Video Determinatie

Verspreidbladig goudveil - Chrysosplenium alternifolium

Een tot bronmilieus en beekjes en natte venige bosbodems beperkt voorkomen kent het zeldzame Verspreidbladig Goudveil, Chrysosplenium alternifolium. De tere planten hechten met hun klein wortelstokachtige wortelstelsel in de oppervlakte van de zachte bron- of beekbodem. Aan de driekantige stengels staan de duidelijk niervormige bladeren verspreid. Tijdens de bloei is de gele kleur van de helmknoppen van de meeldraden en de goudgele glans van de kelkbladen en omgevende schutbladeren bepalend.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

De tere op vochtige bodem aan het water met een constante temperatuur van ongeveer 9,6-10 graden Celsius groeiende planten van Verspreidbladig goudveil, Chrysosplenium alternifolium L., uit de Steenbreekfamilie zijn het meest opvallend tijdens de bloei in de vroege lente. Dan kun je tegen de matten van groene bladeren de geel gekleurde meeldraden en geel aangelopen kelkbladen en schutbladeren goed onderscheiden.

De stengels van Verspreidbladig goudveil liggen op de lemige bodem bij bronnen en bronbeekjes en op de zeer vochtige direct daaraan grenzende waterkant. De stengels van deze soort zijn driekantig, een onderscheid met de vierkantige stengels van het Paarbladig goudveil. Op de knopen wortelen de planten in de bodem. De stengels zijn liggend en kunnen zich vertakken waardoor grote matten gevormd worden. De hoofdstengels richten zich enigszins op en dragen aan het eind een bloeiwijze in de vorm van een armbloemig bijscherm. De zijstengels lopen uit in een trechtervormige rozet. Op de knopen ontstaan niet alleen de nieuwe wortels, maar vormen zich ook nieuwe bladeren. In het najaar sterven de hoofdstengels af, de zijstengels gaan liggen en overwinteren en krijgen het jaar daarop de functie van hoofdstengel. Zo kunnen zich in de loop van de tijd hele matten en kussens van planten vormen.

De bladeren staan verspreid aan de hoofd- en zijstengels. Vooral de onderste zijn lang gesteeld, langer dan de lengte van de bladschijf en deze laatste is duidelijk niervormig. De rand is grof gekarteld. Ze zijn ook behaard.

De geelachtige bloemen die met een klein aantal bij elkaar staan aan het eind van de hoofdstengels vormen een armbloemig bijscherm. Ze bestaan uit een vierdelige kelk en hebben geen kroon. Het vruchtbeginsel is halfonderstandig met een stijl en twee stempels. Acht meeldraden staan om dit vruchtbeginsel en hebben goudgele helmknoppen. De kelkbladen zijn ook geelachtig gekleurd, net als de schutbladeren onder het bijscherm. Dat geeft samen de goudgele indruk van de bloeiwijze tijdens de bloei. In de rest van het jaar ontbreekt deze goudgele kleur en vallen de planten minder op, vooral ook omdat dan vaak de andere vegetatie de overhand krijgt.

Na bevruchting groeit het vruchtbeginsel uit tot een doosvrucht. Deze gaat aan de top open en de bruine zaden komen dan vrij te liggen in een soort van groene, vochtige nap. De zaden worden verspreid door regendruppels die in de nap vallen en door de kracht schieten de zaden dan weg. Zo'n vrucht wordt in de literatuur een 'spettervrucht' genoemd (Weeda et al., zie naslaginformatie).

MM_130506

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Steenbreekfamilie - Saxifragaceae
Plantengeslacht:
Goudveil - Chrysosplenium
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.05 - 0.15 meter
Bloeiperiode:
Maart - Mei
Bloemkleuren:
geel, groen
Bloeiwijze:
bijscherm
Bloemvormen:
viertallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kelkbladen
Meeldraden:
8 meeldraden
Vruchtbeginsel:
halfonderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengel:
driekantig
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvorm:
niervormig
Bladrand:
gekarteld
Ondergronds delen:
internodiën wortels
Plantengemeenschappen:

De twee Goudveil soorten die in Nederland en België voorkomen zijn gebonden aan het typische milieu van bronnen, kwelplaatsen en bronbeken. Op die plekken heerst niet alleen een constant vochtige omgeving, maar wat vooral belangrijk is, het water is zuurstofrijk en de temperatuur van het bron en kwelwater is zeer constant. Dat laatste komt doordat het water, na als regen te zijn neergekomen op de bodem, behoorlijk wat tijd in die bodem heeft doorgebracht vooraleer het naar buiten treedt. Dat betekent ook dat je aan de constante temperatuur van dit water meteen de gemiddelde jaartemperatuur hebt die ter plaatse heerst. In Nederland is deze temperatuur + 9,6-10 graden Celsius. Dat is ook ongeveer de gemiddelde jaartemperatuur in Nederland. Door Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, wordt Verspreidbladig goudveil als belangrijke soort beschouwd van

39Aa2 Elzenzegge-Elzenbroek

43Aa4 Goudveil-Essenbos

De plantensoort 'Verspreidbladig goudveil' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Verspreidbladig goudveil is net als Paarbladig goudveil gebonden aan een zeer specifiek gelijkmatig milieu. De temperatuur met name is zeer constant door het uittredend bron- of kwelwater. Dat soort bronnen en kwelwaterplekken bevriezen niet in de winter en tijdens warme zomers en droge periodes blijft het water uit de bronnen stromen. Hierin verschillen beide Goudveil soorten nogal van de andere geslachten uit de Steenbreekfamilie, die juist onder meer barre milieu-omstandigheden goed gedijen.

Meer informatie over de ecologie van Verspreidbladigbladig goudveil en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 283.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 316.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 668.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Chrysosplénium alternifólium.