Video Determinatie

Straatliefdegras - Eragrostis pilosa

Straatliefdegras behoort tot de nieuwkomers van onze flora. De wetenschappelijke naam is Eragrostis pilosa. Oorspronkelijk komt het uit de meer warme tot zelfs tropische delen van Afrika en (Eur-)Azië. Vanaf de vijftiger jaren heeft het zich in Nederland uitgebreid (1958). In van der Meijden (1983), Flora van Nederland, wordt de soort genoemd als algemeen in Zuid-Holland, elders (nog) zeldzaam. Ook in de Heimans, Heinsius en Thijsse Flora van Nederland (J. Mennema, 1994), wordt deze soort nog aangegeven met z.z. (zeer zeldzaam). Daarna is het gras snel over het gehele land verspreid, voornamelijk in stedelijke gebieden. Op heel veel plaatsen is het tussen plaveisel en straatstenen ingeburgerd. De soort wordt goed gekarakteriseerd door de late bloeiperiode, de kleine, lange en cilindrische, meerbloemige aartjes, en de standplaats.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Straatliefdegras of Eragrostis pilosa (L.) P. Beauv. is een eenjarige plant uit de Grassenfamilie of Poaceae. Het gras wordt niet hoog, 5 tot hoogstens 50 cm, en heeft vaak een wat horizontale groeiwijze. De verspreiding gaat via de vrij kleine zaden, deze zijn minder dan 1mm (tot 0,8 mm) lang.

De bladeren, typische grasbladeren in twee rijen aan de stengel, zijn tamelijk kort. Aan de overgang van bladschede naar bladschijf, vinden we meestal een aantal vrij lange haren en in plaats van een tongetje vinden we een krans van haren.

De aren steken opvallend lang boven de bladeren uit, en bestaan uit meerbloemige aartjes, met 5 tot 10 bloemen. In bouw doen ze sterk aan vertakte miniatuur korenaren denken. De aartjes zijn lang gesteeld, de aarpluim heeft daardoor een vrij open karakter. Opmerkelijk is de wat blauwachtige glans van de kafjes. In de oksels van de vertakkingen vinden we vaak lange haren.

Ieder meerbloemig aartje is klein, tot 1 cm lang met aan de basis twee kelkkafjes, het bovenste hoogstens 1,4 mm lang, het onderste ongeveer ½ van deze lengte. Het lemma is iets langer dan het bovenste kelkkafje, 1,2 tot 1,8 mm. Aan de rugzijde is het lemma of buitenste kroonkafje duidelijk voorzien van haren.

Straatliefdegras onderscheidt zich van Klein liefdegras door het ontbreken van ingezonken klierputjes langs de bladrand en op de bladschede.

GB_131110

Laatste wijziging 131118

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Grassenfamilie - Poaceae
Plantengeslacht:
Liefdegras - Eragrostis
Plantvorm:
gras
Plantgrootte:
0.05 - 0.50 meter
Bloeiperiode:
Juli - Oktober
Bloemkleuren:
paars, grijs
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvorm:
grasbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
2 kelkkafje, 2 kroonkafje
Meeldraden:
-
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
-
Stempels:
-
Vrucht:
graanvrucht of korrel
Zaden:
-
Stengel:
hol tussen de knopen
Schors:
-
Bladstand:
in twee rijen
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
bijwortelstelsel
Plantengemeenschappen:

Straatliefdegras is een plant typisch voor het stadsmilieu. De voegen tussen straatstenen en stoeptegels zijn naast semi-verharde gebieden de standplaats voor dit gras. Heel vaak is het te vinden tussen de tegels op de niet overdekte perrons van kleinere treinstations. De warmte die door bestrating wordt vastgehouden zal zeker, op het voorkomen van deze soort uit warme tot zelfs tropische streken, van invloed zijn.

Volgens Schaminee et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen, is Straatliefdegras beschreven als een kensoort van de tredgemeenschap uit de Weegbreeklasse die in de oudere literatuur (Westhoff en den Held, 1975) wel wordt aangeduid als Lolio-Plantaginetum.

12Aa3 Associatie van Vetmuur en Zilvermos

De plantensoort 'Straatliefdegras' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

In warme streken van Afrika, bijvoorbeeld in Ethiopië, kan het massaal voorkomen van Eragrostis-soorten, een belangrijke voedselbron voor grazend vee zijn. Een van die soorten is Eragrostis tef, het laatste deel afgeleid van de Afrikaanse naam voor dit gras of graan, Teff.

Meer informatie over Straatliefdegras is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse Oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 212.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 240.

Determinatie is ook goed mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 23ste druk: 882.

In het volgende artikel is meer te vinden over de vroegste verspreiding in Nederland: Van der Meijden, R & Weeda, EJ (1982). Eragrostis pilosa (L.) Beauv. en E. minor Horst in Nederland. Gorteria 11 (5): 106-113.

Uitspraak (klemtoon) van de wetenschappelijke naam: Eragróstis pilósa