Video Determinatie

Gladde witbol - Holcus mollis

In lichte bossen kun je een grassoort aantreffen, die opvalt doordat er op de knopen een manchet van haren staat. Verder is het gras glad tot weinig behaard bovenop de bladschijven. De bloeiwijze is een open pluim en in de kleine aartjes steekt een geknikte kafnaald buiten de kelkkafjes uit. Het is Gladde witbol, Holcus mollis.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Een in lichte bossen en zomen voorkomend gras is Gladde witbol, Holcus mollis L. uit de Grassenfamilie. Het is nauw verwant aan de Gestreepte witbol, een gras dat helemaal behaard is zowel op de stengels, de scheden als de bladeren. Gladde witbol kenmerkt zich door een haarloze stengel, behalve op de knopen, daar vind je een manchet van zachte haren. Op de schedes en bladonderzijde vind je nauwelijks haren; alleen de bladbovenzijde is met korte haartjes bezet. Aan de rand van de bladeren ontbreken de lange haren, die je wel bij de gestreepte witbol vindt. Het vliezige tongetje op de overgang bladschede naar bladschijf is tot een halve cm lang; de top is breed afgerond en getand. De kleur van de plant is grijsgroen.

De meerjarige plant heeft ondergronds lange wortelstokken. Aan die wortelstokken ontwikkelen zich weer niet en wel bloeiende spruiten, waardoor de plant een losse zode vormt, die zelfs tot uitgestrekte matten uitgroeit. Voor een aan bossen gebonden gras is dat een zeldzame groeivorm. In droge periodes verkeurt zo'n zode van Gladde witbol naar koperrood en heeft dan een wel heel dor uiterlijk

In de aartjes zijn twee bloemen te onderscheiden. De onderste van de twee is tweeslachtig, heeft dus zowel stijl met stempels als naar buiten stekende helmknoppen. De bovenste bloem is alleen mannelijk met alleen helmhokken. Aan het onderste kroonkafje of lemma van dit bovenste bloemetje ontspringt in de bovenste helft een lange kafnaald, die knievormig is gebogen. De naald is zo lang dat ze duidelijk buiten de kelkkafjes van het aartje uitsteekt.

De soort is gebonden aan drogere grond in bossen, bosranden en struweel. Ook in lanen en op droge bermen en grasland net als op zandige akkers kun je Gladde witbol vinden.

MM_130805

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Grassenfamilie - Poaceae
Plantengeslacht:
Witbol - Holcus
Plantvorm:
gras
Plantgrootte:
0.30 - 0.90 meter
Bloeiperiode:
Juni - Augustus
Bloemkleur:
strokleurig
Bloeiwijze:
pluim
Bloemvorm:
grasbloem
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
2 kelkkafje, 2 kroonkafje
Meeldraden:
3 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
2
Vrucht:
graanvrucht of korrel
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, glad
Schors:
-
Bladstanden:
in twee rijen, in zoden
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
rhizoom/ wortelstok
Plantengemeenschappen:

In lichte bossen en in bosranden of zomen kun je de algemeen voorkomende Gladde witbol vinden. Het is een van de twee soorten uit het geslacht Witbol dat in onze contreien voorkomt en een verspreidingsgebied heeft over West- en Midden-Europa. Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland beschrijft deze soort als een ken- of begeleidende soort van de plantengemeenschappen

18 Klasse van Gladde witbol en Havikskruiden

18AaVerbond van Gladde witbol en Havikskruiden

18Aa1 Associatie van Hengel en Gladde witbol

18Aa2 Associatie van Boshavikskruid en Gladde witbol

35Aa1 Associatie van Zoete haarbraam

35Aa2 Associatie van Donkere bosbraam

35Aa3 Associatie van Sierlijke woudbraam

42Aa2 Beuken-Eikenbos

De plantensoort 'Gladde witbol' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Het meest bijzondere en opvallende aan Gladde witbol is de manchet van afstaande haren op de knopen in de stengel van het gras. Gladde witbol heeft vrijwel nooit last van de brandzwam Tilletia holci. De verspreiding van de plant geschiedt voornamelijk via de uitlopende wortelstokken en minder via vruchtzetting.

Nog meer informatie over de ecologie van Gladde witbol en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (2003) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5: 158.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 223.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 279.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Hólcus móllis