Video Determinatie

Gewoon barbarakruid - Barbarea vulgaris

Een opvallende soort langs onze wegen en rivieren en beken is Gewoon barbarakruid, Barbarea vulgaris. De tot een kleine meter hoog wordende planten hebben gele kruisbloemen en kunnen hele velden beslaan, vooral op net aangelegde bermen, hellende taluds van wegen en op de hellingen van dijken. Na enige tijd, als de grasmat zich gaat sluiten, verdwijnt de soort. De planten hebben een wortelrozet met liervormige bladeren. De stengelbladeren lijken in de onderste helft van de stengel op de rozetbladeren, maar naar boven toe zijn ze steeds minder ingesneden. De stengelbladeren zitten met oortjes aan de stengel.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Onder de plantensoorten uit de Kruisbloemenfamilie is een flink aantal dat gele bloemen heeft. Een van de grotere soorten, die bijna tot een meter hoog kan reiken is Gewoon barbarakruid, Barbarea vulgaris R.Br..

De twee- tot meerjarige planten vormen aanvankelijk een wortelrozet waarin een aantal liervormige bladeren staat. Het zijn diep ingesneden bladeren met erg grote eindlobben en drie of vier kleine slippen. De eindlob heeft een duidelijk hartvormige 'voet'. De wortelrozet overwintert. Uit de rozet ontstaat een rechtopstaande stengel waaraan de stengelbladeren verspreid zitten. De stengelbladeren in het onderste deel van de stengel lijken sterk op de rozetbladeren. Maar wat opvalt is dat ze met twee oortjes zitten aangehecht aan de stengel. Naar boven toe worden de insnijdingen steeds minder diep, waardoor er enkel sprake is van bochtig ingesneden bladeren, met geen of hoogstens een paar zijslippen. Ook deze zijn met oortjes aan de stengel gehecht. Deze kunnen kaal zijn maar soms ook gewimperd. De exemplaren die we hier presenteren hebben een duidelijk gewimperde rand.

Boven in de stengels vinden we de trossen met heldergele bloemen. Ze zijn zo'n 5 tot 8 mm breed, waarbij de lengte van de kroonbladen ongeveer 6 mm is. De kelkbladen zijn kaal wat vooral gemakkelijk te zien is aan de nog gesloten bloemknoppen. De hauwen zijn vierkantig en 1,5 tot bijna 3 cm lang. Ze zijn kort gesteeld en staan enigszins af op de korte, schuin staande stelen. Daardoor vormen ze een tamelijk losse tros, wat bij de twee andere Barbarasoorten anders is: daar staan de hauwen vrij stijf tegen de bloeiwijze stengel aangedrukt. De snavel is zo'n 2,5 mm lang en spits en de kleppen hebben een duidelijke middennerf.

De soort komt voor op redelijk vruchtbare bodem waar de begroeiing nog niet al te dicht is. Dat is heel goed te zien op de hellingen van dijken en taluds, waar de soort zich graag vestigt. Zolang op de helling de grasmat nog niet al te gesloten is kan Gewoon barabarakruid zich daar goed handhaven, maar ook op hellingen raakt de grasmat steeds meer gesloten. Dan verdwijnt de soort op den duur. Op horizontale wegbermen is de aanwezigheid van de soort van nog korteren duur.

MM_140307

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Kruisbloemenfamilie - Brassicaceae
Plantengeslacht:
Barbarakruid - Barbarea
Plantvorm:
kruid
Plantgrootte:
0.25 - 1.00 meter
Bloeiperiode:
April - Juni
Bloemkleur:
geel
Bloeiwijze:
-
Bloemvormen:
viertallig, regelmatig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kelkbladen, 4 kroonbladen
Meeldraden:
6 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
hauw
Zaden:
-
Stengel:
rechtopstaand
Schors:
-
Bladstanden:
wortelstandig-verspreid, verspreid
Bladvormen:
ingesneden, liervormig
Bladrand:
gelobd
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Het verspreidingsgebied of areaal van Gewoon barbarakruid is Europa en het westen van Azië. Ze is een redelijk algemene soort in het Rivierengebied, elders wat zeldzamer. Dit hangt samen met het feit dat de door rivieren beïnvloede gronden van de uiterwaarden door de schurende werking van het water tamelijk open kunnen zijn. Daar weet de soort zich dan goed te handhaven. Op andere plaatsen waar bijvoorbeeld de bodem sterk bewerkt is, zoals bij net aangelegde wegbermen of taluds, kan de soort weliswaar massaal optreden, maar als de grasmat gesloten raakt verdwijnt Gewoon barbarakruid. De soort is te beschouwen als een soort die gebonden is aan onze rivieren en beken, een zogenaamde fluviatiele soort.

De plantensoort 'Gewoon barbarakruid' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

De naam Barbarakruid hangt samen met de naamgeving van deze plant in de Middeleeuwen. Destijds werden veel plantensoorten die nog geen naam hadden, bijvoorbeeld vanuit de oudheid, genoemd naar heiligen. Zo ook deze soort uit de Kruisbloemenfamilie die naar de heilige Barbara genoemd is. Deze heilige wordt altijd afgebeeld met een toren, waarin ze tijdens haar leven opgesloten zat vanwege haar bekering tot het Christendom. Mogelijk dat de torenachtige groeiwijze van de Barbarakruiden aanleiding was om deze plantensoorten de naam van deze heilige te geven.

Uitgebreidere informatie over de ecologie van Gewoon barbarakruid en de relaties van deze soort met andere organismen en het milieu kunnen gevonden worden in Weeda, E.J. et al., (1987) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 2: 18-20.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 419.

Een andere gemakkelijke determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 524.

Uitspraak (accenten) van de wetenschappelijke naam: Barbaréa vulgáris.