Video Determinatie

Perzikkruid - Persicaria maculosa

Een eenjarige soort uit de Duizendknoopfamilie is Perzikkruid, Persicaria maculosa. Vanwege de roze kleur van de kleine bloemen genoemd naar de perzik. De bloemen zitten bij elkaar in dichte aarvormige bloeiwijzen. Ze trekken ook door de aanwezigheid van nectar insecten aan. Op vers omgewerkte grond kan Perzikkruid snel ontwikkelen uit zaad dat in die grond heel lang kiemkrachtig blijft. De smalle bladeren hebben halverwege een bruine tot zwarte vlek die de vorm heeft van een halve maan of een hoefijzer.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Perzikkruid, Persicaria maculosa Gray, hoort tot de Duizendknoopfamilie en is een eenjarige pioniersoort die zeer algemeen voorkomt op vochtige plekken waar behoorlijk veel stikstof en fosfaat in de bodem zit. Het dankt zijn naam aan de roze kleur van de bloemetjes in de bloeiwijze. De 20 tot 100 cm hoog wordende planten vind je in omgewerkte bermen, akkers, tuinen en op open plekken langs waterkanten. Onderaan de stengel kan de plant op de knopen wortelen. De stengels vertakken behoorlijk vaak.

Het tuitje omsluit de stengel in zijn geheel en heeft bij het Perzikkruid een aantal lange haren aan de bovenrand, die een voortzetting lijken van de nerven in het tuitje. De lancetvormige bladeren zijn tot zo'n 10 cm groot en hebben vaak, maar niet altijd, een halve maan vormige bruine tot zwarte vlek. De bladeren hebben een versmalde tot hartvormige voet.

De eenjarige planten hebben bloemetjes met 2 stempels. De bloemetjes vormen eindstandige aren met minstens 8 bloemetjes in de bloeiwijze. De aren zijn niet onderbroken en minstens 5 mm in doorsnede. De bloemetjes zijn vijftallig en de bloemdekblaadjes, die ongevleugeld zijn, zijn roze van kleur. De dopvruchtjes zijn nootjes die half zo groot zijn als de bloemdekblaadjes.

Perzikkruid bloeit vanaf juni verder de hele zomer tot in de herfst.

MM_111008

Laatste wijziging 130728

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Duizendknoopfamilie - Polygonaceae
Plantengeslacht:
Duizendknoop - Persicaria
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.20 - 1.00 meter
Bloeiperiode:
Juni - Oktober
Bloemkleuren:
wit, roze
Bloeiwijze:
aar
Bloemvorm:
regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 bloemdek
Meeldraden:
5 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
2
Stempels:
2
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvorm:
lancetvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

De oorsprong van het verspreidingsgebied van Perzikkruid ligt in Europa of Zuid-Azië maar omvat nu ook Midden- en Noord-Azië tot aan de pool. Als cultuurvolger die houdt van omgewerkte, voedselrijke en vochthoudende grond is de soort tegenwoordig kosmopolitisch. Het wordt door Schaminée, J. et al. (2010) in de Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschreven als een belangrijke soort in de

08Aa2 Associatie van Blauwe waterereprijs en Waterpeper

30Ab2 Tuinbingelkruid-associatie

30Ab3 Associatie van Korrelganzenvoet en Stijve klaverzuring

30Bb1 Associatie van Gele ganzenbloem

De plantensoort 'Perzikkruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Het tuitje dat je bijvoorbeeld bij Perzikkruid vindt en verder bij alle plantensoorten uit de Duizendknoopfamilie is een in feite een vliezige structuur die uit de steunblaadjes is ontwikkeld. Bij Perzikkruid valt het tuitje op door de lange haren die de voortzetting zijn van de aders in het tuitje.

Meer informatie over de ecologie van het Perzikkruid en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 138.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 272.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 409.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Persicária maculósa