Video Determinatie

Liggende klaver - Trifolium campestre

De pioniersoort Liggende klaver, Trifolium campestre, is gemakkelijk te herkennen aan de veelbloemige hoofdjes. De bloemen met hun gele kleur zijn niet groot, maar de vlag is breed. Na de bloei verkleuren de bloemen tot strobruin en de vlag vouwt zich dan over de rest van het bloemetje. Doordat de vlaggen dan als het ware dakpansgewijs over elkaar liggen krijgt het hoofdje het uiterlijk van een kleine bijenkorf. De driedelige bladeren vallen op door de ongeveer 3 mm lange steel van het middelste deelblaadje.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Aan de hoofdjes met zo'n 20 tot 40 kleine gele bloemen is de Liggende klaver, Trifolium campestre Schreb., uit de Vlinderbloemenfamilie of Fabaceae te herkennen.

Het aantal klaversoorten in onze wilde flora is tamelijk groot, maar de Liggende klaver is van de vier gele soorten gemakkelijk te herkennen door twee karakteristieken: namelijk het grote aantal kleine bloemen in het hoofdje en het feit dat de vlag van de bloem, dat is het recht omhoog staande kroonblad, breed opengevouwen is. Op die vlag zijn duidelijke lengteplooien te zien, 10 tot 12 in aantal.

Liggende klaver heeft een penwortel met aan de fijne uitlopers en zijwortels wortelknolletjes. In die wortelknolletjes zijn Rhizobiumbacteriën te vinden, die een rol spelen bij het binden van stikstofgas uit de lucht. Het is dus net als de andere Klavers een zogenaamde groenbemester.

De stengels van de Liggende klaver, een plant die enigszins behaard is, liggen op de bodem, maar als de vegetatie waarin de soort staat wat uitbundiger is komen de stengels omhoog met die vegetatie. De verspreid aan de stengels staande bladeren zijn drietallig. Ze hebben aan de voet van de relatief korte bladsteel op de aanhechtingsplaats aan de stengel twee steunblaadjes. De aanhechtingsplaats van de spitse steunblaadjes is tamelijk breed. De drie deelblaadjes hebben een omgekeerde eivorm en wat heel opvallend is, is dat het middelste deelblaadje een tamelijk lang eigen steeltje heeft. De rand van de deelblaadjes is gaaf tot gelobd.

De bloeiwijzen staan op tamelijk stevige, rechte stelen. Elk hoofdje heeft door het grote aantal bloemen van zo'n halve cm groot een beetje de vorm van een bijenkorfje en dat valt nog meer op als de bloemen uitgebloeid raken en dan strobruin kleuren. De vlag buigt dan als het ware over de rest van het bloemetje heen, waardoor er een situatie ontstaat waarbij deze vlaggen dakpansgewijs over elkaar heen liggen. Je kunt zo'n bloemhoofdje van Liggende klaver wel gemakkelijk verwarren met Hopklaver, dat ook een zo'n gedrongen bloeiwijze heeft. Na bevruchting groeit het vruchtbeginsel uit tot een peultje met slechts een zaad. De rest van de stijl op de peul is kort.

Liggende klaver houdt van een wat drogere, maar kalk bevattende bodem.

MM_140723

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Vlinderbloemenfamilie - Fabaceae
Plantengeslacht:
Klaver - Trifolium
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.05 - 0.25 meter
Bloeiperiode:
Mei - September
Bloemkleuren:
strokleurig, geel, bruin
Bloeiwijze:
hoofdje
Bloemvorm:
vlinderbloemtype
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kelkbladen, 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
peulvrucht of boon
Zaden:
-
Stengel:
behaard
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
drietallig, oneven geveerd
Bladrand:
gelobd
Ondergrondse delen:
wortelknollen (met ), penwortel
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied van Liggende klaver omvat Europa, maar je vindt de soort niet in de meest noordelijke en oostelijke gebieden van dit werelddeel. Ook Noord-Afrika en het zuidwesten van Azië hoort tot het areaal. In onze contreien is het een tamelijk algemene soort, maar in het noorden en noordoosten vind je de soort vooral in de duinen en langs onze grote en kleinere rivieren. De standplaats kenmerkt zich door een zonnig, tamelijk droge en weinig bemeste situatie, met wat kalk in de bodem. Je vindt de soort dan ook op onze krijtbodems op zandduinen langs riviertjes, op dijkhellingen en in de duinen. Ook op wergbermen, in leem- en kalkgroeven en op niet al te bemest bouwland kun je de soort aantreffen. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschrijven de plantengemeenschappen waarin Liggende klaver een kenmerkende soort is. Het gaat om de

14 Klasse der droge Graslanden op zandgrond

De plantensoort 'Liggende klaver' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Liggende klaver is een kenmerkende plantensoort van de Klasse der droge graslanden op zandgrond. De plantengemeenschappen die tot deze Klasse behoren zijn pioniergemeenschappen op meer dekzandachtige bodems, die onder invloed staan van dynamiek in het milieu. Daar behoren onder meer stroomdalen van rivieren en beken toe, maar ook de binnenduinen. Het onderliggende substraat bevat soms veel kalk, zoals in onze krijtgebieden, maar ook in de zandbodems waarop de soort staat tref je meestal wel wat kalk aan. Daardoor is het substraat niet al te zuur. De gemeenschappen kunnen variëren van armsoortig tot veelsoortige associaties.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Liggende klaver en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 141-142.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 369.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 762.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Trifólium campéstre.