Video Determinatie

Klein tasjeskruid - Teesdalia nudicaulis

Een heel klein blijvende soort uit de Kruisbloemenfamilie is Klein tasjeskruid, Teesdalia nudicaulis. Bloeiende planten worden soms niet groter dan een paar cm. Forse planten bereiken een hoogte van 20 cm. De planten hebben een wortelrozet van ingesneden, veerdelige bladeren met een eindlob. De stengel waarop een kleine platte tros van bloemetjes staat is meestal bladloos. De kleine bloemen hebben vier kroonbladen waarvan er twee langer zijn dan de andere twee. Daardoor zijn de bloemen stralend, wat een zeldzaamheid is bij de kruisbloemen. De hauwtjes zijn omgekeerd eirond en iets uitgehold.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

De enige plantensoort uit de Kruisbloemenfamilie met stralende bloemkronen is Klein tasjeskruid, Teesdalia nudicaulis (L.) R.Br.. De zaden kiemen in het najaar en er vormt zich dan een kleine rozet op de bodem. Na de winter ontwikkelt de plant zich verder en ontstaan vanuit het centrum van de rozet een of meer stengels met een tamelijk vlakke tros van bloemen. De gladde stengel is bladloos of er kunnen een paar minieme blaadjes aan zitten.

De bladeren in de rozet zijn liervormig, dat wil zeggen dat ze veerdelig zijn ingesneden met een tamelijk grote eindlob. Naar de voet versmallen ze in een steel. De planten kunnen erg klein blijven, een paar cm hoog, maar ze kunnen ook tot maximaal 20 cm hoog worden. Ze lijken in dat laatste geval wel wat op Herderstasje, vooral ook door de hauwtjes.

De bloemen staan in een vlakke tros, die echter als de vruchten zich vormen meer uitgerekt raakt, zoals bij de meeste soorten uit deze familie. De viertallige bloemen hebben een stralend karakter doordat twee kroonbladen langer zijn dan de andere twee. Erg groot zijn we weliswaar niet, maar de lange reiken tot 2 mm. De korte komen niet verder dan 1,5 mm. Voor een soort uit de Kruisbloemenfamilie is deze tweezijdig symmetrische bloembouw een afwijkend kenmerk, aangezien de meeste soorten regelmatige viertallige bloemen hebben.

Het bovenstandig vruchtbeginsel groeit uit tot een hauwtje, dat in de verte lijkt op de herderstasjes van het Herderstasje, maar ze zijn niet vlak maar enigszins uitgehold, waardoor ze op een lepeltje lijken, met een uitgerande bovenrand. Daar zie je een klein snaveltje, de rest van de stijl. Aan de bovenrand zie je ook nog smalle vleugels.

Klein tasjeskruid is een soort van zonnige, droge en kalkarme zandgrond. Ze is te vinden in open begroeiingen, ook wel langs de randen van grasperken en verder in de duinen, als daar de bovenlaag door uitspoeling kalkarm wordt.

GBMM_1301007

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Kruisbloemenfamilie - Brassicaceae
Plantengeslacht:
Teesdalia - Teesdalia
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.03 - 0.20 meter
Bloeiperiode:
April - Juni
Bloemkleur:
wit
Bloeiwijze:
-
Bloemvormen:
viertallig, tweezijdig symmetrisch
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kelkbladen, 4 kroonbladen
Meeldraden:
6 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
hauwtje
Zaden:
-
Stengels:
hol, rechtopstaand, glad
Schors:
-
Bladstand:
rozet
Bladvormen:
ingesneden, liervormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied van Klein tasjeskruid omvat West-Europa en de noordelijke streken van Midden-Europa. Nederland en België liggen centraal in dit areaal. Het is een heel algemene soort van de zandgrondgebieden, de zogenaamde Pleistocene delen van onze contreien en verder van de kalkarme duinen. Klein tasjeskruid is een soort van droge, zanderige bodem van open plaatsen. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, beschrijft de soort als een belangrijke, zelfs kensoort van de volgende plantengemeenschappen

14Aa2 Duin-buntgras-associatie

14Ba Dwerghaver-verbond

14Ba1 Vogelpootjes-associatie

30Ba1 Korensla-associatie

De plantensoort 'Klein tasjeskruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Als je Klein tasjeskruid in de duinen vindt, dan duidt dat erop dat de bovenste zandlaag aldaar door uitspoeling ontkalkt raakt. Soms vind je het ook langs de grote rivieren; dat duidt erop dat deze ter plekke door die oude pleistocene zandlagen stromen. Normaal gesproken bevat rivierwater zoveel kalk en mineralen dat de soort er niet goed gedijen kan. Vroeger kwam de soort ook veel voor in bijvoorbeeld roggeakkers, maar daar heeft de bemesting ervoor gezorgd dat de soort verdwenen is. Mogelijk dat je het kunt vinden in roggeakkers in natuurgebieden waar met het oog op de typische akker(on)kruiden niet langer gemest wordt.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Klein tasjeskruid en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 36.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 429-430

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 533.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Teesdália nudicáulis.