Video Determinatie

Tandjesgras - Danthonia decumbens

Een gras met een harig tongetje op de overgang van bladschede naar bladschijf, dat in dichte pollen groeit met zowel rechtopstaande als liggende bloeiende spruiten is Tandjesgras. Zekerheid biedt daarbij het feit dat de onderste kroonkafjes, ze zijn verborgen onder de kelkkafjes, aan de top drie opvallende tandjes heeft. Om dit goed te kunnen zien moet je de kelkkafjes opzij buigen, zodat je zicht krijgt op de kroonkafjes.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een van de grassoorten met een harig tongetje is Tandjesgras, Danthonia decumbens(L.) DC., uit de Grassenfamilie. Het niet al te hoog wordende gras groeit in dichte pollen en vormt op die manier ook zoden.

De bloeistengels zijn deels liggend en deels rechtopstaand. De bladeren en schedes hebben niet alleen een duidelijk harig tongetje, ze zijn ook met haren bezet, wat we gewimperd noemen. De stijve, lijnvormige bladeren zijn van boven grijsgroen en van onderen donkergroen en ze glanzen daar ook.

De bloeiwijzen zijn pluimen van 2-7 cm, die slechts heel weinig aartjes bevatten, zo'n 3 tot 12. Daardoor lijkt de bloeiwijze soms wel wat op een aar of een tros. Maar de meeste aartjes in de pluim staan op een eigen aartjessteel aan enkele stijve omhoogstaande takken. Elk aartje bevat een aantal grasbloemen.

Om goed te zien dat je met Tandjesgras te doen hebt, moeten de kelkkafjes opzij gebogen worden. Ze bedekken immers de kroonkafjes en juist de onderste van de twee kroonkafjes eindigen in drie tandjes. De glanzend groene kafjes zijn soms wat paars aangelopen.

Tandjesgras bloeit in het eerste deel van de zomer in de maanden juni en juli. Het is te beschouwen als een karakteristieke soort van schrale graslanden. De plantensoort wordt aangetroffen langs enigszins betreden paden in droge heide, maar je vindt de soort ook in laag blijvende graslanden zoals kalkgrasland, maar ook in duinvalleien. Blauwgraslanden zijn eveneens een plek waar Tandjesgras goed kan gedijen.

MM_130801

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Grassenfamilie - Poaceae
Plantengeslacht:
Danthonia - Danthonia
Plantvorm:
gras
Plantgrootte:
0.15 - 0.60 meter
Bloeiperiode:
Juni - Juli
Bloemkleuren:
paars, groen
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvorm:
grasbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
2 kelkkafje, 2 kroonkafje
Meeldraden:
3 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
2
Stempels:
2
Vrucht:
graanvrucht of korrel
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, liggend
Schors:
-
Bladstanden:
in rijen, in dichte pollen
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
bijwortelstelsel
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied van Tandjesgras is over een groot deel van Europa, maar het komt in mindere mate voor in de noordelijke, oostelijke en zuidelijke delen van dit werelddeel. Buiten Europa is de soort, die tot een geslacht behoort dat zijn zwaartepunt in Australië en Zuid-Amerika heeft, rond de Zwarte Zee, het Atlasgebied, en op de Azoren en het eiland Madeira. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschrijft Tandjesgras als een belangrijke soort in de volgende plantengemeenschappen:

14Cb1 Duin-Paardenbloem-associatie

16Aa Verbond van Biezenknoppen en pijpenstrootje

16Aa1 Blauwgrasland

19 Klasse der Heischrale graslanden

19Aa Verbond der Heischrale graslanden

19Aa2 Associatie van Klokjesgentiaan en Borstelgras

19Aa3 Associatie van Maanvaren en Vleugeltjesbloem

19Aa4 Associatie van Betonie en Gevinde kortsteel

20Aa1 Associatie van Struikhei en Stekelbrem

20Ab3 Associatie van Kruipwilg en Kraaihei

De plantensoort 'Tandjesgras' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Tandjesgras kan goed tegen betreding en zuurstofarmoede van verdichte bodem. De soort is wat achteruit gegaan; dit komt vooral doordat de milieus waarin het zich thuis voelt aan oppervlakte inboeten.

Nog meer informatie over de ecologie van Tandjesgras en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 205.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 238-239.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 281. In deze flora wordt de oudere naam Sieglingia decumbens voor dit gras gebruikt.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Danthónia decúmbens