Video Determinatie

Tengere rus - Juncus tenuis

Er zijn verschillende grasachtige planten die tot het geslacht Rus behoren. Ze hebben een zeer stijf en sprietachtig uiterlijk. Tengere rus, Juncus tenuis, tref je vooral aan op zandpaden in de hei en op vochtige zandgrond. De planten hebben een lichte geel tot groene kleur. Ook worden de schedes snel bruin en vezelig. De planten vormen pollen en ook dat geeft een typisch uiterlijk aan de Tengere rus. Bloemetjes zitten in de bloeiwijze tamelijk dicht op elkaar. Het zijn als ze in volle bloei staan net kleine lelietjes.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Tenger rus, Juncus tenuis Willd., is een overblijvende soort uit de Russenfamilie met grasachtig, vlakke schutbladen.

De planten zijn moeilijk uit de grond te trekken wat wijst op de ondergrondse wortelstokken en de dichte polvorming. Je vindt de geelgroene soort met taaie stengels vooral op betrede paden en bos- en heidegebieden, maar ook op open vochtige zandgrond.

De bloeiwijze is tamelijk rijk aan bloemen, vaak nogal samengetrokken, maar soms ook losbloemig en dan wel tot 20 cm groot. Een of twee schutbladen steken vaak boven de bloeiwijze uit. De twee maal drie bloemdekbladen zijn tot 5 mm lang en lopen zeer spits toe, ze zijn strokleurig met een vliezige rand. Ze zijn ongeveer even lang als of wat langer dan de doosvrucht.

De bladeren zijn licht- tot grasgroen met bruinige al snel vezelige bladschedes en de wortelbladeren zijn niet dik en stijf. Ze hebben ook geen glanzende middenstreep.

De soort is sinds de twintiger jaren van de 19e eeuw in België en Nederland al een gewone verschijning en breidt zich nog steeds verder uit. Dat komt doordat de bij vochtig weer slijmerige zaden aan het schoeisel van wandelaars en fietsers blijft plakken.

MM_120117

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Russenfamilie - Juncaceae
Plantengeslacht:
Rus - Juncus
Plantvorm:
gras
Plantgrootte:
0.10 - 0.40 meter
Bloeiperiode:
Juni - September
Bloemkleur:
strokleurig
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvormen:
russenbloem, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
3 bloemdek (kelkbladen), 3 bloemdek (kroonbladen)
Meeldraden:
6 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
3
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
rijdend
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
wortelstok
Plantengemeenschappen:

Het verspreidinggebied of areaal van Tengere rus is van oorsprong Noord-Amerika. In de 19e eeuw is de plant in Europa terecht gekomen en heeft zich hier gevestigd. In de Lage landen zijn de eerste vondsten rond 1820 gedaan. Daarna vond de verspreiding vooral plaats via de Brabantse armere zandgronden naar andere voedselarme streken. In België is ze algemeen, maar in het Vlaams kustgebied vind je de soort bijna niet. Tengere rus is een lichtminnende soort die je vooral vindt op plaatsen waar de waterstand erg schommelt. Ze houdt niet van fosfaatrijke bodems. Van twee plantengemeenschappen maakt ze als belangrijke soort deel uit. In Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland worden de Associatie van Engels raaigras en Grote weegbree (12 Aa1) en de Grondster-associatie (28Aa4) uitgebreid beschreven.

De plantensoort 'Tengere rus' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

De soort Tengere rus breidt zich nog steeds verder uit. Dat gebeurt doordat de zaden bij regenweer vocht opnemen en daardoor slijmerig worden. Deze slijmerig geworden zaden blijven gemakkelijk aan het schoeisel van wandelaars of de banden van fietsen plakken. Ongewild en ongemerkt verspreiden deze recreanten de soort verder het landschap in.

Meer informatie over de ecologie van Tengere rus en de relaties met andere organismen is te vinden bij Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora.Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 21.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 137.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 308.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Júncus ténuis