Moerasmuur - Stellaria uliginosa

Op natte standplaatsen, bijvoorbeeld in of bij bronnen en bronbeken, maar ook in en langs lang water bevattende karrensporen in loofbossen op lemige bodem kun je de Moerasmuur, Stellaria uliginosa aantreffen. De planten zijn in het algemeen erg tenger en hebben liggende, vierkante stengels, met tamelijk kleine bladeren, van hooguit 1,5 cm. De bloemen zijn ook klein, zo'n 7 mm in doorsnee en de witte kroonbladen zijn kleiner dan de kelkbladen. Doordat de kroonslippen bijna helemaal tot beneden aan toe gespleten zijn, denk je al snel dat er tien kroonbladen zijn. Opvallend is ook dat de twee slippen van een kroonblad een V vormen.

Tot de muren met vierkantige stengels hoort naast de veelvoorkomende Grote muur en Grasmuur de Moerasmuur, Stelalria uliginosa Murray, uit de Anjerfamilie of Caryophyllaceae.

Het zijn meerjarige planten die slappe tot 45 cm lange stengels hebben. De stengels zijn vierkantig en doordat de bladeren niet langer zijn dan 1,5 cm en daarbij tamelijk smal, hoogstens 5 maal zo lang als breed, maakt de plant een tamelijk tengere indruk. De kleine bladeren zitten tegenover elkaar aan de stengels en ze zijn een beetje zeegroen van kleur.

De bloemen in de vertakte bijschermen vallen meteen op. Ze zijn maar 7 mm in doorsnee en de kroonbladen zijn kleiner dan de kelkbladen. De kroonbladen zijn daarbij zo diep ingesneden, dat het lijkt alsof er tien heel smalle kroonbladen in een bloem zitten. Ook staan de twee slippen van een kroonblad als een V uiteen, waardoor je zou kunnen denken dat de twee slippen van aan elkaar grenzende kroonbladen bij elkaar horen; ze staan namelijk vaak parallel aan elkaar en daarbij dicht bij elkaar.

De schutbladeren van de bloemen hebben een vliezig uiterlijk.

De plant staat bij voorkeur direct aan of zelfs in stromend water van beekjes en bronnen. Ze kan niet zonder water en daardoor kun je haar ook nog wel eens vinden in karrensporen langs bospaden, waar vaak heel langdurig regenwater in blijft staan. Als ze altijd van vers water wordt voorzien kan ze zelfs in de volle zon staan.

MM_140609

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Anjerfamilie - Caryophyllaceae
Plantengeslacht:
Muur - Stellaria
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.05 - 0.45 meter
Bloeiperiode:
Mei - Juli
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijze:
bijscherm
Bloemvormen:
vijftallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelkbladen, 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
3
Stempels:
3
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengels:
vierkantig, liggend
Schors:
-
Bladstand:
tegenoverstaand
Bladvormen:
toegespitst, langwerpig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied of areaal van Moerasmuur omvat een aantal gebieden op aarde die van elkaar gescheiden zijn. Zo hoort Europa en het westen van Siberië en het Atlasgebied in Noord-Afrika tot dit areaal. Ook Oost- en Zuid-Azië vormt een deel van het areaal en tenslotte is het oostelijk deel van Noord-Amerika een oorspronkelijk deel van het areaal. In onze contreien moet je Moerasmuur niet zoeken in de kleistreken, maar wel is ze algemeen in de zand- en veenstreken en op lemige bodems. Zo is de soort ook te vinden op kwelplekken in weilanden, waar het vee de bodem open getrapt heeft of in de buurt van veedrenkplaatsen. In Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, wordt Moerasmuur beschreven als een kensoort van de

07 Klasse der Bronbeekgemeenschappen

07Aa Verbond van Bittere veldkers en Bronkruid

07Aa1 Bronkruid-associatie

28Aa2 Associatie van Borstelbies en Moerasmuur

De plantensoort 'Moerasmuur' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Zo'n areaal van Moerasmuur met grote hiaten erin roept natuurlijk de vraag op hoe dat areaal zo opgedeeld kan zijn. Een speculatief antwoord kan wellicht gevonden worden in de IJstijden en tussengacialen, waardoor de klimaatzones over de aarde tijdenlang een wat andere ligging hadden. Mogelijk is er een periode geweest waarin het areaal een gesloten geheel vormde, maar door klimaatverandering kan het gesplitst geraakt zijn.

Meer informatie over de ecologie van de Moerasmuur en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 186-187.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 286.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 448. In deze flora wordt de iets oudere wetenschappelijke naam Stellaria alsine nog gebruikt.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Stellária uliginósa.