Glanzig fonteinkruid - Potamogeton lucens

Het in de zomer bloeiende Glanzig fonteinkruid, Potamogeton lucens, is te herkennen aan de boven water uitstekende aarvormige bloeiwijzen. Ook de net onder de wateroppervlakte drijvende matten van bladeren vallen op. De in een spits uitlopende middennerf van de bovenste bladeren kan tot een paar cm lang zijn en is naar boven gekromd, waardoor deze vaak ook boven de waterspiegel uitsteken.

Onder de overjarige waterplanten komt een flink aantal Fonteinkruiden voor. Glanzig fonteinkruid, Potamogeton lucens L., uit de Fonteinkruidfamilie kenmerkt zich doordat er geen drijvende bladeren aanwezig zijn. Maar net onder het wateroppervlak kunnen zich hele matten van bladeren vormen.

Alle bladeren zijn onder gedoken en versmallen in een korte steel. De bladsteel varieert in lengte van 1 tot 2 cm. Ook de bovenste bladeren hebben zo'n korte steel en eindigen soms in een stekel van een paar cm, die boven water uitsteekt. Deze stekel is eigenlijk de verlengde middennerf die omhoog kromt. Deze bovenste bladeren zijn breder dan 2 cm. De lager aan de stengel staande bladeren zijn lang uitgerekt en kunnen wel 5 tot 10 maal langer dan breed zijn. Ze hebben zo'n 10 nerven en een gegolfde rand. Met een sterke loep is te zien dat de bladrand fijn getand of gezaagd is. De vorm van de bladeren kan zeer uiteenlopend zijn van omgekeerd eirond tot lang en smal met soms een lange uitgerekte spits. Op de plaats waar de bladsteel aan de stengel zit is een vliezig tuitje te vinden dat de stengel omhult. Dit is het equivalent van een steunblaadje.

De onderwaterstengel komt uit de ondergrondse wortel. Hij is niet vierkantig en kan behoorlijk lang zijn. Vaak vertakt de stengel.

De boven het water uitstekende bloeiwijze is een aar van zo'n 6 cm met veel viertallige bloemetjes. Ze zijn in kransen gerangschikt om de aarsteel en hebben een bloemdek van 4 bloemdekbladen. De aarsteel kan tot 25 cm lang zijn en is naar boven toe verdikt. Hij lijkt dan op een knots. De meeldraden zijn vergroeid met de spatelvormige bloemdekbladen. De vier bovenstandige vruchtbeginsel staan afwisselend met de bloemdekbladen. De stempels zijn ontvankelijk voor pollen vóórdat de helmknoppen rijp zijn. Daardoor is kruisbestuiving gewaarborgd. De pollen bereiken de stempels drijvend via het water of via de wind.

Glanzig fonteinkruid overwintert met knoppen aan de ondergrondse wortelstok, maar ook knolvormig verdikte delen van de wortelstok zijn in staat om te overwinteren.

MM_121231

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Fonteinkruidfamilie - Potamogetonaceae
Plantengeslacht:
Fonteinkruid - Potamogeton
Plantvorm:
waterplant
Plantgrootte:
0.60 - 2.00 meter
Bloeiperiode:
Juni - September
Bloemkleuren:
groen, bruin
Bloeiwijze:
aar
Bloemvormen:
viertallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 bloemdek
Meeldraden:
4 vergroeid met de kroonbladen
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
nootje
Zaden:
-
Stengel:
-
Schors:
-
Bladstand:
verspreid
Bladvormen:
lancetvormig, langwerpig
Bladrand:
getand
Ondergronds delen:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

Glanzig fonteinkruid is te vinden in oude rivierarmen en tot vier meter diep water met vaak een flinke sliblaag in bijna heel Europa, in West- en Midden-Azië en in het Atlasgebied in Noord-Afrika. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland geven aan dat het een belangrijke soort is in

5Ba2 Associatie van Glanzig fonteinkruid

5Ba3 Associatie van Witte waterlelie en Gele plomp

De plantensoort 'Glanzig fonteinkruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Fonteinkruiden bieden door hun overdadige hoeveelheid onderwaterbladeren ideale schuilplaatsen aan vissen. Vis kan er uitstekend kuit afzetten en jonge vis vindt er een goede schuilplaats.

Zowel de Nederlandse naam als de wetenschappelijke naam komen uit de klassieke hoek. Het Latijnse Fons voor is het woord voor Bron en het Griekse Potamos voor Stroom. Fontein, afgeleid van Fons, heeft betrekking op de waterige groeiplaats. Het eveneens Griekse woord geitón betekent dat de plant in de buurt (van water) groeit. Kwel- of bronwater wordt zo min of meer als groeiplek aangeduid maar is slechts een onbetekenend onderdeel van de vele waterige groeiplaatsen van de Fonteinkruiden. Het woord Glanzig en Lucens (= blinkend, lichtend) zijn identieke verwijzingen naar de doorschijnende bladeren (met dank aan Jan van Twisk).

Als u geïnteresseerd bent in meer uitgebreide gegevens over de ecologie van Glanzig fonteinkruid, de relaties met andere organismen en het milieu, dan vindt u dat in Weeda, E.J. et al., (1991) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 4: 250.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 97.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 209.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Potamogéton lúcens