Video Determinatie

Harig knopkruid - Galinsoga quadriradiata

Harig knopkruid, Galinsoga quadriradiata heeft zijtakken die direct opvallen door de dicht afstaande witte beharing. De kleine composietenhoofdjes hebben witte lintbloemen en gele buisbloemen en het pappus bestaat niet uit haren, maar uit schubben. Sommige van die schubben zijn genaald. De op de bloembodem ingeplante bloemetjes hebben soms zogenaamde stroschubben. Ze bloeien vanaf juni tot in de herfst.

De ongedeelde bladeren van de 20 tot 45 cm groot wordende planten staan tegenover elkaar en hebben een getande bladrand.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart

Een pioniersoort uit de Composietenfamilie die een aantal kenmerken heeft die enigszins afwijken van het gros der composieten is Harig knopkruid, Galinsoga quadriradiata Ruiz&Pavon.

Wat uitzonderlijke eigenschappen zijn de tegenoverstaande bladeren, een kenmerk dat je niet zo heel vaak aantreft in deze familie. Ook de vorm van de bloeiwijze heeft wel wat van de vertakte bijschermen van de soorten uit de Anjerfamilie. Aan het eind van de takken staan de kleine hoofdjes met composietenbloemen.

De plant wordt van 20 tot 45 cm groot en valt verder op door de afstaande witte beharing van het bovenste deel van de hoofdstengel en ook alle zijtakken hebben zo'n dicht afstaande witte beharing.

De ongedeelde bladeren staan tegenover elkaar en hebben een getande bladrand.

De kleine composietenhoofdjes zijn 5 mm breed. Ze hebben witte lintbloemen die niet vijftandig, maar drietandig zijn. In het midden staan gele buisbloemen en het pappus bestaat niet uit haren, maar uit schubben. Sommige van die schubben zijn genaald. De op de bloembodem ingeplante bloemetjes hebben soms zogenaamde stroschubben; deze kun je vergelijken met de schutbladeren van bloemen die je wel bij andere families vindt. Ze bloeien vanaf juni tot in de herfst. Aan de vruchten blijven de schubben zitten, waardoor de vruchten gemakkelijk blijven hangen aan de vacht van dieren en zo verspreid worden.

Harig knopkruid is een echte pioniersoort die voorkomt op zeer voedselrijke zandige, vochtige tot droge bodems van akkers, moestuinen en ruderale plekken ook in de stedelijke gebieden. De eenjarige soort wortelt niet al te diep in deze zandige bodems.

MM_111108

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Composietenfamilie - Asteraceae
Plantengeslacht:
Knopkruid - Galinsoga
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.20 - 0.45 meter
Bloeiperiode:
Juni - Oktober
Bloemkleuren:
wit, geel
Bloeiwijzen:
hoofdje, gevorkt bijscherm
Bloemvormen:
lintvormig, buisvormig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
5 vergroeid met elkaar
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, behaard
Schors:
-
Bladstand:
tegenoverstaand
Bladvormen:
eirond, langwerpig
Bladrand:
getand
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Harig knopkruid is een soort wiens areaal oorspronkelijk Midden- en Zuid-Amerika omvat. De eerste planten zijn in Nederland aangetroffen vanaf 1925 en de soort heeft zich sindsdien sterk verbreid en vaste voet gevonden in onze ruderale en dus ook stedelijke milieus. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland rekent Harig knopkruid tot de

30Bb2 Hanepoot-associatie

De plantensoort 'Harig knopkruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Hoewel je Harig knopkruid kunt beschouwen als een invasieve exoot, is de soort thans onderdeel van onze eigen Flora.

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van Harig knopkruid, de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 64.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 604.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 1071.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Galinsóga quadriradiáta