de schermpjes zijn niet stralend. Alle kroonbladen in de bloeiwijze zijn even groot, ongeveer een mm. De kleur is wit tot licht paars en ze zijn aan de top nauwelijks naar binnen gekromd. De vijf kelktanden zijn spits en goed zichtbaar.

Het onderstandig vruchtbeginsel groeit na bestuiving en bevruchting uit tot een tweedelige splitvrucht. Deze is 3 tot 4,5 mm groot en van voren gezien langwerpig. De resten van de twee stijlen kunnen relatief lang zijn en onder het kussen vind je vaak een klein aantal tanden. Over de splitvrucht loopt ook een aantal ribben.

Na de bloei en vruchtzetting zal de plant in zijn geheel afsterven.

Torkruiden, dus ook Watertorkruid is giftig.

MM_140126

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Schermbloemenfamilie - Apiaceae
Plantengeslacht:
Torkruid - Oenanthe
Plantvorm:
oeverplant
Plantgrootte:
0.30 - 1.25 meter
Bloeiperiode:
Juni - Augustus
Bloemkleuren:
paars, wit
Bloeiwijze:
scherm
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 kroonbladen
Meeldraden:
5 meeldraden
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
2
Stempels:
2
Vrucht:
splitvrucht
Zaden:
-
Stengels:
hol, geribd of geribbeld, rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
ingesneden, meervoudig geveerd
Bladranden:
veerspletig, gaaf
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Het enigszins bandvormig areaal van Watertorkruid begint in West-Europa en loopt verder tot in Midden-Siberië. Maar in de meest noordelijke en zuidelijke streken van Europa vind je de soort niet. De plantensoort staat als oeverplant bij voorkeur aan waterkanten, waar de waterstand nogal kan variëren. De plant kan er goed tegen om tijdelijk tot een meter onder water te staan. Maar kiemen kan de soort alleen onder droge omstandigheden, bijvoorbeeld als de bodem drooggevallen is. Zo kan het gebeuren dat deze meest uitgesproken pioniersoort onder de schermbloemen op een bepaalde plaats bijvoorbeeld aan een halfafgesloten of voormalige rivierarm uitbundig bloeit en dan een aantal jaren ontbreekt, totdat de plek weer eens droogvalt en het zaad kan kiemen.

In Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, wordt een tweetal plantengemeenschappen beschreven waarin Watertorkruid een belangrijke rol speelt. Het zijn de

04Bb3 Associatie van Groot boomglanswier

08Ab1 Watertorkruid-associatie

De plantensoort 'Watertorkruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Door de giftigheid van Watertorkruid mijdt grazend vee de plant. Langs oevers van bijvoorbeeld rivierarmen waar geregeld vee graast, wil Watertorkruid nogal eens als een snelle pionier zich vestigen voor een paar jaar, totdat de soort na het bloeien en vruchtzetten weer afsterft. De soort kan niet tegen brakwater. Ook het feit dat waar brakwater komt, namelijk in de getijdenzone, de waterstand te snel wisselt, namelijk tweemaal daags, voorkomt de kieming.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Watertorkruid en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 265.-268

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 559.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 644.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Oenánthe aquática.