Video Determinatie

Rimpelroos - Rosa rugosa

Rimpelroos, Rosa rugosa, herken je aan de gerimpelde bladeren en aan de nogal grote rode of witte bloemen. De soort wordt veel aangeplant in de stedelijke omgeving, waardoor je deze rozensoort veel aantreft direct in de woonomgeving. De planten hebben veel stekels van verschillende grootte en ook de onderkant van de bladstelen is met stekels bezet. De bottels van de Rimpelroos zijn meer breed dan hoog en glad en kaal. Ook daar is de soort goed aan te herkennen.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een rozensoort die je niet alleen spontaan in de natuur vindt, maar vaak ook wordt aangeplant in bermen langs wegen is de Rimpelroos, Rosa rugosa Thunb., uit de Rozenfamilie of Rosaceae.

Al op de eerste blik is te zien dat deze rozensoort zich onderscheidt van de soorten als de Hondsroos en de Egelantier. Dat komt doordat de bladeren van de Rimpelroos nogal gerimpeld over komen, wat we terugvinden in de naam van deze roos. Uit de ondergrondse wortels komen de takken te voorschijn. Ieder jaar komen als opslag nieuwe scheuten tevoorschijn. De bast van de takken is dan groen, maar als de takken ouder worden worden ze bruin en later grijs van kleur. De takken zijn bezet met veel rechte stekels van allerlei formaat en met klierharen.

Aan de takken staan de bladeren verspreid. Het zijn ingesneden, oneven geveerde bladeren. Ze hebben steunblaadjes met spitse punten en verder 7 of 9 deelblaadjes. Deze deelblaadjes zijn tweemaal zo groot als die van de Hondsroos. Van boven zijn de deelblaadjes groen en van onderen neigend naar grijswit; dit wordt veroorzaakt door de fijne beharing. De bladsteel en de spil van het blad zijn aan de onderkant met stekels bezet. Ook zie je een fijne beharing, maar geen klierharen, zoals die wel op de twijgen en takken te vinden zijn. De rand van de bladeren is gekarteld tot gezaagd. De bladeren zijn niet leerachtig, maar wel gerimpeld; dit laatste komt door de verdiept liggende nerven.

De bloemen zijn groot, met een doorsnee tot wel 12 cm, zijn geurig en staan alleen. Ze hebben een regelmatige bouw met vijf kroonbladen en vijf spitse kelkbladen. De kleur van de kroonbladen is rood of wit. Soms vind je beide kleuren aan een en de zelfde struik. De vele vruchtbeginsels zitten in het vrijwel onderstandige vruchtbeginsel dat na bevruchting uitgroeit tot een grote bottel. Deze bottel is tot 3,5 cm in doorsnee en meer breed dan hoog. De buitenkant van de bottel is glad. Hier ontbreekt de beharing. Binnen de bloem tref je heel veel meeldraden aan.

De tot twee meter hoog wordende struiken zijn vooral veel te vinden in de stedelijke omgeving waar ze vaak worden aangeplant in de bermen die stadswegen begeleiden. Daardoor zie dat de soort steeds meer voorkomt in ons land.

MM_160322

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Rozenfamilie - Rosaceae
Plantengeslacht:
Roos - Rosa
Plantvorm:
struik
Plantgrootte:
0.50 - 2.00 meter
Bloeiperiodes:
Mei - Juli, Augustus - Oktober
Bloemkleuren:
wit, rood
Bloeiwijze:
alleenstaande bloem
Bloemvorm:
regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelkbladen, 5 kroonbladen
Meeldraden:
20 of meer
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
steenvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, behaard, gevuld, gestekeld
Schors:
bruin, grijsgroen
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
ingesneden, oneven geveerd
Bladranden:
gezaagd, gekarteld
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

In de duinen is de Rimpelroos aan te treffen; ze is daar verwilderd vanuit aanplant en verdraagt de zoute omstandigheden aldaar goed. Maar ze is gemakkelijk te onderscheiden van de Duinroos. De deelblaadjes van de Rimpelroos zijn veel groter dan die van de Duinroos. De bottels van de Rimpelroos worden niet zwart. Bovendien zijn ze niet zo mooi bolvormig, maar veel breder dan hoog. Doordat de Rimpelroos veel wordt aangeplant vind je haar tegenwoordig veel meer. Ze is erg algemeen geworden en breidt zich gemakkelijk uit door wortelopslag. Deze opslag kan zo woekeren dat de oorspronkelijke planten op die plek geen enkele kans meer maken. Oorspronkelijk komt de Rimpelroos uit het oosten van Azië vandaan.

De plantensoort 'Rimpelroos' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Bijzonder is toch wel het feit dat er vaak zowel witte als rode bloemen te vinden zijn aan een en dezelfde struik. Na de bloei blijven de vijf kelkbladen min of meer rechtop staan bovenop de naar oranje kleurende bottels. De rijpe rozenbottels vormen een vitaminenrijke lekkernij voor groenlingen (met dank aan Jan van Twisk).

Uitgebreidere informatie over de ecologie van de Rimpelroos en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 72-73.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 382.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 723-724.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Rósa rugósa.