Video Determinatie

Gipskruid - Gypsophila muralis

Het zeer zeldzame Gipskruid, Gypsophila muralis, is een klein blijvende plant met sterk vertakte stengels. De bloeiwijze bestaat uit een bijscherm met relatief veel bloemen. De kleur van de kroonbladen is roze tot lichtroze soms zelfs tegen het wit aan, maar opvallend is de sterke adering in de kroonbladen. De kelkbladen zijn vergroeid. De stengelbladen staan tegenover elkaar en zijn smal lijnvormig.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:

Een zeer zeldzame en sterk bedreigde soort uit de Anjerfamilie is Gipskruid, Gypsophila muralis L.. De onopvallende, klein blijvende, eenjarige planten hebben roze soms witte bloemen, waarvan de kroonbladen sterk geaderd rood zijn.

De planten hebben aanvankelijk sterk gaffelvormig vertakte liggende stengels die aan de uiteinden oprijzen tijdens de bloei. Ze worden niet veel groter dan een decimeter tot hooguit zo'n 15 cm. Aan de vertakte stengels staan de smalle tot een mm brede lijnvormige bladeren tegenover elkaar. Ze zijn niet veel groter dan 2 tot 3 cm en hebben geen steunblaadjes.

De bloemen staan in bijschermen. Ze hebben vergroeidbladige kelken. De kelk heeft de vorm van een klok of tol. Op de kelk zijn droogvliezige strepen te zien die afwisselen met de kelktanden. Deze vliezige strepen markeren de naden die de vergroeiing aangeven van de kelktanden. Deze worden zo'n 6 mm groot en hebben vijf nerven, die met een loep te zien zijn. De kelken staan zonder schubben op de bloemstelen die 5 tot 20 mm lang kunnen zijn.

De vijf, soms zes, kroonbladen zijn zachtrose van kleur maar hebben een opvallend sterke adering. Soms zijn de kroonbladen zo licht van kleur dat ze bijna wit zijn. De kroonbladen zijn duidelijk uitgerand, dat wil zeggen dat je aan de bovenrand een inzakking hebt van de kroonbladrand. Zelfs vind je exemplaren met een gekartelde bloemkroonrand. Op het bovenstandig vruchtbeginsel staan 2 stijlen met stempel. Dit komt maar bij een drietal geslachten uit de Anjerfamilie voor en is een goed onderscheidend kenmerk voor Gipskruid. Na bevruchting groeit het vruchtbeginsel uit tot een doosvrucht.

MM_131002

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Anjerfamilie - Caryophyllaceae
Plantengeslacht:
Gipskruid - Gypsophila
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.05 - 0.15 meter
Bloeiperiode:
Juli - Oktober
Bloemkleuren:
wit, roze
Bloeiwijze:
bijscherm
Bloemvorm:
regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
5 vergroeide kelkbladen, 5 kroonbladen
Meeldraden:
10 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
2
Stempels:
2
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, liggend
Schors:
-
Bladstand:
tegenoverstaand
Bladvorm:
lijnvormig
Bladrand:
gaaf
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschap:

Gipskruid komt van oorsprong voor van het midden van Europa tot het oosten van Azië. Ze is hoofdzakelijk bekend van droogvallende plekken langs de grote rivieren; je moet daarbij denken aan stenige en uitdrogende plaatsen in de uiterwaarden, zoals krimpscheuren. Ook op grindhopen en muren kun je de zeer zeldzame soort aantreffen. De omgeving van Nijmegen is de plek waar je de meeste kans hebt om de soort aan te treffen.Verwilderd komt hij ook voor in tuinen tussen tegels en op open plekken, net als soms op open plekken in perken.

De plantensoort 'Gipskruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Gipskruid kan zoals we in de video-opnamen kunnen zien ook voorkomen in tuinen. In deze Nijmeegse tuin lijkt de plant afkomstig ofwel van de op enige kilometer afstand gelegen uiterwaarden en Groenlanden langs de Waal of van de groene dakbedekking uit de directe omgeving van de tuin.

Gipskruid wordt gekweekt met name de vorm met witte bloemen en vaak verwerkt in bruidsboeketten en bloemstukken. Zo kennen de meeste mensen Gipskruid.

Meer informatie over de ecologie van Gipskruid en de relaties met andere organismen en het milieu is te vinden in Weeda, E.J. et al., (1985) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 1: 212.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 296.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 436.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Gypsóphila murális

In het Duitse spraakgebied: Acker-Gipskraut, Nelkengewächse; cf Rothmaler, W (1981): Exkusionsflora.