Video Determinatie

Grasklokje - Campanula rotundifolia

In grazige bermen, maar vooral onbemeste graslanden tref je tussen grassen en kruiden de blauwe klokvormige bloemen aan van Grasklokje, Campanula rotundifolia. Niet bloeiende Grasklokjes zijn weinig opvallend tussen de andere planten, maar bloeiend kun je ze niet missen. Onderaan de stengel zijn in juni nog wel de naamgevende ronde tot niervormige bladeren te vinden, die rozetten vormen. De bladeren boven aan bloeistengel zijn meer grasbladachtig.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

In bloemrijke graslanden op onbemeste bodems vind je veel kruiden. Daaronder valt het blauwe Grasklokje, Campanula rotundifolia L., door zijn mooie zachtblauwe kleur op tijdens de bloeiperiode vanaf juni tot in de herfst. Het is een soort uit de Klokjesfamilie of Campanulaceae. De meerjarige, tere planten vallen als ze nog niet bloeien niet erg op tussen de grassen en kruiden. Ze zijn kaal behalve onderaan aan de opstijgende stengels.

Aan de stengels kunnen twee typen verspreid staande bladeren worden onderscheiden. Onderaan de meer liggende stengeldelen die vaak weer wortelen tref je bladeren aan die een min of meer ronde tot eironde omtrek hebben. Ze hebben een hartvormige voet aan de tamelijk lange steel. De bladrand van deze bladeren zijn gekarteld tot getand en hebben een handvormig nerfsysteem. Deze bladeren geven de wetenschappelijke soortnaam 'rotundifolia'. Aan de rechtopstaande stengels waaraan de enkele bloemknoppen, die soms samen een erg open pluim vormen, zich ontwikkelen zijn de bladeren lancetvormig tot lijnvormig en hun bladrand is gaaf. Deze smalle op grasbladeren lijkende bladeren hebben mede de Nederlandse naam bepaald.

De langgesteelde ronde bladeren lijken een soort van rozet te vormen, maar tijdens de bloei is daar meestal niet veel meer van te zien; wel vormen zich aan de wortelende uitlopers meerdere van deze rozetachtige structuren. Maar je moet goed kijken om te zien dat deze tot dezelfde plant behoren.

Aan de smalle bloemknoppen zijn de priemvormige tanden van de vergroeide vijf kelkbladen, die op het onderstandig vruchtbeginsel zijn ingeplant, goed zichtbaar. Ook als de vergroeide klokvormige kronen opengaan blijven deze tanden goed zichtbaar. Binnen de klokvormige bloem tref je vijf helmdraden met helmknoppen aan en het onderstandig vruchtbeginsel heeft één stijl met drie stempellobben die wit afsteken tegen de blauwe kleur van de kroon. Na de uitrijping verwelken de bloemen en wordt de kleur strobruin. In de doosvrucht ontwikkelen zich de zaden die door openingen aan de basis van de vrucht vrij komen en zich kunnen verspreiden.

Grasklokje vind je op lichte zandige, humeuze bodem op grazige plaatsen in de zon. Lichte beschaduwing is geen bezwaar. Zowel op dijkhellingen in de rivierdalen, als op de kalkgrashellingen van Zuid-Limburg tref je Grasklokje aan, maar ook op zandige plekken op de Veluwe, waar de veldopname voor deze videofilm gemaakt is.

MM_121121

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Plantengeslacht:
Klokje - Campanula
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.15 - 0.60 meter
Bloeiperiode:
Bloemkleur:
blauw
Bloeiwijze:
alleenstaande bloem
Bloemvorm:
klokvormig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 kelkbladen, 5 kroonbladen
Meeldraden:
5 meeldraden
Vruchtbeginsel:
onderstandig
Stijlen:
1
Stempels:
3
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, glad, gevuld
Schors:
-
Bladstanden:
rozet, verspreid
Bladvormen:
hartvormig, lancetvormig, lijnvormig, niervormig
Bladranden:
gaaf, gekarteld
Ondergronds deel:
internodiën wortels
Plantengemeenschappen:

Het areaal van Grasklokje beslaat de koude en gematigde zones van het noordelijk halfrond. In de Benelux is het vooral te vinden in graslanden en bermen, maar ook aan bosranden is het wel te vinden. Grasklokje is een kensoort respectievelijk belangrijke begeleidende soort in van de in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschreven

14Bb1 Associatie van Schapengras en Tijm

19Aa4 Associatie van Betonie en Gevinde kortsteel

De plantensoort 'Grasklokje' komt voor in de volgende plantenassociaties:

De manier van het tot stand komen van de bestuiving is bij de Klokjesfamilie op een heel typische wijze geregeld. Het lijkt op die van de Composietenfamilie. De helmhokken zijn eerder rijp en zetten het pollen aan de binnenkant af tegen de stijl. Daarna sterven de helmdraden met helmhokken af. Bezoekende insecten kunnen nu het tegen de stijl geplakte pollen meenemen naar een andere bloem. De stempellobben ontwikkelen zich pas als de helmdraden verwelkt zijn, die kun je dan ook onderin een bloem die in het vrouwelijk stadium is vinden. Als dan een insect de bloem bezoekt, kan dit meegebracht pollen op de stempellobben afzetten. Het zijn dus eerst mannelijk bloeiende of protrandrische bloemen.

Grasklokje was een door de flora en faunawet wettelijk beschermde plant tot 2017.

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van Grasklokje, de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 14.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 581. Of met de nieuwe 24ste druk van deze flora: Duistermaat, L. (2020) Heukels' Flora van Nederland: 730.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 967.

Uitspraak(accenten) wetenschappelijke naam: Campánula rotundifólia