Video Determinatie

Gewone dophei - Erica tetralix

In onze heides en dan met name op de nattere stukken zie je meestal de bloemtrossen van de Gewone dophei, Erica tetralix. De roze urnvormige bloemen zijn wat kleiner dan een cm en zitten met een groot aantal, meestal kom je tot zo'n twaalf bij elkaar, aan de toppen van de rechtopstaande stengels. Ook in hoogveengebieden kun je de fraaie roze bloemen van Gewone dophei vinden.

Klik op een foto voor kenmerk met uitleg:
Verspreidingskaart
Ecologische parameters

Dophei is een groot geslacht uit de Heifamilie. Gewone dophei, Erica tetralix L. uit de Heifamilie of Ericaceae. De dwergstruiken hebben grijsgroene opstijgende twijgen waaraan de bloemen staan en ook liggende takken die tussen het mos matten vormen.

De stengels en twijgen zijn behaard en de kransstandige lancetvormige bladeren zijn niet alleen behaard, maar ook nog lang en klierachtig bewimperd. Er staan vier van deze fijne bladeren bij elkaar. Ze lijken op naalden wat komt doordat de randen naar beneden zijn omgerold.

Aan de toppen van de stengels staan zo'n twaalf of meer bloemen bijeen in een schermvormige tros. De roze, zelden witte bloemen hebben vergroeide kroonbladen, die 3-4 maal zo lang zijn als de vierdelige kelk. Je kunt aan de vier lobjes zien dat de kroon viertallig is. De lancetvormige kelkslippen zijn kort grijskleurig behaard en hebben klierwimpers. Er zijn acht meeldraden die een mechanisme met hoorntjes hebben waarmee het stuifmeel of pollen uit de poriën aan de top van de helmhokken wordt geperst. Bijen of Hommels nemen dit pollen mee en zorgen voor kruisbestuiving. Het pollen wordt gewreven tegen het stempel van het bovenstandig vruchtbeginsel, dat later uitgroeit tot een bes. De verwelkende kroon- en kelkbladen blijven nog lang aan de doosvruchten zitten en vallen pas heel laat af. Uit de doosvrucht komen veel fijne zaden, die door de wind worden verspreid.

Gewone dophei vind je op natte tot vrij droge, zure grond; het is een soort van de natte heide en staat dus tegenover Struikhei als soort van de droge heide, die daar in feite de gewone dophei overvleugelt en verdringt. Na afbranden van de Struikhei, zie je vaak eerst de Gewone dophei die dan later verdrongen wordt. In gradiëntsituaties is dat vaak goed te zien. De soort is in de Benelux algemeen, hoewel veel van de nattere heides in de afgelopen 150 jaar ontgonnen zijn.

MM_121210

Hoofdgroep:
Plantenfamilie:
Heifamilie - Ericaceae
Plantengeslacht:
Dophei - Erica
Plantvorm:
dwergstruik
Plantgrootte:
0.10 - 0.60 meter
Bloeiperiode:
Juni - Oktober
Bloemkleuren:
wit, roze
Bloeiwijzen:
tuil, schermvormige tros
Bloemvormen:
viertallig, urnvormig
Bloemtype:
tweeslachtig
Bloembladen:
4 kelkslippen, 4 vergroeide kroonbladen
Meeldraden:
8 meeldraden
Vruchtbeginsel:
bovenstandig
Stijlen:
1
Stempels:
1
Vrucht:
doosvrucht
Zaden:
-
Stengels:
rechtopstaand, behaard
Schors:
grijsgroen
Bladstand:
in kransen
Bladvormen:
lancetvormig, langwerpig
Bladrand:
omgerold
Ondergronds delen:
hoofd- en bijwortels
Plantengemeenschappen:

Gewone dophei is een Atlantische soort met een areaal dat doorloopt langs de Oostzeekust tot in Estland. De soort is te vinden in natte heide, in hoogveen, in natte duinvalleien, in natte schrale graslanden en soms ook in lichte bossen. Het is, conform de beschrijvingen in Schaminée, J. et al. (2010) Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland, een kensoort van alle associaties van het

11Aa Dophei-verbond

en verder een belangrijke soort in

19Aa2 Associatie van Klokjesgentiaan en Borstelgras

20Aa Verbond van Struikhei en Kruipbrem

20Ab3 Associatie van Kruipwilg en Kraaihei

40Aa1 Dophei-Berkenbroek

De plantensoort 'Gewone dophei' komt voor in de de volgende plantenassociaties:

Als er geen kruisbestuiving heeft plaatsgevonden kan aan het eind van het bloeiseizoen nog zelfbestuiving plaatsvinden doordat vallend pollen op het stempel terecht komt.

Opmerkelijk is de vorstresistentie van Gewone dophei. Bijvoorbeeld langs vennen waar de waterstand in de winter hoger kan zijn, kunnen de planten half boven het ijs uitstekend toch fotosynthetiseren en de winter overleven.

Voor meer uitgebreide informatie over de relaties met andere organismen, het milieu en de ecologie van Gewone dophei verwijzen wij naar Weeda, E.J. et al., (1988) Nederlandse oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 3: 37.

Het determineren op wetenschappelijke basis kan gebeuren met behulp van Meijden, R. van der (2005) Heukels' Flora van Nederland, 23ste druk: 459.

Een andere determinatie is mogelijk met Heijmans, E., Heinsius, H.W. en Thijsse, Jac.P. (1983) Geïllustreerde flora van Nederland, 22ste druk: 802.

Uitspraak van de wetenschappelijke naam: Eríca tétralix

Duitse naam: Glockenheide