Video Determinatie

Stinkende ballote - Ballota nigra s. meridionalis

Een wat minder algemene soort uit de Lipbloemenfamilie is Stinkende ballote, Ballota nigra. De bossige plant is nog behoorlijk algemeen te vinden in Zuid-Limburg en de duinen ten zuiden van Bergen aan Zee. De schijnkransen zijn tamelijk armbloemig. De kleur van de Lipbloemen is lichtpaars, maar het meest opvallende is de sterke onaangename netelgeur, die je goed waar kunt nemen als je wat blad tussen je vingers fijnwrijft.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een heel sterk naar netel ruikende soort uit de Lipbloemenfamilie die in de zomer bloeit is Stinkende ballote, Ballota nigra L. subsp. meridionalis (Bég.) Bég.. Het zijn tamelijk forse planten die vanuit de wortel direct veel stengels maken. De meerjarige planten zien er daardoor nogal bossig uit. Ook zijn de planten sterk behaard, maar meest opvallend is toch wel hun zeer sterke geur, die vooral goed merkbaar is als je wat blad fijnwrijft tussen je vingers.

De bladeren zijn min of meer eirond van vorm, maar lijken toch wel op die van de dovenetels. Hun rand is gekarteld tot gezaagd en de bladschijf loopt min of meer wigvormig uit in de korte steel. De bladeren, het zijn in de bloeiwijze eigenlijk schutbladeren, vind je ook nog boven de bloeiwijze, wat een tamelijk uitzonderlijke situatie is bij de Lipbloemenfamilie.

De bloemen die naar één kant lijken te staan, staan in armbloemige schijnkransen. Ze zijn gesteeld. De kleur van de bloemkronen is lichtpaars tot soms wit. Ze hebben op de onderlip wel een licht herkenbaar honingmerk. De meeldraden blijven altijd evenwijdig onder de bovenlip ook als ze uitgerijpt zijn en hun stuifmeel hebben afgegeven. Aan de kelk zijn twee opvallende kenmerken. Allereerst zijn de tanden driehoekig en ze steken wijd uit naar buiten; ze vormen een soort openstaande kraag om de buis van de kroon. Verder kun je tien uitspringende ribben op de kelk vinden.

Op beschaduwde tot gematigd zonnige plaatsen, langs heggen en struweel op ruigten en ruderale plaatsen is Stinkende ballote te vinden. Ze houdt ook van wat kalk in de ondergrond.

MM_130306

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Lipbloemenfamilie - Lamiaceae
Plantengeslacht:
Ballote - Ballota
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.60 - 0.90 meter
Bloeiperiode:
Juni - September
Bloemkleuren:
paars, wit
Bloeiwijze:
schijnkrans
Bloemvormen:
tweezijdig symmetrisch, tweelippig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelktanden, 5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
4 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
splitvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, vierkantig, behaard
Schors:
-
Bladstanden:
tegenoverstaand, kruisgewijs
Bladvormen:
eirond, ovaal
Bladrand:
gekarteld
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Het areaal van Stinkende ballote omvat Europa, de noordelijke gedeeltes uitgezonderd. Ook is de soort te vinden in het aangrenzende deel van Noord-Afrika, meer in het bijzonder in het gebeid van het Atlasgebergte, en in Zuidwest- Azië. In ons land gaat de soort wat achteruit, maar ze is nog vrij algemeen in Zuid-Limburg en in duinen ten zuiden van Bergen. Het is een soort die kalkminnend is, maar ook wel wat houdt van stikstof. In Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, wordt Stinkende ballote beschreven als kensoort van

31Ab3 Associatie van Ballote en andere netels

De plantensoort 'Stinkende ballote' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Vroeger werd de plant wel als geneeskrachtige plant gekend. Uit vondsten in de buurt van de stad Aken uit de romeisne tijd, is geconcludeerd dat de plant van die tijd af al in Zuid-Limburg zal zijn gevestigd.

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van Stinkende ballote verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 163-164.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 505.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 926-927.

Uitspraak wetenschappelijke naam: Ballóta nígra.

In het Duitse taalgebied: Schwarznessel, Lippenblütengewächse; cf Kosmos Naturführer (2017). In Rothmaler, W. (1981) Exkursionsflora, heet de soort verder nog Gottvergess en Stinkandorn.