Video Determinatie

Tuinwolfsmelk - Euphorbia peplus

Soorten uit het geslacht Wolfsmelk zijn altijd te herkennen aan het witte melksap dat de planten afscheiden als je de stengel doorbreekt of bladeren afplukt; bovendien hebben ze een wel heel bijzondere bloeiwijze, die in geen enkel ander geslacht te vinden is. Tuinwolfsmelk, Euphorbia peplus, is verder een der kleinere soorten uit het geslacht die in Nederland de noordelijke grens van het verspreidingsgebied bereikt. De plant valt op door de open bouw, de rode stengels en de omgekeerd eironde tamelijk kleine bladeren. De plant is giftig.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Tuinwolfsmelk, Euphorbia peplus L., is een nogal laagblijvende soort uit de Wolfsmelkfamilie. De plantensoort bereikt in Nederland de noordelijke grens van zijn areaal, dat zich in zuidelijk richting uitstrekt.

Het is een kleine tot 30 cm hoge, eenjarige grasgroene zomer - en herfstbloeier, die gemakkelijk uit de grond te trekken is. Je ziet dan, als je dat doet, de penwortel. Soms zitten er een paar kleine zijscheuten vlak boven de grond, maar dat is lang niet altijd het geval. De bladeren zijn omgekeerd eirond en hebben een lange steel. Ze zijn gaafrandig. Aan de stengel staan ze verspreid, maar de schutbladen onder de bloeiwijzen zitten tegenover elkaar.

De bloeiwijzen zijn de typische afwijkende samengestelde bloemen van de Wolfsmelken. We noemen het geheel een cyathium. De bloeiwijze bestaat uit drie schermstralen. De schutbladen van de bloemachtige structuren zijn eveneens grasgroen, maar kleiner dan de steelbladeren.

In de schijnbloem vind je naast de vrouwelijke bloem met een bovenstandig vruchtbeginsel de tot meeldraden gereduceerde mannelijke bloemen. Het vruchtbeginsel groeit uit tot een min of meer driehoekige kluisvrucht met zes in drie paren geplaatste uitstekende richels. Een kluisvrucht is een vrucht die bij rijpheid uiteenvalt in openspringende deelvruchtjes, die elk meestal één zaad bevatten. De zaden vertonen rijen putjes. De halvemaanvormige honingklieren lopen uit in draadvormige hoorntjes. Als de vrucht openspringt worden de zaden met nogal wat kracht weggeslingerd.

Tuinwolfsmelk komt in Nederland voor in de kleistreken en de zuidelijk helft van het land. Ze komt meer in België voor, waar ze alleen zeldzaam is in de Kempen en de Ardennen. Je vindt haar in tuinen en akkers, op kerkhoven en langs heggen op licht beschaduwde plaatsen, maar wel meer open, vochtige en tamelijk voedselrijke grond.

Het melksap werkt bloedzuiverend en wordt ook bij astma-aanvallen gebruikt. Let erop dat alle Wolfsmelken gitig zijn (Vries, F. de (2010): 62).

MM_111204

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Wolfsmelkfamilie - Euphorbiaceae
Plantengeslacht:
Wolfsmelk - Euphorbia
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.07 - 0.30 meter
Bloeiperiode:
Juli - September
Bloemkleuren:
geel, groen
Bloeiwijze:
bijscherm
Bloemvorm:
cyathium
Bloemtype:
eenslachtig
Bloembladen:
-
Meeldraden:
4 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
3
Stempels:
3
Vrucht:
kluisvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, rood aangelopen, glad
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvorm:
omgekeerd eirond
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
penwortel
Plantengemeenschappen:

Tuinwolfsmelk komt in Nederland vrij algemeen voor in kleistreken en in het zuidelijk deel van ons land, verder is zij zeldzaam. Je vindt haar, zoals de naam al aangeeft, vooral in tuinen. Het is een zuidelijke soort die ongeveer in ons land de noordkant van haar verspreidingsgebied, het areaal, bereikt. In België komt de plant algemeen voor, maar ze is zeldzaam in de Kempen en de Ardennen. De soort speelt een belangrijke rol in de vegetaties die tot het Verbond van Duivenkervel en Kroontjeskruid (30Ab) horen. Een uitgebreide beschrijving is te vinden in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland.

De plantensoort 'Tuinwolfsmelk' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Het melksap van Tuinwolfsmelk bevat een stof die bloedzuiverend werkt en ook wordt gebruikt bij astma-aanvallen. Maar hou er vooral rekening mee dat de plant, net als alle Wolfsmelken, giftig is (Vries, F. de (2010): 62).

In Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 17, is meer informatie te vinden over de ecologie van Tuinwolfsmelk en de relaties met andere organismen.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 347.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 621.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Euphórbia péplus