Pluimzegge - Carex paniculata

Pluimzegge is een oever- en moerasplant die in staat is om dichte pollen te vormen die zich vaak als horsten voordoen langs de oever van open wateren maar ook binnen moerassen. De aren zijn alle ongeveer 15 mm groot en gelijk van vorm met bovenin wat mannelijk bloeiende bloemen en onder in de aar vrouwelijk bloeiende bloemen met twee stempels. De bloeiwijze kan tussen 5 en 20 cm groot zijn waarbij de onderste takken met aren tot 8 cm lang kunnen worden.

De tot een meter hoog wordende meerjarige planten van Pluimzegge, Carex paniculata L., zijn een opvallende soort uit de familie der Cyperaceae of Cypergrassen. Ze groeien in dichte pollen en hebben geen wortelstokken. Zij vormen als het ware bulten of horsten. Dit onderscheidt de Pluimzegge van de Ronde zegge, die meer losse zoden vormt zonder wortelstokken. De onderste bladscheden verweren niet tot een zwarte en draderige vezelmassa, maar blijven juist glanzend bruin tot zwart van kleur. De stengel is scherp driekantig en heeft vlakke of enigszins holle kanten. De bladeren zijn 3 tot 6 mm breed.

De gehele bloeiwijze is tamelijk lang en varieert van 5 tot wel 20 cm. Ook is de bloeiwijze vertakt, vaak zelfs tot helemaal bovenin, wat een pluimvormige indruk geeft, vooral omdat de aren slechts klein zijn tot maximaal 15 mm lang. De onderste zijtakken in de bloeiwijze kunnen tot 8 cm lang zijn en zijn altijd veel langer dan de onderste takken van de Ronde zegge, die veel op de Pluimzegge lijkt, maar slechts korte tot 1 cm lange onderste zijtakken heeft in de bloeiwijze.

In de betrekkelijk kleine aren zitten de mannelijke bloemen boven de vrouwelijke bloemen. Alle aren lijken daardoor op elkaar. De kafjes die onder de mannelijke en vrouwelijke bloemen staan zijn niet zwart, maar hebben vaak een groene middennerf en een brede vliezige rand, die aan de top fijn getand is. De vrouwelijke bloemen hebben twee stempels. De urntjes in de aar staan schuin af tot rechtopstaand. Als je een urntje dwars doorsnijdt is het aan de buikzijde niet hol, maar enigszins bol en aan de rugzijde behoorlijk sterk gebold. De urntjes zijn zo'n 3 tot 4 mm lang. De urntjes zijn glanzig, wat een onderscheid is met de zeldzame Paardenhaarzegge, die doffe urntjes heeft. Een urntje is aan de rugzijde aan de voet zwakjes generfd. De nootjes in de flesvormige urntjes zijn lensvormig.

De Pluimzegge is een redelijk algemeen voorkomende zeggesoort die een voorkeur heeft voor natte en voedselrijke standplaatsen aan waterkanten en daar bulten vormt. Verder is de soort ook te vinden moerassen met veel Zeggen, in moerasbossen en op drijftillen.

MM_171019

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Cypergrassenfamilie - Cyperaceae
Plantengeslacht:
Zegge - Carex
Plantvorm:
gras
Plantgrootte:
0.50 - 1.00 meter
Bloeiperiode:
Mei - Juni
Bloemkleur:
groen
Bloeiwijze:
aar
Bloemvorm:
cypergrassenbloem
Bloemtype:
eenslachtig
Bloembladen:
1 kafje
Meeldraden:
2 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
2
Stempels:
2
Vrucht:
nootje
Zaden:
nootje
Stengel:
driekantig
Schors:
-
Bladstanden:
in pollen, in drie rijen
Bladvormen:
lijnvormig, gootvormig, langwerpig
Bladrand:
ruw
Ondergronds delen:
hoofdwortelstelsel
Plantengemeenschappen:

Als robuuste oever- en moerasplant heeft Pluimzegge een areaal of verspreidingsgebied dat zich uitstrekt van het westen en midden van Europa tot in het zuiden van Scandinavië en tot in het midden van Rusland. Ook worden groeiplekken gevonden op Tenerife, in Kaukasus en in Marokko. In one contreien is de soort algemeen als oever- en moerasplant,maar in de duinen, de zeekleigebieden en de hoger gelegen zandgronden is de soort weinig te vinden.

De plantensoort 'Pluimzegge' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Pluimzegge vormt van alle inheemse planten die bulten of horsten vormen de hoogste horsten tot wel anderhalve meter breed en hoog. In zo'n horst vind je naast bloeiende scheuten, die in de beschrijving uitgebreid de revue zijn gepasseerd, ook talrijke niet bloeiende scheuten. Deze vormen ook een korte soort stengel, die wel schijnstengel worden genoemd. Door de vorming van hoge horsten kan de Pluimzegge grote verschillen in de waterstand het hoofd bieden. Ook speelt de soort een grote rol bij verlandingsprocessen in afgesneden rivierarmen en in laagveengebieden.

Nog meer informatie over de ecologie van de Pluimzegge en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 328-

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 167.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 244.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Cárex paniculáta.